Na de Eerste Wereldoorlog werd de Duitse marine enorm verkleind. Het enige wat de Duitsers mochten houden waren zes oude slagschepen uit de periode van voor de dreadnoughts, zes oude lichte kruisers en 24 torpedoboten. Deze schepen waren in de Eerste Wereldoorlog al verouderd en dus moesten er na de oorlog snel nieuwe schepen gebouwd worden. Er was echter erg weinig geld beschikbaar voor nieuwe schepen omdat Duitsland veel herstelbetalingen moest doen. De geallieerden hadden ook beperkingen aan de nieuw te bouwen schepen gesteld: ze mochten niet meer dan 10.000 ton meten en het kaliber hoofdbewapening mocht maximaal 28 cm zijn.
In het begin van de jaren 30 werden de pantserschepen van de Deutschland-klasse gebouwd. Deze schepen voldeden aan de beperkingen van het Verdrag van Versailles en hadden een hoofdbewapening van zes 28 cm kanonnen. Daarna werden verschillende plannen voor hun opvolgers gemaakt. Deze schepen konden bijvoorbeeld een iets zwaardere hoofdbewapening krijgen (zoals 30 cm kanonnen). De ontwerpers mochten echter het formaat van de schepen niet vergroten, dus zouden de schepen waarschijnlijk ongeveer gelijkwaardig aan de schepen van de Deutschland-klasse worden.
De tegenstanders in een toekomstige oorlog zouden waarschijnlijk de Fransen worden. Zij waren juist begonnen met de bouw van twee nieuwe slagkruisers, de Dunkerque en de Strasbourg. De ontwerpers wilden dat de Scharnhorst en de Gneisenau sterker zouden worden dan deze schepen.
Toen het door de geallieerden werd toegestaan om de schepen groter te maken kon de echte ontwikkeling van de Scharnhorst-klasse beginnen. Er werd gekozen voor een hoofdbewapening van negen 28 cm kanonnen, waardoor de schepen zwaarder bepantserd konden worden. De schepen werden door de Duitsers officieel slagschepen genoemd. Ze hadden de bepantsering van een slagschip, de snelheid van een slagkruiser en het kaliber hoofdkanonnen van een slagkruiser. Daarom spraken met name de Britten over ‘slagkruisers’.
Beide schepen hadden na de indienststelling een rechte boeg. Deze werden echter kort daarna omgebouwd tot ‘klipperboegen’ of ‘Atlantische boegen’ omdat de schepen te veel water aan boord kregen wanneer ze op hoge snelheid voeren. Ook werden de posities van de ankers veranderd en werden de rechte schoorsteentoppen schuin gemaakt. De Scharnhorst en de Gneisenau bleken goede schepen te zijn. Het waren de enige oorlogsschepen die een actief vliegdekschip tot zinken hadden gebracht met kanonvuur. Ze voerden de meeste operaties samen uit. In totaal brachten ze 22 koopvaardijschepen en vier oorlogsschepen tot zinken met een totaal van 155.587 bruto registerton. De Scharnhorst werd in december 1943 tot zinken gebracht. De Gneisenau lag van 4 april 1942 tot 1943 in dok om omgebouwd te worden en werd op 28 maart 1945 als een blokkadeschip in Gotenhafen tot zinken gebracht.
Technische gegevens:Klasse: | Scharnhorst-klasse | |
Aantal in klasse: | 2 | |
Land: | Duitsland | |
Type: | Slagschip | |
Scheepswerf: | Scharnhorst: | Reichsmarinewerft (later Kriegsmarinewerft), Wilhelmshaven |
Gneisenau: | Deutsche Werke AG, Kiel | |
Besteld: | Scharnhorst: | 25-01-1934 |
Gneisenau: | 25-01-1934 | |
Kiel gelegd: | Scharnhorst: | 14-02-1934 + 15-06-1935 |
Gneisenau: | 14-02-1934 + 06-05-1935 | |
Te water gelaten: | Scharnhorst: | 03-10-1936 |
Gneisenau: | 08-12-1936 | |
In dienst gesteld: | Scharnhorst: | 07-01-1939 |
Gneisenau: | 21-05-1938 | |
Schepen tot zinken gebracht: | Scharnhorst: | 10 schepen + 1 samen met Gneisenau |
Gneisenau: | 15 schepen + 1 samen met Scharnhorst | |
Einde: | Scharnhorst: | Tot zinken gebracht 26-12-1943 |
Gneisenau: | Tot zinken gebracht 28-03-1945 | |
Kosten: | Scharnhorst: | 143.471.000 miljoen Reichsmark |
Gneisenau: | 146.174.000 Reichsmark | |
Bemanning: | Scharnhorst: | 1.669-1.968 man |
Gneisenau: | 1.669-1.840 man | |
Vermogen: | Scharnhorst: | 161.764 shp |
Gneisenau: | 153.897 shp | |
Maximum snelheid: | Scharnhorst: | 31,65 knopen |
Gneisenau: | 30,7 knopen | |
Maximum bereik: | Scharnhorst: | 9.020 zeemijl bij 15 knopen |
7.100 zeemijl bij 19 knopen | ||
Gneisenau: | 8.380 zeemijl bij 15 knopen | |
6.200 zeemijl bij 19 knopen | ||
Lengte (over alles): | 229,8 meter (234,9 meter vanaf 1939) | |
Lengte (waterlijn): | 226 meter | |
Breedte: | 29,55 meter | |
Diepgang: | (Beladen) 9,9 meter | |
Waterverplaatsing: | Standaard 34.850 ton / beladen 38.900 ton | |
Aandrijving: | 3 schroeven, 3 stoomturbines (Scharnhorst Brown Boveri, Gneisenau Deschimag) | |
2 MAN 10-cilinder viertakt-diesels | ||
Bepantsering: | Pantsergordel 300-350 mm | |
Dek 80-95 mm | ||
Geschutstorens 300-360 mm | ||
Commandotoren 350 mm (maximaal) | ||
Bewapening: | - 9 x 28 cm SK L/51 C/34 (3 x3) | |
- 12 x 15 cm SK L/55 C/28 (6 x 2) | ||
- 14 x 10,5 cm SK L/65 C/33 (7 x 2) | ||
- 16 x 3,7 cm SK L/83 (8 x 2) luchtafweer | ||
- 10-38 x 2 cm SK MG L/64 (10-38 x 1) luchtafweer | ||
- 6 x 53,3 cm (2 x 3) torpedolanceerbuizen | ||
- 3 x Arado Ar 196 watervliegtuig, 1 katapult |
De Scharnhorst was vernoemd naar de Pruisische generaal Gerhard Johann David von Scharnhorst (1755-1813). De kiel van de Scharnhorst (Panzerschiff D, Ersatz Elsaß) werd op 14 februari 1934 gelegd. Op 5 juli stopte de bouw en werd het gebruikte materieel gesloopt. De bouwplannen werden namelijk wat veranderd. Op 15 juni 1935 werd de kiel opnieuw gelegd. Het schip werd op 7 januari 1939 in dienst gesteld. Van juli tot augustus 1939 lag de Scharnhorst in dok omdat haar boeg werd aangepast. Op 21 november werd ze samen met de Gneisenau erop uit gestuurd om ten zuiden van IJsland koopvaardijschepen aan te vallen. Twee dagen later brachten ze samen de Britse hulpkruiser HMS Rawalpindi tot zinken. Kort daarna raakte de Gneisenau tijdens een zware storm beschadigd. De beide schepen keerden daarom terug naar Kiel. De twee schepen werden samen met de zware kruiser Admiral Hipper en drie torpedobootjagers erop uit gestuurd voor operatie ‘Nordmark’ in februari 1940. Ze moeten Britse konvooien tussen Bergen en Groot-Brittannië aanvallen, maar er werden geen schepen waargenomen.
Tijdens operatie ‘Weserübung’, de invasie van Noorwegen, was de Gneisenau het vlaggeschip van Vize Admiral Lütjens. De Gneisenau en de Scharnhorst slaagden erin het Britse slagschip HMS Renown (72) weg te lokken van de kust van Noorwegen waar de transportschepen troepen uitlaadden. Er ontstond een kort gevecht waarbij de Gneisenau werd beschadigd. Tijdens operatie ‘Juno’ voerde de Scharnhorst samen met de Gneisenau, de zware kruiser Admiral Hipper en vier torpedobootjagers operaties uit in de Poolzee. Op 8 juni 1940 raakten de Scharnhorst en de Gneisenau in gevecht met het Britse vliegdekschip HMS Glorious en de torpedobootjagers HMS Ardent en HMS Acasta. Alle Britse schepen werden tot zinken gebracht. De Scharnhorst werd geraakt door een torpedo van de Acasta. Ze voer daarom naar Kiel om gerepareerd te worden.
Tijdens operatie ‘Berlin’ in januari 1941 braken de Gneisenau en de Scharnhorst uit naar de Atlantische Oceaan. Na 22 schepen tot zinken te hebben gebracht (Scharnhorst acht, Gneisenau dertien en samen één schip) keerden de twee schepen weer terug naar Brest. Daar werd de Scharnhorst zwaar beschadigd door Britse luchtaanvallen. In februari 1942 voerde de Scharnhorst samen met de Gneisenau, de zware kruiser Prinz Eugen, zes torpedobootjagers, veertien torpedoboten en tien motortorpedoboten operatie ‘Cerberus’ uit. Ze moesten vanuit Frankrijk via Het Kanaal naar Duitsland ontsnappen. De operatie werd een succes, hoewel de Scharnhorst door twee mijnen werd geraakt. Op de dertiende kwam de Scharnhorst aan in Wilhelmshaven.
Ze werd gerepareerd in Kiel van februari 1942 tot januari 1943. Kort daarna voeren de Scharnhorst, de Prinz Eugen en drie torpedobootjagers naar Noorwegen tijdens operatie ‘Fronttheater’. Wegens gevaar voor luchtaanvallen keerden ze weer terug naar Gotenhafen. Kort daarna probeerden de Scharnhorst, de Prinz Eugen en twee torpedobootjagers het in operatie ‘Domino’ opnieuw. Omdat het bevoorraden mislukte keerden de schepen weer terug naar Gotenhafen. In maart probeerden de Scharnhorst en drie torpedobootjagers het opnieuw in operatie ‘Paderborn’. Dit keer lukte het wel.
In september 1943 voerden de Scharnhorst, het slagschip Tirpitz en negen torpedobootjagers een aanval uit op een basis op Spitzbergen tijdens operatie ‘Sizilien’.
Op 25 december 1943 voer de Scharnhorst samen met vijf torpedobootjagers onder bevel van Konter Admiral Bey uit. Ze gingen op zoek naar konvooi JW-55 B dat op weg was naar Moermansk. De torpedobootjagers voeren weg van de Scharnhorst om het konvooi te zoeken. De Scharnhorst werd kort daarna waargenomen door Britse kruisers. Deze leidden het slagschip HMS Duke of York naar de Scharnhorst toe. De HMS Duke of York opende het vuur. De Scharnhorst had echter een hogere snelheid en liep uit op het Britse slagschip. De baan van de granaten van de HMS Duke of York werd echter steeds steiler en gevaarlijker. De Scharnhorst werd geraakt en zijn vaart verminderde. De HMS Duke of York, de zware kruiser HMS Norfolk, de lichte kruisers HMS Belfast en HMS Jamaica liepen steeds meer in op de Scharnhorst. Uiteindelijk werd de Scharnhorst de volgende morgen tot zinken gebracht door kanonvuur van HMS Duke of York en kanonvuur en torpedo’s van Jamaica. Slechts 36 van de 1.968 bemanningsleden van het Duitse slagschip overleefden het gevecht. De Slag bij de Noordkaap was het laatste gevecht van de oorlog op open zee waar grote oorlogsschepen elkaar met kanonnen beschoten.De Gneisenau was vernoemd naar de Pruisische veldmaarschalk August Wilhelm Anton Graf Neidhardt von Gneisenau (1760-1831).De kiel van de Gneisenau (Panzerschiff E, Ersatz Hessen) werd op 14 februari 1934 gelegd. Op 5 juli stopte de bouw en werd het gebruikte materieel gesloopt. De bouwplannen werden namelijk wat veranderd. Op 6 mei 1935 werd de kiel opnieuw gelegd. Het schip werd op 21 mei 1938 in dienst gesteld. Vanaf mei 1939 was de Gneisenau het vlaggenschip van de Kriegsmarine.
Op 21 november werd ze samen met de Scharnhorst erop uit gestuurd om ten zuiden van IJsland koopvaardijschepen aan te gaan vallen. Twee dagen later brachten ze samen de Britse hulpkruiser HMS Rawalpindi tot zinken. Kort daarna raakte de Gneisenau tijdens een zware storm beschadigd. De beide schepen keerden daarom terug naar Kiel. De twee schepen werden samen met de zware kruiser Admiral Hipper en drie torpedobootjagers erop uit gestuurd voor operatie ‘Nordmark’ in februari 1940. Ze moeten Britse konvooien tussen Bergen en Groot-Brittannië aanvallen, maar er werden geen schepen waargenomen.
Tijdens operatie ‘Weserübung’, de invasie van Noorwegen, was de Gneisenau het vlaggenschip van Vize Admiral Lütjens. De Gneisenau en de Scharnhorst slaagden erin het Britse slagschip HMS Renown (72) weg te lokken van de kust van Noorwegen waar de transportschepen troepen uitlaadden. Er ontstond een kort gevecht waarbij de Gneisenau werd beschadigd. Tijdens operatie ‘Juno’ voerde de Gneisenau samen met de Scharnhorst, de Admiral Hipper en vier torpedobootjagers operaties uit in de Poolzee. Op 8 juni 1940 raakten de Gneisenau en de Scharnhorst in gevecht met het Britse vliegdekschip HMS Glorious en de torpedobootjagers HMS Ardent en HMS Acasta. Alle Britse schepen werden tot zinken gebracht.
Op 20 juni 1940 verliet de Gneisenau samen met de Admiral Hipper Trondheim. In de buurt van het eiland Halten werd de Gneisenau geraakt door een torpedo van de Britse duikboot HMS Clyde.
Tijdens operatie ‘Berlin’ in januari 1941 braken de Gneisenau en de Scharnhorst uit naar de Atlantische Oceaan. Na 22 schepen tot zinken te hebben gebracht (Gneisenau dertien, Scharnhorst acht en samen één schip) keerden de twee schepen weer terug naar Brest. Daar wordt de Gneisenau beschadigd door een Britse luchtaanval.
In februari 1942 voerde de Gneisenau samen met de Scharnhorst, de zware kruiser Prinz Eugen, zes torpedobootjagers, veertien torpedoboten en tien motortorpedoboten operatie ‘Cerberus’ uit. Ze moesten vanuit Frankrijk via Het Kanaal naar Duitsland ontsnappen. De operatie werd een succes, hoewel de Gneisenau door een mijn werd geraakt. Op de dertiende kwam de Gneisenau aan in Kiel.
In de nacht van 26 op 27 februari 1942 werd de Gneisenau geraakt door een grote bom op het voordek tijdens een luchtaanval. De hele boeg brandde uit. Ze werd daarna naar Gotenhafen gestuurd om uit dienst te worden gehaald en gerepareerd te worden. Het schip zou ook een nieuwe hoofdbewapening krijgen: De negen 28 cm kanonnen in drie geschutstorens zouden vervangen worden met zes 38 cm kanonnen in drie geschutstorens. De kanonnen van het schip werden gebruikt als kustbatterijen in Nederland, Noorwegen en Denemarken. Na het zinken van de Scharnhorst in december 1943 stopte het ombouwen van de Gneisenau. Ze werd als een blokkadeschip tot zinken gebracht in Gotenhafen. In 1951 werd het schip door een Pools bedrijf gesloopt.