Het Duitse slagschip Gneisenau werd in de jaren 1930 gebouwd en was vanaf 1939 het vlaggenschip van de Kriegsmarine. aanvankelijk werd de Gneisenau ingezet om Britse konvooien aan te vallen en in 1940 werd het schip ingezet bij Operatie Weser. Nas diverse operaties, vaak tezamen met zusterschip Scharnhorst (1936), werd de Gneisenau in 1942 voor modernisering uit de vaart genomen. Deze modernisering zou nooit gereed komen en in 1945 werd het schip in Gotenhafen als blokkadeschip tot zinken gebracht.
Gebouwd
door: |
Kiel
gelegd: |
Te
waterlating: |
Aflevering: |
Einde: |
Deutsche Werke AG,
Kiel |
14 februari 1934 6 mei 1935 |
8 december 1936 |
21 mei 1938 |
28 maart 1945 (afgezonken) |
Bouwnummer : 235 |
||||
Indeling: |
Datum
in: |
Datum
uit: |
Gegevens: |
|
21 mei 1938 |
Gneisenau,
Befehlshaber der Panzerschiffe (B.d.P.) |
|||
7 maart 1939 |
maart 1941 |
Gneisenau,
vlaggenship Oberbefehlshaber der Seestreitkräfte/Flottenkommando |
||
1941 |
1945 |
Gneisenau,
Flottenkommando |
De Gneisenau werd vernoemd naar de Pruisische veldmaarschalk August Wilhelm Anton Graf Neidhardt von Gneisenau (1760-1831). De kiel van de Gneisenau (Panzerschiff E, Ersatz Hessen) werd op 14 februari 1934 gelegd. Op 5 juli stopte de bouw en werd het gebruikte materieel gesloopt. De bouwplannen werden namelijk wat veranderd. Op 6 mei 1935 werd de kiel opnieuw gelegd. Het schip werd op 21 mei 1938 in dienst gesteld. Vanaf mei 1939 was de Gneisenau het vlaggenschip van de Kriegsmarine.
Op 21 november werd ze samen met de Scharnhorst (1936) erop uit gestuurd om ten zuiden van IJsland koopvaardijschepen aan te gaan vallen. Twee dagen later brachten ze samen de Britse hulpkruiser HMS Rawalpindi (1939) tot zinken. Kort daarna raakte de Gneisenau tijdens een zware storm beschadigd. De beide schepen keerden daarom terug naar Kiel. De twee schepen werden samen met de zware kruiser Admiral Hipper (1937) en drie torpedobootjagers erop uit gestuurd voor operatie ‘Nordmark’ in februari 1940. Ze moeten Britse konvooien tussen Bergen en Groot-Brittannië aanvallen, maar er werden geen schepen waargenomen.
Tijdens operatie ‘Weserübung’, de invasie van Noorwegen, was de Gneisenau het vlaggenschip van Vize Admiral Lütjens. De Gneisenau en de Scharnhorst slaagden erin het Britse slagschip HMS Renown (72) weg te lokken van de kust van Noorwegen waar de transportschepen troepen uitlaadden. Er ontstond een kort gevecht waarbij de Gneisenau werd beschadigd. Tijdens operatie ‘Juno’ voerde de Gneisenau samen met de Scharnhorst, de Admiral Hipper en vier torpedobootjagers operaties uit in de Poolzee. Op 8 juni 1940 raakten de Gneisenau en de Scharnhorst in gevecht met het Britse vliegdekschip HMS Glorious (77) en de torpedobootjagers HMS Ardent (H41) en HMS Acasta (H09). Alle Britse schepen werden tot zinken gebracht.
Op 20 juni 1940 verliet de Gneisenau samen met de Admiral Hipper Trondheim. In de buurt van het eiland Halten werd de Gneisenau geraakt door een torpedo van de Britse duikboot HMS Clyde (N12).
Tijdens operatie ‘Berlin’ in januari 1941 braken de Gneisenau en de Scharnhorst uit naar de Atlantische Oceaan. Na 22 schepen tot zinken te hebben gebracht (Gneisenau dertien, Scharnhorst acht en samen één schip) keerden de twee schepen weer terug naar Brest. Daar wordt de Gneisenau beschadigd door een Britse luchtaanval.
In februari 1942 voerde de Gneisenau samen met de Scharnhorst, de zware kruiser Prinz Eugen (1938), zes torpedobootjagers, veertien torpedoboten en tien motortorpedoboten operatie ‘Cerberus’ uit. Ze moesten vanuit Frankrijk via Het Kanaal naar Duitsland ontsnappen. De operatie werd een succes, hoewel de Gneisenau door een mijn werd geraakt. Op de dertiende kwam de Gneisenau aan in Kiel.
In de nacht van 26 op 27 februari 1942 werd de Gneisenau geraakt door een grote bom op het voordek tijdens een luchtaanval. De hele boeg brandde uit. Ze werd daarna naar Gotenhafen gestuurd om uit dienst te worden gehaald en gerepareerd te worden. Het schip zou ook een nieuwe hoofdbewapening krijgen: De negen 28 cm kanonnen in drie geschutstorens zouden vervangen worden met zes 38 cm kanonnen in drie geschutstorens. De kanonnen van het schip werden gebruikt als kustbatterijen in Nederland, Noorwegen en Denemarken. Na het zinken van de Scharnhorst in december 1943 stopte het ombouwen van de Gneisenau. Ze werd als een blokkadeschip tot zinken gebracht in Gotenhafen. In 1951 werd het schip door een Pools bedrijf gesloopt.
Naam: | Gneisenau |
Bouwer: |
Deutsche Werke AG, Kiel |
Bouwnummer: |
235 |
Naamsein/Registratie: |
? / ? |
Type/Klasse: |
Slagschepen / Scharnhorst-klasse (1936) |
Waterverplaatsing: |
31.053 ton standaard 37.224 ton volledige belading |
Lengte: |
229,80 meter (234,90 meter na
boegverandering) |
Breedte: |
29,55 meter |
Diepgang: |
8,20 meter - 9,90 meter (bij
volledige belading) |
Aandrijving: |
3 sets Deschimag geschakelde
stoomturbines 12 Wagner Boilers 160.100 pk 5.360 ton olie |
Snelheid: |
31 knopen (57 km/u) |
Bereik: |
11.500 km bij 19 knopen (35 km/u) |
Bepantsering: |
Pantsergordel: 300-350 mm Dek: 80-95 mm Geschutstorens: 300-360 mm Commandotoren: 350 mm (maximaal) |
Bewapening (bij bouw): |
3x3 283 mm SK L/51 C/34 geschut 4x2 + 4x1 149 mm SK L/52 C/28 geschut 7x2 105 mm SK L/60 C/33 geschut 8x2 37 mm SK L/80 C/30 luchtafweergeschut 8x1 20 mm SK L/65 C/30 luchtafweergeschut 1-3 Heinkel He 114 watervliegtuigen |
Bemanning |
1.669 - 1.840 |
Kapitän zur See
Erich Förste (Kapitein ter Zee) |
mei 1938 |
Kapitän zur See
Harald Netzbandt (Kapitein ter Zee) |
november 1939 |
Kapitän zur See Otto Fein (Kapitein ter Zee) | augustus 1940 |
Kapitän zur See Rudolf Peters (Kapitein ter Zee) | februari 1942 |
Fregattenkapitän
Wolfgang Kähler (Kapitein-luitenant ter Zee) |
mei 1942 - juli 1942 |