Onder de Canadese soldaten die actief waren tijdens de bevrijding van Europa en Oost-Azië waren mogelijk enkele duizenden Indianen. Ongeveer 150 van hen zijn in Europa of het Verre Oosten gesneuveld. We spoorden twee Indianen op die in mei 1995 in het kader van de viering van vijftig jaar bevrijding naar Nederland waren gekomen. De Ojibwe Indiaan Edward Commanda en Archie Hodgson, een in West-Canada geboren Slavey (een volk uit het Hoge Noorden). Beiden droegen in 1945 als soldaten bij aan de bevrijding van Nederland.
Onder de Canadese soldaten die actief waren tijdens de bevrijding van Europa en Oost-Azië waren mogelijk enkele duizenden Indianen. Ongeveer 150 van hen zijn in Europa of het Verre Oosten gesneuveld. We spoorden twee Indianen op die in mei 1995 in het kader van de viering van vijftig jaar bevrijding naar Nederland waren gekomen. De Ojibwe Indiaan Edward Commanda en Archie Hodgson, een in West-Canada geboren Slavey (een volk uit het Hoge Noorden). Beiden droegen in 1945 als soldaten bij aan de bevrijding van Nederland.
Dit is een passage van 'The Story of the 23rd Hussars 1940-1946' dat gepubliceerd werd in 1946. Dit verhaal gaat over de bevrijding van Stiphout en Helmond tussen 22 en 25 september 1944.
De historische beschrijving van Dabrowski Dionizy op de volgende pagina, kreeg STIWOT toegezonden via Laura, de kleindochter van de Poolse veteraan Dabrowski Dionizy. Zij is voor haar grootvader op zoek naar mensen die getuige zijn geweest van onderstaande gebeurtenis. Dit vooral om te voorkomen dat bepaalde beschrijvingen over de geschiedenis verkeerd in geschriften worden opgenomen. Wij hebben de tekst origineel overgenomen om geen enkele essentie ervan verloren te laten gaan.*
Hier volgt een gedeelte uit het dagboek van Date Pettinga, geboren op 27 juni 1916 te Oldehove. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was hij in Nederlands-Indië gelegerd en nam hij deel aan de strijd tegen de Japanners. Hij was in 1936 als dienstplichtige opgenomen in het 12e Regiment Infanterie en ging in 1937 met groot verlof met de rang van korporaal. In 1939 keerde hij terug in het leger met de rang van soldaat. Als fuselier diende hij in 1940 in Bandoeng op West-Java om datzelfde jaar overgeplaatst te worden naar het 1e Bataljon Infanterie te Magelang op Midden-Java.
Dit is een op het eerste gezicht gewoon persoonlijk verhaal over vriendschap en verdriet tijdens en vlak na de Tweede Wereldoorlog en de reactie van een vader, die na de oorlog hoort hoe zijn zoon tijdens de Slag in de Javazee was omgekomen.
Hieronder volgen de herinneringen van General of the Army Dwight Eisenhower, de geallieerde opperbevelhebber, over de capitulatie-onderhandelingen in mei 1945 die plaatsvonden in het Supreme Headquarters Allied Expeditionary Force (SHAEF) in Reims. Toen Grossadmiral Karl Dönitz, na de zelfmoord van Adolf Hitler conform Hitlers politiek testament tot Reichspräsident was benoemd, liet hij direct bij de geallieerden informeren naar de voorwaarden waaronder de Duitse strijdkrachten zich konden overgeven. Dönitz weigerde echter in eerste instantie om in te stemmen met een onvoorwaardelijke capitulatie.
Florentinus Anthonius "Floor" van Cleemputte werd geboren in Terneuzen op 28 september 1907 als buitenechtelijk kind. Zijn moeder was C.A. van Hecke en zijn stiefvader heette P.H. van Cleemputte. In 1925 heerste grote werkloosheid en Floor kon alleen een baantje krijgen als timmerman en wagenmaker, maar dat leverde slechts 12 cent per uur op. Floor voelde zich ongewenst en wilde weg uit het gezin Van Cleemputte. Hij was vastbesloten zich te bewijzen.
Deze foto's uit het fotoalbum van Reserve 2e Luitenant Max Lahm lijken allemaal gemaakt te zijn in of om Neerkant. De foto's zijn vermoedelijk gemaakt in 1939, tijdens de mobilisatie in Nederland. Het I bataljon, 27e Regiment Infanterie (I-27.R.I.) had daar haar hoofdkwartier alvorens dit te verhuizen naar boerderij Nachtegaal aan de huidige Wittedijk 18 in Deurne. Het bataljon was in de Peel in Noord-Brabant verantwoordelijk voor het verdedigen van een deel van de Peel-Raamstelling. Deze stelling was de derde verdedigingslinie achter de grens met Duitsland en de Maaslinie, achter de rivier de Maas.
Fred Seiker werd geboren in Rotterdam in Nederland in 1915. Zijn lagere school en verdere opleiding werden in Rotterdam voltooid hetgeen uiteindelijk leidde tot een plaatsing op de Rotterdamse Zeevaartschool voor Machinisten. Hij diende in de Nederlandse Koopvaardij voor en tijdens de oorlog. In vredestijd was hij aangemonsterd op schepen die voornamelijk voeren op het Verre Oosten, Zuid Afrika, Canada en de Oostkust van de USA. In oorlogstijd voer hij op de Noord Atlantische routes en tussen het Verre Oosten en de UK.
George Aylmore woont in Perth, West Australië met zijn vrouw Margaret. Hij heeft het volgende verhaal op papier gezet voor zijn vliegclubblaadje als reactie op het herhaalde aandringen van zijn ‘jongens van de Sports Aircraft Club in Serpentine’ om hen te vertellen over zijn ervaringen bij het Bomber Command. George heeft recentelijk, in 2003, het vliegen in zijn Tiger Moth opgegeven, op de leeftijd van 80 jaar.
George Wilson diende in het 7th Battalion, Seaforth Highlanders, 15th (Scottish) Infantry Division. In oktober 1944 was zijn divisie betrokken bij de bevrijding van Tilburg. Na die bevrijding werd het naar het oosten gestuurd, naar De Peel. Op 27 oktober lanceerden Duitse troepen een tegenaanval. De 15th Scottish Division werd vanuit Tilburg gestuurd om te helpen bij het afslaan van deze aanval. Dit is waar George Wilson het verhaal oppikt.
Gerard Johan Lugt werd op 9 augustus 1917 geboren in Amsterdam en groeide op in Amsterdam en Bussum. Na zijn schooltijd en het vervullen van zijn militaire dienstplicht studeerde Gerard vliegtuigbouwtechniek aan het Loughborough College in Engeland.
In september 1939 werd Gerard opgeroepen wegens de algehele mobilisatie. Omdat hij echter in het buitenland studeerde mocht hij in februari 1940 terugkeren naar het College.
Het hierop volgende ooggetuigenverslag is ongeveer 20 jaar geleden geschreven door Gifford B. Doxsee. Deze in 1924 geboren Amerikaan diende tijdens de Tweede Wereldoorlog in de 106th Infantry Division. Aanvankelijk was het de bedoeling dat deze divisie een rustige sector aan het front zou krijgen. Kort nadat deze divisie aan het front verscheen, lanceerden de Duitsers in december 1944 hun welbekende Ardennenoffensief. Dit verslag zal hoofdzakelijk gaan over de belevenissen van Mr. Doxsee tijdens het Ardennenoffensief en zijn periode als krijgsgevangene.
Op 6 mei 1940 trad H. Romers in dienst bij de School voor Dienstplichtige Onderofficieren-administrateur te Middelburg. Tussen 6 mei en 26 mei hield hij in een agenda aantekeningen bij van zijn ervaringen en gebeurtenissen tijdens die woelige meidagen.
Hier volgt het verhaal van Hans de Leeuw over zijn ervaringen in dienst van de Prinses Irene Brigade.
Mei 1945 kan gezien worden als een breuklijn in de geschiedenis van Nederland. De oorlog was officieel afgelopen, maar de gevolgen ervan waren, en zijn nog steeds zichtbaar. In het verhaal komt dat ook duidelijk naar voren; aan de ene kant het geluk, herwonnen vrijheid, de feesten, maar aan de andere kant de verwoesting, de tragische verhalen, honger, gebrek aan alles, de dood in al zijn vormen. Met het vertrekken van de Duitse soldaten uit ons land, vertrokken de onderdrukkers. De bevrijders kregen een warm welkom. In dit verhaal lopen die twee zaken door elkaar heen.
Vanaf 2016 kwamen feiten naar voren over de schending van de oorlogsgraven in de Javazee. De daar aanwezige resten van de schepen en de bemanningsleden die in de slag in de Javazee in 1942 ten onder zijn gegaan, tegen de goede gewoonte om een zeemansgraf niet te schenden in, op illegale wijze verdwenen. Daardoor is onderzoek nu en in de toekomst naar de precieze feiten van toen vele malen minder makkelijk.
Soldaat Ivor Rowberry diende tijdens de Slag om Arnhem in september 1944 bij het South Staffordshire Regiment. Tijdens deze gevechten werd hij echter op 22 september gedood, maar nét voor zijn vertrek vanuit Engeland, schreef hij de volgende afscheidsbrief aan zijn moeder.
Het verhaal van Fred Seiker en zijn tekeningen kunnen worden gevonden op: Fred Seiker, Opdat Wij Nooit Vergeten.
Hier volgt een waar gebeurd verhaal, geschreven door ‘Engineman’ Louis Caldwell Gray (geboren in 1922 in South Shields), over een man en zijn schip dat ingezet werd op de kust van Arromanches de nacht vóór D-Day, 6 juni 1944.
Het hierop volgende ooggetuigenverslag is geschreven door Malcolm D. Brannen. Hij werd als luitenant van het 508th Parachute Infantry Regiment van de 82nd Airborne Division gedropt tijdens D-Day, 6 juni 1944. Het verslag bevat zijn herinneringen aan de eerste vier dagen van de strijd in Normandië. De webmaster van www.508pir.org heeft dit verslag ter vertaling beschikbaar gesteld aan Go2War2.nl, waarvoor nogmaals onze hartelijke dank.
Dit zijn de oorlogservaringen van Reserve 2e Luitenant Max Lahm, Commandant Verbindingsafdeling, I Bataljon, 27e Regiment Infanterie. Hij schreef deze teksten ergens rond 1990. Er zijn drie versies, die in sommige delen veel overlappen. Wij hebben ze samengevoegd tot onderstaande tekst. De originele teksten en schrijfwijzes zijn zo veel mogelijk intact gelaten.
"Eventjes grasduinen in het verleden." Met deze woorden begint meneer Chris Bauweraerts de optekening van het verhaal van meneer Modeste van den Bogaert. Dan vervolgt hij met de woorden: "Op 5 maart 2008 had Modeste voor mij grondig zijn oorlogsarchieven doorzocht. Persoonlijk heb ik zijn nota's zo goed en zo kwaad mogelijk neergeschreven. Het brouwersleven van Modeste was zeker interessant, maar zijn periode in de veertiger jaren nog meer."
Hierna volgt het ooggetuigenverslag van een Airborne-sergeant. Paul Aller was tijdens de Tweede Wereldoorlog sergeant van het 7th Battalion van de 6th Airborne Division. Het verslag gaat over de ervaringen van Mr. Aller tijdens de strijd in Normandië en operatie ‘Varsity’.
Het was oktober 1944 en we hadden het niet erg comfortabel gehad sinds onze ontscheping in Oostende. Engeland, ons vertrouwde vaderland, was ver van ons vandaan toen de 156th Infantry Brigade door het Belgische platteland sjokte. We verzamelden in de met kinderkopjes geplaveide hoofdstraat van Kruishoutem, een klein dorpje niet al te ver van Gent. "Kom op m’n jongens" schreeuwde onze pelotonssergeant, "jullie zullen binnenkort weer nette en schone soldaten worden."
De memoires van Staff Sergeant T.C. Gibbs zijn door Dennis Notenboom aan Go2War2.nl ter beschikking gesteld en vervolgens vertaald uit het Engels door Fred Bolle.
Dit ooggetuigenverslag werd geschreven door William Hershall Nelson, een Amerikaanse veteraan die tijdens de Tweede Wereldoorlog onder andere vocht in Normandië en op Okinawa. Hij schreef dit verhaal oorspronkelijk met de bedoeling om het in boekvorm te publiceren, maar uiteindelijk werd het verhaal door zijn kleinzoon geplaatst op de website “People’s War” van de BBC, waarop ooggetuigenverslagen van de Tweede Wereldoorlog verzameld zijn. Het is ons niet bekend of de schrijver zelf nog in leven is.