TracesOfWar heeft uw hulp nodig! Elke euro die u bijdraagt steunt enorm in het voortbestaan van deze website. Ga naar stiwot.nl en doneer!

Inleiding

    Op 10 januari 1942 verklaarde Japan formeel de oorlog aan het Koninkrijk der Nederlanden. Op 11 januari vielen Japanse troepen het Nederlands-Indische olie-eiland Tarakan, aan de noordoost kust van Borneo, binnen, als onderdeel van Operatie DE. Na een korte maar hevige strijd, werd het eiland op 12 januari door de Japanse troepen ingenomen. Het op diezelfde dag tot zinken brengen van twee Japanse mijnenvegers door Nederlands kustgeschut, leidde op 19 januari 1942 tot de moord op 215 krijgsgevangenen door de Japanners.


    kruiser Naka voor Tarakan, 11 januari 1942 Bron: Public Domain (onbekend)

    Tarakan, olie-eiland

    Het eiland Tarakan, gelegen voor de noordoostkust van Borneo's Noord-Kalimantan, was een klein eiland met grote economische betekenis. Op het eiland bevonden zich om en nabij de 700 oliebronnen, waarmee het eiland één van de belangrijkste doelen werd van de Japanse invasie van Nederlands-Indië. Een invasie die vanaf januari 1942 plaatsvond. De belangrijkste olievelden bevonden zich aan de westzijde van het eiland, bij Pamoesian Ze werden beheerd door de Bataafse Petroleum Maatschappij (BPM). Ook in het noorden, bij Djoeata bevonden zich boorlocaties. Ondanks de vele olie locaties bestond het grootste gedeelte van het eiland uit ongerepte natuur, met heuvels en moerassen. Slechts één belangrijke weg verbond de boorlocaties Pamoesian en Djoeata met de haven van Lingkas in het westen van het eiland. Deze haven had twee steigers voor koopvaardijschepen en een kleine steiger ten behoeve van het bij Lingkas gelegen ondersteuningsvliegkamp voor de Koninklijke Marine. Bij Lingkas bevond zich ook het vliegveld Tarakan met één landingsbaan van 1.500 meter lengte.[1][2]


    Olievelden op Tarakan Bron: Public Domain (onbekend)

    Met de stijgende Japanse dreiging in de Pacific, besloot de Nederlandse overheid dat het noodzakelijk werd de olieproductie op Tarakan te beschermen met militaire installaties en een verhoogde militaire aanwezigheid. In 1923 werd een infanterie compagnie van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL) op het eiland opgericht. Deze moest het eiland verdedigen en in geval van nood de olie installaties vernietigen. Dit Tarakan Garnizoen zou later worden uitgebreid tot het formaat van een bataljon en aanvullende eenheden ontvangen. Deze uitbreiding werd in de jaren 1930 gerealiseerd[3]

    Aan de vooravond van de Japanse inval, bestond de verdediging van het eiland uit het Tarakan Garnizoen, formeel Troepencommando Tarakan genaamd, globaal het VIIe Bataljon Infanterie KNIL van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL), onder bevel van Luitenant-kolonel Simon de Waal. Hij had het bevel over drie infanterie compagnieën (onder bevel van Kapitein Frits Treffers, Kapitein Adrianus Cornelis Saraber en Kapitein L. Bendeler), een machinegeweercompagnie (Kapitein W. Everaars) en een detachement pantserwagens (1e Luitenant Daniel Philippus de Vos tot Nederveen Cappel). Dit laatste detachement bestond uit een zevental overvalwagens met 80 manschappen. Artillerie werd gepositioneerd op het eiland zodat de toegangen naar de haven kon worden gecontroleerd. Luitenant-kolonel de Waal beschikte over een staf met onder andere Chef staf Kapitein Gerard Leonard Reinderhoff, Administrateur BPM Reserve-kapitein Antonie Hendrikus Colijn, asfaltspecialist Ingenieur Reserve-kapitein Willem Leopold van der Vegt en Luitenant-adjudant Jacobus Johannes Franciscus Lamers.[4][5]

    De artillerie stond onder algeheel bevel van Kapitein Marinus Jacobus Bakker en bestond uit vier kustbatterijen. Twee keer drie stuks 75 mm L. 40 geschut (1e Luitenant Johan Willem Storm van Leeuwen) was gepositioneerd bij Peningki, vier stuks 75 mm L. 55 geschut (Reserve-1e luitenant van der Zijde) bij Lingkas en tot slot vier stuks 120 mm L. 40 geschut (1e Luitenant Joseph Petrus Aloysius van Adrichem) bij Karoengan. Twee hiervan waren niet mobiel inzetbaar (Peningki en Karoengan). Hiernaast was nog een veldbatterij met drie stuks 75 mm veldgeschut aanwezig. Het luchtafweer bestond uit drie stuks 75 mm geschut (Reserve-1e luitenant Jacob Verdam) bij Lingkas en twee stuks 70 mm geschut (Reserve-luitenant Nijenhuis), eveneens bij Lingkas. Dit geheel werd aangevuld met vier stuks 40 mm, vier stuks 20 mm en twaalf stuks 12,7 mm luchtafweer.[6][7]


    75 mm Marine Kustgeschut op Tarakan, 1942 Bron: NIMH 2158_037834

    Deze grondstrijdkrachten hadden daarnaast nog twee pelotons genie (1e Luitenant Jan Willem van den Belt) en een peloton geneeskundige troepen ter beschikking. De genietroepen waren speciaal opgeleid voor vernielingsacties aan de olieinstallaties en dergelijke.

    Op het vliegveld Tarakan waren totaal drie Glenn Martin B-10 bommenwerpers van de Ie Vliegtuiggroep ML-KNIL (1e Afdeling, Ie Vliegtuiggroep, 1-VLG-I) en vier Brewster Buffalo jagers van de Ve Vliegtuiggroep ML-KNIL (1e Luitenant Philippus Anthonius Christiaan Benjamins, 1e Afdeling, Ve Vliegtuiggroep, 1-VLG-V), van de Militaire Luchtvaart KNIL (ML-KNIL), gestationeerd. Vanaf 3 januari 1941 werd een eerste patrouille van drie Glenn Martin model 139 toestellen op Tarakan gestationeerd. De IIe Patrouille van de 1e Afdeling van Vliegtuiggroep I kwam als eerste op het eiland aan en vanaf 17 januari was er constant een patrouille van drie Martin bommenwerpers van de 1e Afdeling Vliegtuiggroep I ML-KNIL of een patrouille van de Ie Vliegtuiggroep op vliegveld Tarakan aanwezig. De bommenwerpers werden echter in december 1941 overgebracht naar vliegveld Samarinda II op Borneo omdat het vliegveld Tarakan te klein werd gevonden. De kust- en zee-bewaking werd hierna overgenomen door de Marine Luchtvaartdienst (MLD) die kort daarvoor de Groep Vliegtuigen 7 (drie Dornier Do 24 vliegboten) aldaar had gestationeerd. Op 18 en 22 december 1941 zouden aanvankelijk twee patrouilles Brewster Buffalo jagers, zeven in totaal, naar Tarakan worden gezonden. Uiteindelijk kwam alleen de Ie Patrouille op 18 december aan. Vanaf 26 december 1941 werd besloten het vliegveld geheel niet meer voor militaire doeleinden te gebruiken. Men had geen radarsysteem en onvoldoende luchtafweer ter beschikking om een dergelijk vooruitgeschoven vliegveld tegen luchtaanvallen te kunnen beschermen.[8]

    De Koninklijke Marine opereerde in Nederlands-Indië met het zogenaamde Eskader in Nederlands-Indië. Voor Tarakan had men als bevelhebber Kapitein-luitenant ter zee Frederik Hendrik Vermeulen en men had op het eiland de mijnenlegger Hr. Ms. Prins van Oranje (1932) (Luitenant ter zee 1e klasse Antonie Catharinus van Versendaal), de patrouilleboten Hr. Ms. P 1 (1939), Hr. Ms. Van Masdijn (1941) en drie Dornier Do 24K vliegboten (Groep Vliegtuigen 4, Luitenant ter zee 1e klasse Bart van Voorthuizen) gestationeerd. Daarnaast bevond zich nog het loodslichtschip Tarakan (Luitenant ter zee 2e klasse H.J.A. Deijmann, voormalige G.s.s. Zwaluw van de Gouvernementsmarine) van de Gouverementsmarine bij Tarakan.[9][10][11]


    Tarakan en de verdedigingslinies Bron: Marcel Kuster / Traces of War

    De gehele verdediging van het eiland was gericht op de bescherming van de oliebronnen, dan wel de vernietiging ervan zodra Nederlandse troepen gedwongen werden het eiland te verlaten. De opstelling van de troepen werd zodanig gepositioneerd dat het havengebied in het westen van het eiland het best beschermd kon worden. Er werden een aantal verdedigingsposities ingericht. Het Lingkas Front ter bescherming van de haven, het Noordfront ter bescherming van de toegang tot het vliegveld, het Oostfront ter bescherming van het olieveld te Pamoesian, de Amal-stelling bij de rivier de Amal en tot slot verdedigingsposities rond de artillerie batterijen bij Djoeata, Peningki en Karoengan. De kustbatterijen waren zodanig gepositioneerd dat deze de toegangen tot de haven en de mijnenvelden konden controleren. Het westen van het eiland werd door dit alles beter beschermd dan de oostzijde, mede doordat men deze oostzijde minder geschikt achtte voor een invasie vanuit zee dan de westzijde. Naast dit alles waren nog zo'n 2.000 manschappen ingedeeld voor luchtbescherming, brandweer, transport en ziekenverpleging (Commandant Luchtbescherming Johannes van Dulst).[12][13]

    Definitielijst

    Artillerie
    Verzamelnaam voor krijgswerktuigen waarmee men projectielen afschiet. De moderne term artillerie duidt in het algemeen geschut aan, waarvan de schootsafstanden en kalibers boven bepaalde grenzen vallen. Met artillerie duidt men ook een legeronderdeel aan dat zich voornamelijk van geschut bedient.
    Gouvernementsmarine
    De gouvernementsmarine vloeide voort uit de Koloniale Marine in Nederlands Oost-Indië en had een civiel bestuur. De taken van de Gouvernementsmarine waren het bemannen en onderhouden van vuurtorens, bakens en boeien, zeekaartering, bevoorrading en transport van medisch personeel.
    infanterie
    Het voetvolk van een leger (infanterist).
    invasie
    Gewapende inval.
    KNIL
    Koninklijk Nederlandsch Indisch Leger (1830-1950) Benaming van het Nederlandse leger in Indonesië.

    Japanse aanvalsopzet

    Tot aan de Tweede Wereldoorlog, werden op Tarakan jaarlijks 6 miljoen vaten olie geproduceerd. Deze hoeveelheid was gelijk aan 16% van de Japanse behoefte aan olie. Toen Japan dan ook besloot de invloed in de zuidelijke Pacific en de Nederlands-Indische archipel te vergroten, werd Tarakan één van de belangrijkste doelen.[14]

    De Japanse invasiemacht voor Tarakan was opgebouwd rond de troepen, geleid door Sho-so (Generaal-Majoor) Shizuo Sakaguchi, het zogenaamde Sakaguchi Detachement of ook wel de Sakagoetsji-Brigade. Dit detachement was opgebouwd uit een linker en een rechter vleugel. De linker vleugel, onder bevel van Tai-sa (Kolonel) Kyohei Yamamoto, was opgebouwd uit het 1e Bataljon van het Japanse 146e Infanterie Regiment, ondersteund door de 2 Kure Kaigun Tokubetsu Rikusentai (2e Kure Speciale Marine Landingseenheid), een batterij artillerie en antitank geschut, een compagnie genie, een medische eenheid en een communicatie eenheid. De linker vleugel, onder bevel van Tai-sa (Kolonel) Kenichi Kanauji, bestond uit het 2e Bataljon van het Japanse 146e Infanterie-Regiment, ondersteund door een batterij artillerie en anti-tank geschut, een peloton genie en een communicatie eenheid. Ter ondersteuning van beide groepen had men de beschikking over het Japanse 56e Regiment Hoofdkwartier, het Japanse 65e Regiment Pantsereenheid, het Japanse 1e Veldartillerie Bataljon en het Japanse 44e Luchtafweer Bataljon.[15][16]

    De grondtroepen zouden worden aangevoerd door schepen van de Westelijke Aanvalseenheid onder bevel van Sho-sho (Schout-bij-Nacht) Shoji Nishimura met als vlaggenschip de Lichte-kruiser Naka (1925). Deze vloot bestond naast de Naka uit het Japanse 4e Torpedobootjagerflottielje onder bevel van Nishimura zelf, met de Japanse 2e Torpedobootjagerdivisie (Harusame (Dai-69), Samidare (Dai-70) en Yudachi (Dai-68)), de Japanse 9e Torpedobootjagerdivisie (Asagumo (Dai-81), Minegumo (Dai-82) en Natsugumo (Dai-80)) en de Japanse 24e Torpedobootjagerdivisie (Umikaze (Dai-71), Kawakaze (Dai-73), Yamakaze (Dai-72) en Suzukaze (Dai-74)). Deze torpedobootjagers beschermden de transportvloot met een 1st Echelon (s.s. Tsuruga Maru (1916), s.s. Liverpool Maru (1919), s.s. Hiteru Maru (1941), s.s. Hankow Maru (1919), s.s. Ehime Maru (1938), s.s. Kunikawa Maru (1937) en m.s. Kano Maru (1933)) en een 2nd Echelon (s.s. Havana Maru (1920), s.s. Teiryu Maru (1940), s.s. Kuretake Maru (1928), s.s. Nichiai Maru (1938), s.s. Kagu Maru (1937), s.s. Kunitsu Maru (1937) en s.s. Rakuto Maru (1935)). Luchtbescherming werd geleverd door de luchtgroep onder leiding van Dai-sa (Kapitein-ter-Zee) Takamasa Fujisawa met de vliegtuigmoederschepen m.s. Sanyo Maru (1930) en m.s. Sanuki Maru (1939). Voor het vegen van mijnen, de aanleg van marinebases enzovoorts stond de Basiseenheid onder leiding van Sho-sho (Schout-bij-Nacht) Sueto Hirose, aan boord van de mijnenlegger Itsukushima (1929), ter beschikking met de Japanse 2e Basis Eenheid (Dai 36-Go shokaitei (1940), Dai 37-Go shokaitei (1940) en Dai 38-Go shokaitei (1940)), de Japanse 11e Mijnenveegdivisie (Mijnenvegers W 13 (1933), W 14 (1933), W 15 (1934) en W 16 (1934)), de Japanse 30e Mijnenvegerdivisie (W 17 (1935) en W 18 (1935)) en de Japanse 31e Onderzeebootjagerdivisie (Ch-10, Ch-11 en Ch-12).[17]

    Het Japanse aanvalsplan was gebaseerd op een tweevoudige aanval aan de oostzijde van het eiland. Deze werd verdeeld in de eerder genoemde linker en rechter vleugels. De rechter vleugel onder bevel van Yamamoto zelf diende te landen op de kust bij de monding van de Amal rivier. Vervolgens diende deze troepen westwaarts op te rukken naar de olievelden van Pamoesian en deze innemen. Daarna zouden de troepen Lingkas in moeten nemen en de havenfaciliteiten veilig moeten stellen. De linker vleugel moest landen bij Tandjoeng Batoe, meer naar het zuiden. Deze groep diende de Peningki en Karoengan batterijen buiten gevecht te stellen en op te rukken naar Lingkas. De 2e Kure Landingseenheid diende zich dan op het vliegveld te richten terwijl de rest van deze groep Gunung Cangkol, de Djoeata olievelden en de Djoeata batterij moesten veroveren. Zodra het Japanse keizerlijke leger de situatie op de grond onder controle zou hebben, diende men het eiland over te dragen aan de Keizerlijke Marine en zichzelf voor te bereiden op landingen bij Balikpapan op Borneo.[18][19]

    Definitielijst

    artillerie
    Verzamelnaam voor krijgswerktuigen waarmee men projectielen afschiet. De moderne term artillerie duidt in het algemeen geschut aan, waarvan de schootsafstanden en kalibers boven bepaalde grenzen vallen. Met artillerie duidt men ook een legeronderdeel aan dat zich voornamelijk van geschut bedient.
    Brigade
    Bestond meestal uit twee of meer Regimenten. Kon onafhankelijk of als een deel van een Divisie dienen. Soms waren ze deel van een Korps in plaats van een Divisie. In theorie bestond een Brigade uit 5.000 - 7.000 man.
    Infanterie
    Het voetvolk van een leger (infanterist).
    kruiser
    Snelvarend oorlogsschip van 8000-15000 ton, geschikt voor diverse taken als verkenning, verkenningsafweer en konvooibescherming.
    Regiment
    Onderdeel van een divisie. Een divisie bestaat uit een aantal regimenten. Bij de landmacht van oudsher de benaming van de grootste organieke eenheid van één wapensoort.

    De invasie

    Aldus stonden op 11 januari 1942 twee krijgsmachten tegenover elkaar waarvan de Japanse aanvallende macht een overwicht had van ca. 6.600 manschappen tegenover een verdediging van ca. 1.365 manschappen. De aanvalsvloot werd al op 10 januari 1942 door een Dornier Do 24K vliegboot ontdekt. Nadat deze dit rapporteerde, gaf Luitenant-kolonel Simon de Waal direct opdracht de olieinstallaties op het eiland te vernietigen. De genietroepen gingen hier voortvarend mee aan de slag en nog voordat ook maar één Japanse militair voet aan wal had gezet, waren installaties vernietigd en stonden oliebronnen in brand. Dezelfde dag werden zes Glenn Martin B-10 bommenwerpers, geëscorteerd door twee Brewster Buffalo jagers op de invasievloot afgestuurd. Zij wisten geen schepen te raken maar één Japans Mitsubishi F1M drijvervliegtuig werd neergeschoten door de Brewster Buffalo's. Ook één Glenn Martin bommenwerper (M-547 gevlogen door piloot H. G. Bouwens) ging echter verloren. Het op ca. 25 km ten oosten van Tarakan gelegen Loodslichtschip Tarakan (ex G.s.s. Zwaluw (1882)) rapporteerde rond 9.00 uur dat het werd aangevallen door vliegtuigen. De kustwacht van Tandjong Batoe kon even later berichten dat het lichtschip in brand stond. Een poging om met de BPM motorboot Parsifal hulp aan het lichtschip te bieden liep op niets uit. De motorboot werd aangehouden door Japanse marineschepen.[20][21][22]

    Op 11 januari om 03.00 uur ontdekte Sergeant-majoor C.P.E. Spangenberg, bij de versterkingen rond de monding van de Amal rivier, de eerste landingsvaartuigen die het eiland naderden. De oostelijke nadering verraste de Nederlandse verdediging aangezien de meest strategische posities zich in het westen van het eiland bevonden. Lange tijd bleef het dan ook onduidelijk of de landingen in het oosten van het eiland de hoofdaanval was of een afleidingsmanoeuvre. Zelfs toen verder naar het zuiden de tweede landing werd geconstateerd twijfelde men nog.[23][24][25]

    De rechter vleugel van de Japanse aanval ging uiteindelijk zes kilometer te ver noordelijk aan land. Zij hadden de branden bij het Gunung Cangkol olieveld aangezien voor het verder zuidelijk gelegen Lingkas olieveld. Rond 05.00 uur bereikten de Japanse troepen de monding van de Amal rivier en omsingelden de troepen van Sergeant-majoor Spangenberg. Met een deel van zijn troepen wist hij de omsingeling te doorbreken en een nieuwe linie op te bouwen nabij de Pamoesian rivier. De posities van Sergeant-majoor Spangenberg werden de basis voor de nieuwe verdedigingslinie, waarbij het bevel werd overgenomen door Kapitein Saraber. De zich terugtrekkende troepen werden dan ook naar deze positie gedirigeerd. De machinegeweercompagnie van Kapitein Everaars en de infanteriecompagnie van Kapitein F. Treffers kwamen deze positie versterken. De Japanse rechter vleugel trok ondertussen op in de noordelijke richting van de olievelden en liep vervolgens vast op artillerie- en mortiervuur van de compagnie infanterie van Kapitein A.C. Saraber. Kapitein Treffers trachtte ondertussen met zijn compagnie een tegenaanval op de Japanse posities te ondernemen, maar liep zelf hierbij ook vast.[26][27][28]

    Gedurende 11 januari 1942 lukte het de Geallieerden om een eenheid van zeven Boeing B-17 bommenwerpers en drie Glenn Martin B-10 bommenwerpers op de Japanse invasiemacht af te sturen. Door het slechte weer wisten zij geen treffers te plaatsen en één Boeing B-17 werd neergeschoten door een Japanse Mitsubishi A6M Zero.[29][30]

    Bij het vallen van de avond op 11 januari leek het front aan deze rechter flank van de Japanse aanval vast te lopen. Bij het invallen van de nacht trachtten zowel de Nederlanders als de Japanners de vijandelijke linies te doorbreken wat van beide kanten mislukte. Luitenant-Kolonel de Waal besloot om de volgende dag, 05.15 uur op 12 januari, een tegenoffensief te lanceren met alle tot zijn beschikking staande troepen. Yamamoto trok echter als eerste zelf het initiatief naar zich toe. In een reeks nachtelijke aanvallen lukte het de Japanners de Nederlandse posities te overlopen. Veel Nederlanders, waaronder de officieren Bakker, van den Belt en Treffers, werden hierbij door de Japanners gedood tijdens de strijd, maar ook na overgave. Het lukte de Japanse aanvallers echter niet om het Nederlandse hoofdkwartier te veroveren. De situatie in dit gedeelte van het front werd echter met het uur riskanter en om 07.30 uur besloot de Waal te capituleren. Er werd overeen gekomen dat de capitulatie van de Nederlandse troepen om 08.20 uur op 12 januari 1942 zou plaatsvinden.[31][32]

    Het lukte ondertussen in de avond van 11 januari 1941 om de Nederlandse onderzeeboot Hr. Ms. K X, de patrouilleboot Hr. Ms. P 1 (1939) en de BPM schoener Aida om te ontsnappen aan de Japanners. Ook de Nederlandse mijnenveger Hr. Ms. Prins van Oranje (1932) trachtte te ontsnappen maar werd om 21.57 uur gesignaleerd door de Japanse torpedobootjager Yamakaze (Dai-72) en de Dai 38-Go shokaitei (1940). Beide schepen volgden het Nederlandse schip en om 23.22 uur wisselden de Japanse schepen en de Nederlandse mijnenveger de eerste schoten met elkaar. De Yamakaze bleek beter ingeschoten en wist de Prins van Oranje al snel te treffen. Binnen 10 minuten was het Nederlandse schip gezonken, waarbij 102 van de 118 opvarenden om het leven kwamen. De commandant van de Prins van Oranje, Luitenant-ter-Zee 1e Klasse Anthonie Catharinus van Versendaal was één van de doden en ontving later postuum de Bronzen Leeuw voor zijn inzet en verzet.[33][34]

    De linker vleugel van de invasie was ondertussen om 04.00 uur op geland bij Tandjoeng Batoe. Hier trokken ze gelijk de jungle in en liepen hier vast op de vegetatie. Ze konden gemiddeld 100 meter per uur oprukken en raakten volledig gedesoriënteerd. Bevelhebber de Waal had ondertussen aan Nederlandse zijde diverse eenheden deze richting op gezonden vanaf de Kaorengan en Peningki batterijen. Kapitein Bendeler trok met zijn eenheid in de nacht van 11 januari eveneens de Jungle in en raakte ook gedesoriënteerd. Zo kwamen de Nederlandse en Japanse troepen elkaar tegen in de jungle. Volledig overrompeld gaven de Nederlanders zich al snel over. De meeste gevangenen werden geëxecuteerd op Bendeler en een aantal officieren na. Op 12 januari kwam Kapitein Marinus Jacobus Bakker tijdens gevechten om het leven. Ondanks de Japanse overwinning, lukte het de Japanners niet om de kustbatterijen te bereiken en deze in te nemen.[35][36][37]


    De invasie van Tarakan Bron: Marcel Kuster / Traces of War

    De Geallieerden wisten op 12 januari 1942 een eenheid van twaalf Glenn Martin B-10 bommenwerpers op de Japanse vloot af te sturen. Ondanks dat onderweg drie bommenwerpers moesten terugkeren, lukte het de Japanse vloot aan te vallen. Twee transportschepen en een torpedobootjager raakten beschadigd en twee Mitsubishi F1M drijvervliegtuigen werden neergeschoten. Eén Glenn Martin bommenwerper (mogelijk M-552 met telegrafist Karel Breton, Sergeant Majoor Vlieger Edo Stefan Fimmen) ging verloren.[38][39]

    Door de gebrekkige communicatie op het eiland tussen de diverse Nederlandse eenheden, waren de kustbatterijen te Karoengan en Peningki ten tijde van de Nederlandse overgave nog steeds actief. De Japanse bevelhebber Sakaguchi constateerde dit en waarschuwde troepen er voor dat in het zuiden van het eiland blijkbaar Nederlandse troepen nog niet op de hoogte waren van de vastgestelde overgave. Hij adviseerde dan ook voorzichtig te werk te gaan bij het benaderen van deze eenheden.[40]

    Op 13 januari 1942 vielen maar liefst vijftien Glenn Martin B-10 bommenwerpers de Japanse vloot aan. Eén toestel moest onderweg terugkeren en één werd er terug geroepen. Een lichte kruiser (waarschijnlijk Naka (1925)) en het vliegveld van Tarakan raakten beschadigd. Vijf Glenn Martin B-10 bommenwerpers (onder andere M-581 met Reserve-Eerste Luitenant-vlieger Romke Steensma, A.O.O. vlieger Klaas Troost, Soldaat leerling vlieger Sipke Wijbenga, Korporaal Telegrafist Bartoldus Atnonius Willy Hagenstein, Reserve 1e Luitenant Vlieger Romke Steensma, Milicien Sergeant Streefkerk, M-603, M-5103 met telegrafist Gerrit Aalvink, Sergeant bommenrichter Cornelis Helmuth Wendeline Hesselman en Sergeant-vlieger Imko Harminus Boltjes) gingen bij deze operatie verloren. Het is nog onduidelijk welke overige toestellen verloren gingen en wie precies aan boord van welk vliegtuig zich bevond. Op 13 januari 1941 kwamen echter aan boord van een Glen Martin B-10 bommenwerper om het leven Sergeant vlieger Willy Calicher, 1e Luitenant vlieger waarnemer Benno Diepering, sergeant vlieger H.M. Dubourcq, Richard Henri Kilian, Sergeant vlieger Lodewijk Franciscus Wilhelmus Johannes Kloet, radiotelegrafist Albertus Nicolaas, sergeant monteur Leendert van den Nieuwendijk, 2e Luitenant vlieger Ludwig Napoleon Volkert en milicien sergeant bommenrichter Hendrik Johan Wolvekamp[41][42]

    Definitielijst

    artillerie
    Verzamelnaam voor krijgswerktuigen waarmee men projectielen afschiet. De moderne term artillerie duidt in het algemeen geschut aan, waarvan de schootsafstanden en kalibers boven bepaalde grenzen vallen. Met artillerie duidt men ook een legeronderdeel aan dat zich voornamelijk van geschut bedient.
    capitulatie
    Overeenkomst tussen strijdende partijen met betrekking tot de overgave van een land of leger.
    Geallieerden
    Verzamelnaam voor de landen / strijdkrachten die vochten tegen Nazi-Duitsland, Italië en Japan gedurende WO 2.
    infanterie
    Het voetvolk van een leger (infanterist).
    invasie
    Gewapende inval.
    kruiser
    Snelvarend oorlogsschip van 8000-15000 ton, geschikt voor diverse taken als verkenning, verkenningsafweer en konvooibescherming.
    torpedobootjager
    (Engels=destroyer) Zeer lichtgebouwd, snel en wendbaar oorlogsschip, bestemd om door verrassingsaanvallen grote vijandelijke schepen met de torpedo tot zinken te brengen.

    Nasleep

    De waarschuwing van Sakaguchi, immers een legerkommandant, werd door de Keizerlijke Japanse marine genegeerd. Om 12.00 uur op 12 januari, trokken zes Japanse mijnenvegers het Mengacu kanaal binnen om mijnen te gaan vegen. Zodra mijnenveger W-13 binnen bereik van de Nederlandse kustbatterij van Karoengan kwam, opende deze het vuur op het schip. Al bij het derde salvo werd het Japanse schip geraakt en probeerde te ontkomen. Direct daarop verlegde de Nederlandse artillerie het vuur op de volgende mijnenveger, W-14. Ook dit schip werd diverse malen geraakt. Even later raakte de W-14 een mijn en om 12.05 uur zonk het schip. Het Nederlandse kustgeschut verlegde het vuur vervolgens weer naar de W-13 en dit schip zonk om 12.15 uur. Naast de twee mijnenvegers werd ook nog een Japans landingsschip tot zinken gebracht.[43][44][45][46]

    Bij dit voorval kwamen 156 Japanse opvarenden om het leven waaronder de bevelhebber van de 11e Mijnenvegerdivisie, Wakito Yamakuma. De overige mijnenvegers trokken zich vervolgens terug. Pas op 13 januari 1942 lukte het Japanse troepen om 17.10 uur de Karoengan batterij in te nemen.[47][48][49]

    Op 13 januari 1942 had het Sakaguchi Detachement al de doelen bereikt en werden gevangenen en het bevel op 14 januari over het eiland overgedragen aan de Keizerlijke Marine. Het detachement had volgens eigen rapporten zeven doden en 35 gewonden te betreuren. Het zou tot juni 1942 duren voordat alle olie installaties op het eiland weer in gebruik konden worden genomen. Aan Japanse zijde vielen bij de landtroepen acht doden en 38 gewonden. De Japanse Marine telde echter de meeste slachtoffers, 247. Aan Nederlandse zijde werden 300 militairen gedood tijdens de strijd. 871 militairen werden gevangen genomen. Een aantal Nederlandse militairen wist te ontkomen en verborgen zich in de jungle. Zij werden uiteindelijk allen gevangen genomen. Sergeant-majoor Spangenberg was één van hen en wist tot 20 maart 1942 uit handen van de Japanners te blijven tot ook hij gevangen werd genomen.[50][51][52]

    Nadat de Japanse marine het bevel op het eiland hadden overgenomen, werden op 19 januari 1942, 215 Nederlandse krijgsgevangenen gedwongen het strand bij Karoengan op gemarcheerd. Als vergelding voor het tot zinken brengen van de mijnenvegers W-13 en W-14 werden zij allen geëxecuteerd. Over de vorm van executie doen verschillende verhalen de ronde, er waren echter geen overlevenden. Het meest gangbare verslag verhaalt dat de gevangenen aan boord van een schip werden geladen en met vastgebonden handen, al dan niet na doorboord te zijn door een bajonet, op dezelfde locatie als waar de Japanse schepen waren gezonken van boord waren gegooid.[53][54]


    Japanse militair bewaakt olieinstallaties op Tarakan na de strijd Bron: Public Domain (onbekend)

    Op 12 februari 1942 werd de havenmeester van Tarakan stad, Luitenant-ter-Zee titulair Pieter de Jonge geëxecuteerd in de Tarakan gevangenis. Zijn executie was een represaille voor de vernieling van de olie-installaties op het eiland en in de haven.

    Definitielijst

    artillerie
    Verzamelnaam voor krijgswerktuigen waarmee men projectielen afschiet. De moderne term artillerie duidt in het algemeen geschut aan, waarvan de schootsafstanden en kalibers boven bepaalde grenzen vallen. Met artillerie duidt men ook een legeronderdeel aan dat zich voornamelijk van geschut bedient.
    bajonet
    Steekwapen dat voor man-tot-man gevechten op het geweer geplaatst kan worden.

    Epiloog

    De overgave van Tarakan resulteerde in een aantal van 42.000 Nederlandse en inheemse krijgsgevangenen en burger geïnterneerden. De bevelhebber van de Nederlandse troepen op Tarakan, Luitenant-Kolonel Simon de Waal werd eveneens krijgsgevangen gemaakt. Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog kwam hij vrij en werd tijdens de Indonesische vrijheidsoorlog, de territoriaal bevelhebber van Nederlandse troepen op Centraal Java. Voor zijn inzet tijdens de strijd om Tarakan, werd hem in 1948 de Militaire Willemsorde 4e Klasse verleend.[55]

    Tussen 12 januari 1942 en 12 oktober 1942 werden de Nederlandse krijgsgevangenen op Tarakan verzameld in een interneringskamp. Tarakan telde qua militaire locaties een vliegveld, een Infanterie- en een Artillerie-kampement van het KNIL. Beide kampementen bevonden zich nabij de hoofdplaats Tarakan. Op 12 januari om 12.00 uur moesten alle militairen zich verzamelen in hun kazernes om vervolgens te worden overgebracht naar het Infanterie-kampement. Totaal werden ca 1.250 krijgsgevangenen hier verzameld waarbij ze met 6 tot 9 manschappen werden opgesloten in ruimten van 25 bij 4 meter. Later werden de krijgsgevangenen overgebracht naar kampementen elders in de archipel of in de Pacific.[56]

    De gevangengenomen Chef Staf van de Waal, Kapitein Reinderhoff, werd na de capitulatie samen met B.P.M. Administrateur Reserve Kapitein Colijn gedwongen door de Japanse bevelhebber om met een motorsloep, onder bewaking van Japanse militairen, gedwongen naar Balikpapan op Borneo te varen om aldaar een ultimatum af te geven aan het Nederlandse Garnizoen. Onderweg lukte het hen om de Japanse bewakers te overmeesteren. Onderweg naar vrijheid werden ze door een Nederlandse vliegboot opgemerkt en opgepakt. Ingevlogen naar Balikpapan brachten ze verslag uit over het gebeuren op Tarakan. De Garnizoenskommandant van Balikpapan, Luitenant-kolonel C. van den Hoogenband, besloot hierop alle olie installaties te vernietigen. Reinderhoff en Colijn werden later onderscheiden met de Bronzen Leeuw. Reinderhoff lukte het later om Australië te bereiken. Colijn viel alsnog in Japanse handen en overleed in krijgsgevangenschap.

    Al vanaf 16 januari 1942 was het vliegveld Tarakan operationeel en werd het ingezet bij de invasie te Balikpapan. Tarakan zou tot 1 mei 1945 door Japanse troepen bezet blijven. Op die dag vielen tijdens Operatie Oboe One Australische, Amerikaanse en Nederlandse troepen het eiland aan. Tot augustus 1945 zouden Japanse troepen nog verzet bieden op het eiland.

    Noten

    1. Militaire Spectator 118, 1949, pag. 198-199
    2. Nortier, 1980, pag. 303
    3. Militaire Spectator 118, 1949, pag. 198
    4. Nortier, 1980, pag. 303-305
    5. Militaire Spectator 118, 1949, pag. 199
    6. Nortier, 1980, pag. 303-305
    7. Militaire Spectator 118, 1949, pag. 199
    8. Boer, 1987, pag. 119-120, 123-130
    9. Lohnstein, 2021, pag. 39
    10. Militaire Spectator 118, 1949, pag. 199-200, 202
    11. Nortier, 1980, pag. 305
    12. Nortier, 1980, pag. 305,307-309
    13. Sprong, 2018, pag. 20
    14. Nortier, 1980, pag. 303
    15. Remmelink, 2015, pag. 175
    16. Sprong, 2018, pag. 20
    17. Remmelink, 2018, pag. 126
    18. Remmelink, 2015, pag. 175
    19. Remmelink, 2018, pag. 130
    20. Boer, 1987, pag. 160
    21. Nortier, 1980, pag. 311
    22. Stille, 2020, pag.67
    23. Militaire Spectator 118, 1949, pag. 203
    24. Nortier, 1980, pag. 311-312
    25. Remmelink, 2015, pag. 177
    26. Remmelink, 2015, pag. 177
    27. Nortier,1980, pag. 312-315
    28. Militaire Spectator 118, 1949, pag. 205
    29. Boer, 1987, pag. 160
    30. Stille, 2020, pag.67
    31. Remmelink, 2015, pag. 177-178
    32. Nortier, 1980, pag. 316
    33. Womack, 2016, pag. 113
    34. Remmelink, 2018, pag. 143
    35. Remmelink, 2015, pag. 178
    36. Nortier, 1980, pag. 313
    37. Lohnstein, 2021, pag. 39
    38. Stille, 2020, pag.67
    39. Boer, 1987, pag. 160
    40. Womack,2016, pag. 114
    41. Boer, 1987, pag. 160
    42. Stille, 2020, pag.67
    43. Womack, 2016, pag. 114
    44. Remmelink, 2018, pag. 140-141
    45. Remmelink, 2015, pag. 178
    46. Lohnstein, 2021, pag. 39
    47. Remmelink, 2018, pag. 142
    48. Remmelink, 2015, pag. 178
    49. Lohnstein, 2021, pag. 39
    50. Remmelink, 2018, pag. 145
    51. Nortier, 1980, pag. 312, 317-319
    52. Lohnstein, 2021, pag. 39
    53. Sprong, 2018, pag. 23
    54. Lohnstein, 2021, pag. 39
    55. Sprong, 2018, pag. 8,16, 21
    56. Dulm, 2000, pag. 113-114

    Definitielijst

    Artillerie
    Verzamelnaam voor krijgswerktuigen waarmee men projectielen afschiet. De moderne term artillerie duidt in het algemeen geschut aan, waarvan de schootsafstanden en kalibers boven bepaalde grenzen vallen. Met artillerie duidt men ook een legeronderdeel aan dat zich voornamelijk van geschut bedient.
    capitulatie
    Overeenkomst tussen strijdende partijen met betrekking tot de overgave van een land of leger.
    Infanterie
    Het voetvolk van een leger (infanterist).
    invasie
    Gewapende inval.
    Oboe
    Geailleerd radar geleide systeem, geïntroduceerd begin 1943, om bommenwerpers naar hun doel te leiden. Werkte met echo's die door het toestel zelf werden uitgezonden en daardoor was het toestel door de vijand uit te peilen. Werkte met 2 grond stations, de CAT, die vaststelde of het toestel op koers vloog en MOUSE die aangaf of het toestel boven het doel was aangekomen. Nadelen waren de beperkte reikwijdte (270 mile) en het feit dat toestellen uit te peilen waren. Werd vanwege de nadelen vooral voor Pathfinder Mosquito toestellen gebruikt.

    Bronnen

    • De strijd op het eiland Tarakan in Januari 1942, Officiële mededelingen van het Koninklijk Nederlandsch Indonesisch Leger, Militaire Spectator 118, 1949
    • NORTIER, J.J., Tarakan januari 1942: een gevecht uit de vergeten oorlog, Militaire Spectator 149–7, 1980
    • SPRONG, van der, W.M., Major General Simon de Waal, ‘the Hero of Tarakan’ and Territorial Commander of Central Java, a study on the role of one of the most important Dutch commanders in the Indonesian war of independence 1945-1949, Master Study, Utrecht University, 2018