TracesOfWar heeft jouw hulp nodig! Wij missen foto's van belangrijke bezienswaardigheden in Nederland, België en Duitsland. Stuur uw foto's in naar input@tracesofwar.com en wordt gepubliceerd!

Oorlogsgesprekken

Titel:Oorlogsgesprekken
Schrijver:Ornstein, L. & Pans, L.
Uitgever:Boom
Uitgebracht:2020
Pagina's:192
ISBN:9789024433513
Omschrijving:

In de lezenswaardige interviewbundel ‘Oorlogsgesprekken’ van de journalisten Leonard Ornstein (1955) en Larissa Pans (1976) vertellen dertig bekende en minder bekende Nederlanders hoe de Tweede Wereldoorlog in hun leven heeft doorgewerkt. Ze zijn vlak voor, in of (ver) na de oorlog geboren, hebben een Joodse, Molukse of Indische achtergrond, ouders die in het verzet zaten of die Jappen- en nazi-kampen overleefden, of ze zijn nazaten van Roma en Sinti. De gesprekken, dubbelinterviews met ‘gelegenheidsparen’ en solo-interviews met Arnon Grunberg, Jeanine Hennis, Ahmed Aboutaleb en de Sinto Zoni Weisz, weerspiegelen wat de oorlogserfenis in essentie is: een indrukwekkende verzameling ontroerende, pijnlijke, confronterende en soms levensbepalende herinneringen.

Herinneringen aan een moeizame opvoeding door ouders die de oorlog doodzwegen bijvoorbeeld, in het naoorlogse Nederland een wijdverbreid fenomeen. ‘Verwoestend’ noemt historica Judith Belinfante dat zwijgen voor haar jeugd. Zij werd in de onderduik geboren, ‘herplaatst’, en na de oorlog met haar ouders herenigd. Het enige wat Sonja Barend ooit van haar moeder hoorde, is hoe twee Nederlandse mannen haar Joodse vader van huis haalden. Hij kwam nooit meer terug. Haar interviewgasten fileerde ze tot op het bot, maar haar moeder spaarde ze. ‘Uit angst haar pijn te doen. Ik durfde het niet,’ zegt de grande dame van het televisie-interview. En Roma Annie Mirosch, nazate van slachtoffers van de Poraijmos (zigeunervervolging), voelt zich anno 2020 net zo’n buitenstaander als haar zwijgzame opa. ‘Soms is doodzwijgen het beste om door te gaan en te overleven’, zegt ze, haar opa’s onverdraaglijke herinneringen aan Nederlandse agenten die alle ‘zigeuners’ en ‘mensen met een donker uiterlijk’ ooit oppakten en naar Westerbork sleepten, bitter indachtig.

Behalve over de grote invloed van de oorlog op het persoonlijke leven gaan de oorlogsgesprekken over de urgentie om het verhaal van de oorlog en de Holocaust te blijven vertellen, zoals de schrijfsters Chaja Polak en Roxane van Iperen, auteur van de bestseller ’t Hooge Nest, bepleiten. Nederlanders weten nog zo ontzettend veel over de oorlog en de Holocaust niet, benadrukken ze. Te vaak wordt de oorlog in boeken, films en musicals als een spannend verhaal met misleidende zwart-wit tegenstellingen voorgesteld. En te vaak wordt al het oorlogsleed – van daders én slachtoffers – op één hoop gegooid, vinden ze ook. Zoals in ‘Oorlogsouders’ van Isabel van Boetzelaer. ‘Ik steigerde toen ik dat boek las’, zegt Polak, die haar Joodse vader verloor. Als reactie schreef ze ‘De man die geen hekel had aan Joden.’ Een boek tegen een boek, waarin Polak laat zien hoe oorlogsmisdaden selectief beschreven en tot ‘foute keuzes’ gereduceerd worden. Een hartstochtelijke waarschuwing tegen ‘nivellering’ en gesjoemel met de feiten. De herinnering aan de oorlog mag niet ten prooi vallen aan ‘metaalmoeheid ’, ‘gemakzucht’ en ‘angst om te oordelen’, valt Roxane van Iperen haar bij. Met genuanceerde en gelaagde verhalen moeten juist schrijvers laten zien hoe complex de oorlog was en hoe onvoorstelbaar de Holocaust, zegt ze.

Daaraan kan Alexander Münninghoff helaas niet meer bijdragen – hij overleed eerder dit jaar. De schrijver van de veelgeprezen familiegeschiedenis ‘De Stamhouder’ is de enige in de bundel met een ‘foute’ familieachtergrond. Zijn vader vocht als Waffen-SS’er aan het Oostfront, maar had volgens een deskundige niet tot de grote misdadigers behoord. ‘Dat moet ik dan maar geloven’, is het enige wat Münninghoff erover te berde brengt. Hier is duidelijk de zoon aan het woord, niet de journalist. Het is jammer dat er in ‘Oorlogsgesprekken’ geen nazaten van ‘foute’ ouders aan het woord komen, die wél de moed hebben het foute oorlogsverleden van hun ouders onder ogen te zien.

Sowieso hadden meer reflecties van kinderen van foute ouders de bundel nog boeiender gemaakt, waarin het in de kern gaat over wat ‘Nooit meer Auschwitz’ in deze tijd zou moeten betekenen, over het belang van de oorlog als moreel kompas, als hét ijkpunt van het kwaad. De vraag ‘Zou ik als niet-Jood in die oorlogsjaren wel de juiste keuzes gemaakt hebben?’, die Gerdi Verbeet (1951) in haar inleidende Oorlogsmonoloog opwerpt, is natuurlijk onmogelijk te beantwoorden. Of zoals journalist en theatermaker Diederik van Vleuten zegt: ‘Het is absurd om te denken dat wij kunnen inschatten hoe we zouden handelen in een oorlog’. Hij en zijn gesprekspartner journaliste Yaël Vinckx waarschuwen terecht voor té gemakkelijke morele oordelen achteraf.

Maar toch. Als de oorlog ons iets leert, is het dat een moreel kompas in je achterzak altijd nodig is, schrijven Ornstein en Pans in hun voorwoord. Zeker in deze onbestemde tijd, waarin nieuwe vormen van uitsluiting floreren, waarvan we volgens Chaja Polak de signalen niet meer goed herkennen. Een tijd waarin, zoals Arnon Grunberg het zo treffend zegt, ‘de shock over de Holocaust een beetje achter ons ligt’, Auschwitz steeds minder een open wond is en steeds meer een toeristische attractie, die vrijwel niemand zonder selfie verlaat. Een groot gevaar, zegt Grunberg, want ‘hoe Europa met de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust omgaat, is bepalend voor de politieke toekomst van Europa’. Ornstein en Pans zullen het zeer met hem eens zijn. En hopelijk de lezers ook.

Beoordeling: Goed

Informatie

Artikel door:
Marie-Cécile van Hintum
Geplaatst op:
29-05-2020

Afbeeldingen