Ludwig Wörl werd op 28 februari 1906 in München geboren. Hij was timmerman van beroep. Voordat Adolf Hitler aan de macht kwam was hij lid van de sociaaldemocratische vrijetijdsorganisatie Naturfreunde. Na de nazimachtsgreep nam hij in 1934 deel aan de verspreiding van antifascistische geschriften. Hij werd gearresteerd en op 5 mei 1934, zonder enige vorm van proces, op beschuldiging van communistische sympathieën naar concentratiekamp Dachau overgebracht.
De Münchenaar zat vervolgens elf jaar lang gevangen in de concentratiekampen van nazi-Duitsland, bijna net zo lang als het Derde Rijk bestaan heeft. Behalve in Dachau zat hij ook in Auschwitz I, Auschwitz-Monowitz en een kamp nabij Lendzin (tegenwoordig Lędziny in Polen), waar gevangenen waren tewerkgesteld in de zogenoemde Günthergrube, een kolenmijn onder constructie. De laatste locatie waar hij gevangen zat was kamp Ebensee, een subkamp van Mauthausen. Op 6 mei 1945 werd het kamp bevrijd door Amerikaanse troepen.
Gedurende een groot deel van de jaren die Wörl in de concentratiekampen verbleef, wijdde hij zich aan de zorg voor medegevangenen. Zonder een medische beroepsopleiding gevolgd te hebben, begon hij in concentratiekamp Dachau te werken als ziekenverpleger in het kamphospitaal. In Auschwitz kreeg hij later zelfs de leiding over het complete kamphospitaal. Het was met name in deze rol dat hij vele levens wist te redden, onder wie die van Joodse medegevangenen. Zo nam hij bijvoorbeeld in het kamphospitaal bij voorkeur Joden in dienst om te voorkomen dat ze werden vermoord in de gaskamer.
In september 1945 keerde Wörl terug naar zijn woonplaats München. Tijdens het Auschwitzproces in Frankfurt-am-Main, van 20 december 1963 tot 19 augustus 1965, trad hij op als getuige. Op 19 mei 1963 werd hij door Yad Vashem als eerste Duitser erkend als Rechtvaardige onder de Volkeren. Op 27 augustus 1967 overleed Ludwig Wörl op 61-jarige leeftijd. Hij werd begraven op het Waldfriedhof in zijn woonplaats.
Heeft u zelf meer informatie over deze persoon? Lever het aan!