HMS Hunter was een H-klasse (II) torpedobootjager en één van de weinige 'neutrale' schepen die tijdens de Spaanse Burgeroorlog daadwerkelijk door oorlogshandelingen beschadigd raakte. HMS Hunter ging op 10 april 1940 ten onder na een aanvaring met HMS Hotspur (H01) tijdens de eerste slag bij Narvik.
Gebouwd door: |
Kiel gelegd: |
Te
waterlating: |
In dienst: |
Einde: |
Swan Hunter, Tyne and Wear |
25 maart 1935 |
25 februari 193 |
30 september 1936 |
10 april 1940 (gezonken) |
Bouwnummer : ? |
||||
Indeling: |
Datum in: |
Datum uit: |
Gegevens: |
|
30 september 1936 |
oktober 1939 |
HMS Hunter (H35),
2nd Destroyer Flotilla, Mediterranean Fleet |
||
oktober 1939 |
maart 1940 |
HMS Hunter (H35),
North America and West Indies Station |
||
17 maart 1940 |
10 april 1940 |
HMS Hunter (H35),
2nd Destroyer Flotilla, Home Fleet. |
HMS Hunter was een H-klasse (II) torpedobootjager welke op 13 december 1934 werd besteld en waarvan de kiel op 27 maart 1935 was gelegd aan de werf van Swan Hunter & Wigham Richardson te Wallsend-on-Tyne. Op 25 februari 1936 werd de Hunter te water gelaten en op 30 september afgeleverd. De torpedobootjager was het 17e schip dat bij de Britse marine deze naam droeg sinds in 1636 de naam werd vastgesteld en het 13e sinds de oprichting van de Royal Navy. Het schip had een standaard waterverplaatsing van 1.370 ton bij een lengte van 98,50 meter. De twee Parsons stoomturbines konden een snelheid genereren van 36 knopen (67 km/u) en het schip had bij 15 knopen (28 km/u) een bereik van 10.240 km. In vredestijd bestond de bemanning uit 137 koppen wat in oorlogstijd kon worden uitgebreid naar 146. De bewapening bestond uit vier stuks 120 mm 45 kaliber Mark IX geschut in een A, B, X en Y opstelling, twee viervoudige Mark I opstellingen met 12,7 mm Vickers Mark III machinegeweren, twee viervoudige opstellingen met 533 mm torpedolanceerbuizen, twee dieptebommenwerpers en een rail voor het afwerpen van dieptebommen. Standaard werden 20 dieptebommen meegevoerd, een aantal dat kort na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werd uitgebreid naar 35.[1][2]
Na haar indienststelling, werd de torpedobootjager ingedeeld bij de 2nd Destroyer Flotilla, Mediterranean Fleet. Tijdens de Spaanse Burgeroorlog, nam HMS Hunter deel aan de smaldelen ten bate van het Non-Intervention Committee. Hierbij liep het schip op 13 mei 1937 op een mijn ten zuiden van Almeria. Het schip dreigde te zinken en bij het voorval kwamen acht zeelieden om het leven en raakten 24 gewond. Het schip kreeg hulp van de Republikeinse Torpedobootjager Lázaga. De mijnen waren enige weken voor het voorval gelegd door de Nationalistische motortorpedoboten Falange en Requeté. HMS Hyperion (H97) nam de Hunter op sleeptouw naar Almeria, vanwaar het schip door de kruiser HMS Arethusa (26) naar Gibraltar werd gebracht voor reparaties. Vervolgens dienden nog aanvullende reparaties plaats te vinden in Malta, waardoor HMS Hunter pas in november 1938 weer inzetbaar was bij de 2nd Destroyer Flotilla. In augustus 1939 ging het schip naar Plymouth voor verdere herinrichtingen.[3][4]
Na de werkzaamheden, werd HMS Hunter naar Freetown in Sierra Leone gezonden voor escorte operaties op de Atlantische Oceaan. In oktober 1939 werd HMS Hunter overgeplaatst naar North America and West Indies Station varend vanuit Bermuda, waar het verbleef tot een nieuwe overplaatsing naar Home Fleet in februari 1940 plaatsvond. Voordat de torpedobootjager operationeel werd ingezet, volgde te Falmouth een herinrichting, waarna het schip vanaf 17 maart wederom ingedeeld werd bij de 2nd Destroyer Flotilla, dit keer bij Home Fleet.[5]
Vanaf 8 februari vond eerst een renovatie plaats te Falmouth die op 9 maart werd afgerond. Vanaf 17 maart 1940 wederom aanwezig bij haar flottielje nam HMS Hunter deel aan Force WV voor Operatie Wilfred vanaf 6 april 1940. Twee dagen later, op 10 april 1940, nam het schip deel aan het smaldeel dat een aanval ondernam op de Duitse vloot te Narvik in wat bekend werd als de eerste slag bij Narvik. Een torpedo afgevuurd door HMS Hunter trof de Duitse torpedoboot Z 22 Anton Schmitt. Op de terugtocht raakten de Britse torpedobootjagers slaags met Duitse opponenten. In het vuurgevecht dat volgde, raakte HMS Hunter zwaar beschadigd, waardoor het schip vaart verloor en werd geramd door de achter haar varende HMS Hotspur (H01). Als gevolg van de aanvaring en de beschadigingen, kapseisde HMS Hunter, waarbij 107 van haar opvarenden omkwamen.[6]
Lange tijd was de exacte locatie van het wrak van HMS Hunter onbekend. Op 5 maart 2008 werd bekend gemaakt dat het wrak was teruggevonden tijdens een internationale militaire oefening in hetzelfde gebied waar het schip verloren was gegaan. Het schip was uiteindelijk teruggevonden door de Noorse mijnenjager Hnoms Tyr, tijdens een gezamenlijke oefening met de Royal Navy, de Noorse Marine en de Nederlandse Marine.
Naam: | HMS Hunter |
Callsign/Registratie: |
H35 |
Bouwer: |
Swan Hunter, Tyne and Wear |
Bouwnummer: |
? |
Type/Klasse: |
Torpedobootjager / H-klasse (II) |
Waterverplaatsing: |
Standaard: 1.350 BRT Maximaal: 1.883 BRT |
Lengte: |
98,50 meter |
Breedte: |
10,10 meter |
Diepgang: |
3,80 meter |
Aandrijving |
2 x Parsons Stoomturbines 3 x Admiralty 3-drum Boilers Vermogen: 34.000 pk 2 schachten |
Snelheid: |
36 knopen (67 km/u) |
Bereik: |
10.240 km (bij 15 knopen) |
Bewapening: |
4x 1, QF 120-mm Mk. IX L/45
geschut 2x 4, 12,7 mm machinegeweren 2x 4, 533 mm torpedolanceerbuizen 20/35 dieptebommen |
Bemanning |
137 - 146 |
Lieutenant-Commander Walter J.
Phipps |
? |
Lieutenant Commander Bryan Gouthwaite Scurfield (Luitenant ter zee der 1ste klasse) | 30 september 1936 - 28 mei 1937 |
Lieutenant-Commander Alfred Charles
Behague |
18 oktober 1938 |
Lieutenant Commander Lindsay DeVilliers (Luitenant ter zee der 1ste klasse) | 22 augustus 1939 - 10 april 1940
(omgekomen) |