Woonde in Rijswijk, Hoornbruglaan 38. Zoon van Martinus Elferink (Haarlem - overleden op 28 november 1895 op 29-jarige leeftijd in Haarlem) en Maria Wilhelmina Heijnsbergen. Huwde op 4 december 1920 in Sneek met Eelkje Karsten (15 oktober 1899 Franeker). Vijf kinderen. Hoofdinspecteur W.A. Opperstormleider Landwacht en compagniechef Landwacht Zuid-Holland. Elferink werd onder andere op verdenking van verraad geliquideerd. Hij is gedood door Christiaan Jacob Boer (bakker, 1 april 1920 Assen). Op de bewuste vrijdagmorgen werd hij vlakbij huis opgewacht door Boer, die hem op de fiets volgde naar zijn werk. In de omgeving van hotel Leeuwendaal kreeg Elferink argwaan. Hij trok zijn pistool, hield Boer aan en fouilleerde hem. Vervolgens is Boer overgebracht naar het politiebureau in de Horenstraat, waar hij in het dienstlokaal ook nog door de dienstdoende veldwachter/brigadier Willem Wokke werd gefouilleerd. Die vond geen wapen. Terwijl Elferink telefoneerde met de SD in Den Haag, zag Boer kans hem op de rug te springen. Meteen joeg hij het slachtoffer een reeks kogels in de rug. Elferink stierf ter plekke. Boer zelf is wegens doodslag gearresteerd, ter dood veroordeeld en op de schietbaan bij concentratiekamp Vught gefusilleerd. Elferink werd opgebaard in het districtshuis van de Landwacht aan de Laan Copes van Cattenburgh in Den Haag. Op zijn begrafenis waren veel prominenten uit de nationaalsocialistische wereld en de SS vertegenwoordigd, zoals de burgemeester van Den Haag prof. dr. H. Westra, de inspecteur-generaal van de Landwacht Cornelis van Geelkerken en de inspecteur van de Landwacht mr. A. J. Zondervan.
Heeft u zelf meer informatie over deze persoon? Lever het aan!