Inleiding

    Zelfs ruim zestig jaar na de ineenstorting van het Derde Rijk roept de naam van de stad Dachau nog steeds de herinnering op aan het beruchte concentratiekamp dat hier gedurende de periode 1933-1945 gevestigd was. Gevangenen van meer dan dertig verschillende nationaliteiten werden ondergebracht in dit kamp. Velen stierven door de slechte leefomstandigheden. Ook een groot aantal Nederlanders zat gevangen in het kamp omdat ze verzet gepleegd hadden tegen de Duitse bezetter.

    In dit artikel zal de geschiedenis van het kamp - van 1933 tot 1945 - aan bod komen, maar ook wat er na de oorlog in het kampcomplex gebeurde wordt behandeld. Ter aanvulling van deze chronologische beschrijving van de kampgeschiedenis worden de medische experimenten, de gaskamer en de gevangenen besproken.

    Na de oorlog is concentratiekamp Dachau niet alleen berucht geworden vanwege de slechte levensomstandigheden in het kamp, maar ook door een drietal vrij omstreden onderwerpen. Allereerst ontstond er na de oorlog grote onduidelijkheid over de vraag of één van de gaskamers in het kamp bedoeld was om mensen te vermoorden en of in deze ruimte ook daadwerkelijk wel mensen vergast zijn. Ook de omvang van de oorlogsmisdaad die de Amerikanen pleegden op de bevrijdingsdag van het kamp en het Malmédy-proces dat na de oorlog in het kamp plaatsvond, zijn tot op de dag van vandaag controversiële onderwerpen. De onduidelijkheid rond de gaskamer krijgt speciale aandacht in dit artikel. Het Malmédy-proces wordt zeer beknopt behandeld en een korte beschrijving van het bloedbad in KZ Dachau is te vinden in een apart artikel.

    Definitielijst

    bevrijdingsdag
    De op 5 mei gehouden herdenking van de bevrijding van Nederland wat voor Nederland het einde van de Tweede Wereldoorlog betekende. Op 5 mei werd in hotel De Wereld door de Duitsers de capitulatie getekend en sindsdien is 5 mei een nationale feestdag.

    Afbeeldingen

    Toegangshek met daarop de beruchte spreuk. Bron: Dachau Scrapbook.
    Het Jourhaus, de toegangspoort tot het gevangenenkamp. Bron: Dachau Scrapbook.

    Oprichting

    Op 22 maart 1933 vond er in het Zuid-Duitse stadje Dachau, vlakbij München, een belangrijke gebeurtenis plaats: het eerste officiële concentratiekamp van de nazi’s werd geopend. Sinds 30 januari 1933, de dag dat Hitler aan de macht was gekomen, waren er meerdere kampen geopend om politieke vijanden in op te sluiten, maar Konzentrationslager Dachau was anders. In tegenstelling tot eerder opgerichte kampen, de zogenaamde vroege of wilde concentratiekampen, was KZ Dachau groots opgezet. Het kamp had een capaciteit van 5.000 gevangenen en dat was veel in vergelijking met de andere kampen waar vaak maar enkele tientallen gevangenen ondergebracht konden worden. Tevens waren de meeste vroege concentratiekampen bedoeld voor tijdelijk gebruik, in tegenstelling tot KZ Dachau dat ook voor gebruik op de langere termijn bestemd was. Het concentratiekamp was dan ook opgericht omdat andere kleinere kampen niet voldoende capaciteit hadden om het stijgende aantal arrestanten te kunnen onderbrengen. Het voornaamste doel van KZ Dachau was toentertijd echter exact hetzelfde als dat van andere kampen: politieke gevangenen dienden hier geïnterneerd te worden, zodat ze het voortbestaan van de nationaalsocialistische staat niet in gevaar konden brengen.

    Twee dagen eerder, op 20 maart 1933, had Heinrich Himmler een persconferentie belegd over de oprichting van het kamp. Een dag later verscheen hierover in het dagblad de Münchener Neueste Nachrichten, een artikel. Hierin werd beschreven dat het kamp bestemd was voor sociale reïntegratie: gevangenen moesten werk verrichten om zo hun vrijheid weer te kunnen krijgen. De doelstelling van het kamp werd als volgt geformuleerd:

    “Het voornemen is de politieke gevangenen in werkploegen in te delen die (…) het moeras van Dachau gaan droogleggen. (…) Na het werk zullen er voordrachten over volks- en religieuze kunst worden gehouden. De opzet is om de geïnterneerden door arbeid, gezonde kost en rechtvaardige bejegening van het individu weer voor de ideeën van het vaderland bruikbaar te maken.”

    De mooie woorden die Himmler gebruikte in zijn persconferentie waren niet geheel gebaseerd op de waarheid. Alle kampen in 1933 werden namelijk hoofdzakelijk opgericht om de communisten, de socialisten en andere politieke tegenstanders monddood te maken. Als gevolg van de Rijksdagbrand op 27 februari 1933 was in Duitsland de noodtoestand uitgeroepen en waren burgerrechten opgeschort. De nazi’s pasten Schutzhaft toe, wat inhield dat mensen zonder eerlijk proces opgepakt konden worden, omdat ze mogelijk staatsgevaarlijk waren. Voornamelijk de communisten moesten het als belangrijkste tegenstanders van het nationaalsocialisme ontgelden en binnen korte periode zaten alle gevangenissen en kampen overvol. Er heerste een chaos binnen de verschillende kampen en in Beieren werd besloten om de kleinschalig opgezette kampen te sluiten en de gevangenen te concentreren in één groot concentratiekamp: KZ Dachau.

    Een ander belangrijk achterliggend doel dat de nazi’s hadden met de concentratiekampen was om het Duitse volk zó bang maken dat zij het regime zouden gehoorzamen en steunen. Mede door de brute behandeling van gevangenen werd het kamp al gauw berucht en gevreesd. “Wees stil, anders kom je in Dachau”, was een veelgehoorde kreet onder Duitse burgers.

    Definitielijst

    nazi
    Afkorting voor een nationaal socialist.
    Rijksdagbrand
    Op 27 februari 1933 werd het gebouw van de Duitse Rijksdag in brand gestoken. De Nazi's konden de noodtoestand uitroepen en hierdoor aan de macht komen. Het is nog steeds niet zeker of de Rijksdag door de Nazi's zelf of door communisten aangestoken werd. De Nederlander Marinus van der Lubbe werd er in ieder geval voor veroordeeld.

    Afbeeldingen

    Kort na de opening van het kamp arriveren politieke gevangenen in KZ Dachau. Bron: Dachau Scrapbook.
    Heinrich Himmler tijdens een bezoek aan KZ Dachau in 1936.

    Eerste weken na oprichting

    KZ Dachau bevond zich op het terrein van een voormalige kruitfabriek. De bouwvallige gebouwen waren opgeknapt door de Reichsarbeitsdienst (RAD). Het gevangenenkamp bestond uit elf loodsen op een terrein dat omheind was met een prikkeldraadhek en vijf wachttorens. Buiten de omheining stonden vijftien loodsen voor de bewakers en hun gezinnen. De eerste zestig gevangenen, bekende communistische en socialistische tegenstanders van de nazi’s, arriveerden kort na de officiële opening in open vrachtwagens. Zij trokken schijnbaar veel bekijks want de Münchener Neueste Nachrichten beschreef de “ettelijke nieuwsgierigen die zich al uren eerder voor de ingang van de voormalige kruitfabriek hadden verzameld.” De burgers van Dachau waren niet alleen nieuwsgierig, maar ook nauwelijks verontrust. De stedelijke middenklasse beschouwde de communistische stadsgenoten, die met enige regelmaat door de stad naar het kamp marcheerden, als oproerkraaiers en revolutionairen. Mede onder invloed van propaganda vormden deze gevangenen volgens de opinie van de burgers van Dachau een aparte klasse die geen deel uitmaakte van hun wereld. Het waren Volksschädlinge, vijanden van de gemeenschap, die in hun ogen terecht opgesloten werden.

    Alhoewel het kamp een capaciteit had van 5.000 gevangenen, zaten in de beginperiode nog maar 200 mensen in KZ Dachau opgesloten . De bewaking was nog in handen van de politie, maar Heinrich Himmler en zijn belangrijkste ondergeschikte, Reinhard Heydrich, beraamden plannen om de kampbewaking door de Schutzstaffel (SS) over te laten nemen. Dit geschiedde toen Himmler op 1 april 1933 benoemd werd tot bevelhebber van de politieke politie in Beieren. Binnen ongeveer een week waren alle politieagenten vervangen voor SS’ers. De SS’ers waren veel fanatiekere aanhangers van het nationaalsocialisme dan de politieagenten met als gevolgd dat de gevangenen, directe vijanden van de bewakers, veel slechter werden behandeld. Op 12 april werden vier Joodse politieke gevangenen na een dag vol martelingen gescheiden van de andere gevangenen. Deze mannen, Arthur Kahn, dr. Rudolf Benario, Ernst Goldmann en Erwin Kahn, werden naar een nabijgelegen bos gebracht waar ze werden vermoord. Als officiële doodsoorzaak werd “op de vlucht neergeschoten” gegeven, maar dit was een veel gebruikte term om het vermoorden van gevangenen te verdoezelen.

    De eerste kampcommandant van KZ Dachau was SS-Standartenführer Hilmar Wäckerle. Hij was een wrede en inefficiënte leider die zijn gevangenen overliet aan de willekeur van bewakers. Geregeld leefden kampbewakers hun frustraties en vooroordelen uit op gevangenen, soms zelfs met de dood als gevolg. Wegens zijn wrede en chaotische beleid werd Wäckerle overgeplaatst en eind juni 1933 vervangen door Theodor Eicke die voor orde en discipline moest zorgen. Eicke leerde zijn ondergeschikten dat zij superieur waren ten opzichte van gevangenen en dat zij meedogenloos dienden op te treden wanneer gevangenen het strenge kampreglement overtraden. Zijn beleid, dat spoedig gemeengoed werd in elk concentratiekamp, was gebaseerd op het volgende motto:

    “Tolerantie maakt zwak. (…) Vanuit dit inzicht zal er meedogenloos worden opgetreden als dat in het belang van het vaderland noodzakelijk lijkt. (…) De politieke opruiers en intellectuele onruststokers van welke richting ook moet gezegd worden: kijk uit dat je niet wordt gesnapt, want anders zullen we jullie bij de keel grijpen en volgens jullie eigen recept het zwijgen opleggen.”

    Eicke ontsloeg de slechtste elementen binnen de kampbewaking en onderwierp de overige bewakers aan een strenge controle en een strakke discipline. Hij verbood eigenmachtige bestraffingen van gevangenen ten strengste, maar stelde daarvoor in de plaats een procedure van officiële straffen samen. Zelfs bij de minste overtreding van het kampreglement dienden gevangenen volgens de regels van Eicke streng bestraft te worden. Straffen varieerden van een pak ransel, het achterhouden van post en het instellen van rantsoenen tot het ophangen van gevangenen met de polsen vastgebonden aan een paal. De zwaarste vergrijpen, ontsnappingspogingen of het aanvallen van een bewaker, werden bestraft met ‘parate executie’. Alhoewel er geen chaos en willekeur meer heerste zoals daar sprake van was toen Wäckerle het bevel voerde, waren gevangenen in KZ Dachau nog steeds hun leven niet zeker. De regels waren zo streng en de bestraffingen zo buitenproportioneel dat het leven in KZ Dachau enorm zwaar was.

    Definitielijst

    nazi
    Afkorting voor een nationaal socialist.
    propaganda
    Vaak misleidende informatie die gebruikt wordt om aanhangers / steun te winnen. Vaak gebruikt om ideele en politieke doelen te verwezenlijken.

    Afbeeldingen

    Barakken en de munitiefabriek in KZ Dachau in april of maart 1933. Bron: National Archives.
    KZ Dachau op 24 mei 1933. Bron: KZ Gedenkstätte Dachau.
    Gevangenen onderweg naar de kampkeuken. Bron: KZ Gedenkstätte Dachau.
    Theodor Eicke, de tweede kampcommandant van KZ Dachau.

    Voor het aanbreken van de oorlog

    Op 20 juni 1934 werd Theodor Eicke overgeplaatst naar de staf van de Heinrich Himmler en vervolgens op 7 juli door de Reichsführer-SS benoemd tot Inspektor der Konzentrationslager. De leiding over KZ Dachau werd tijdelijk overgenomen door Michael Lippert, de leider van de Wachsturmbann Dachau, en Günter Tamuschke, de leider van het Schutzhaftlager. Op 10 december werd SS-Oberführer Heinrich Deubel benoemd tot kampcommandant. Als Inspektor der Konzentrationslager verhief Eicke KZ Dachau tot het voorbeeld voor alle andere concentratiekampen, binnen en later ook buiten het Reich. Kort voor de benoeming van Eicke tot Inspektor der Konzentrationslager speelde KZ Dachau een belangrijke rol tijdens de ‘nacht van de lange messen’. Op 1 en 2 juli 1934 werden 17 personen in het kamp geëxecuteerd. Net als SA-leider Ernst Röhm, het belangrijkste slachtoffer van de ‘nacht van de lange messen’, werden deze personen gezien als vijanden die het voortbestaan van het regime in de weg stonden. Enkele oude rekeningen werden bovendien vereffend, want één van de geëxecuteerden in Dachau was Gustav Ritter von Kahr, die in 1923 zijn medewerking niet verleend had aan de Hitler-Putsch.

    In maart 1935 was KZ Dachau één van de zeven voornaamste concentratiekampen in Duitsland. Op dat moment zaten ongeveer 2.500 mensen gevangenen in het kamp. Het waren niet alleen maar politieke gevangenen die het kamp bevolkten, want inmiddels werd het kamp ook gebruikt om misdadigers en zogenaamde ‘antisocialen’ (onder andere homoseksuelen, langdurig werklozen en bedelaars) op te sluiten. Vanaf 1935 werden mensen die door een rechter veroordeeld waren direct doorgestuurd naar een concentratiekamp. Om de toestroom aan gevangenen aan te kunnen werd het kamp begin 1936 verbouwd. De oude gebouwen van de kruitfabriek werden gesloopt en door de gevangenen werden 34 nieuwe barakken gebouwd.

    De basis van het kamp was een grote rechthoek van 300 bij 600 meter met daarop het Schutzhaftlager waar uiteindelijk 40.000 tot 50.000 gevangenen in ondergebracht konden worden. Ten zuiden van de barakken van het Schutzhaftlager werd het Wirtschaftsgebaüde gebouwd, met daarin de kampkeuken, de douches, de kantine, een bewaarplaats voor bezittingen van gevangenen, een kledingmagazijn, een schoenwinkel en een kleermakers- en schoenmakerswerkplaats. Op het dak stond één van de motto’s van de Duitse concentratiekampen te lezen: "Es gibt einen weg zur Freiheit: seine Meilensteine heissen: Fleiss, Sauberkeit, Ehrlichkeit, Wahrharftigkeit, Nüchternheit, Gehorsamkeit und Liebe zum Vaterlande.", oftewel: "Er is één weg naar vrijheid: de mijlpalen daarvoor zijn vlijt, netheid, eerlijkheid, waarheidsliefde, nuchterheid, gehoorzaamheid en liefde voor het vaderland." Op de poort onder het wachtgebouw, het Jourhaus, stond de veel bekendere spreuk "Arbeit macht Frei" te lezen.

    Het werk dat gevangenen moesten verrichten om vrij te komen, vond ten noorden van de ingang van het kamp plaats. Hier bevond zich een groot industrieterrein waar door de gevangenen vooral houten meubelen gemaakt werden, alsmede kleding voor zowel de SS als gevangenen. De gevangenen draaiden hier lange werktijden, maar rond 1936 waren de fysieke omstandigheden nog enigszins draaglijk in het kamp. De vrijwel volledige afsluiting van de buitenwereld, de denigrerende behandeling door bewakers, het enorm strenge kampreglement, de straffen en de onzekerheid over de detentietermijn maakten het verblijf in het kamp psychisch echter voor de meeste gevangenen enorm zwaar. Ze leefden in enorme onzekerheid en onder een extreme spanning.

    In de winter van 1936 bracht de Engelsman Christopher Sidgwick een bezoek aan KZ Dachau. Hierover schreef hij onder andere het volgende:

    "Zij zeiden niets. Ze kwamen binnen met hun twee mokken, lieten de ene vullen met soep en de andere met aardappels waarna ze de eetzaal binnen gingen. Ze konden nog een keer soep gaan halen en aardappels zo veel ze wilden tot ze op waren. In de honderden die ons voorbijliepen waren er maar een paar die ons opmerkten en probeerden de houding aan te nemen. Zij behoorden ongetwijfeld tot het slag mensen dat door hun gedrag de aandacht op zich wilde vestigen ten einde zo snel mogelijk te worden vrijgelaten. Ik nam ze dat niet kwalijk. Maar de meeste van deze mensen gingen aan ons voorbij met ogen die niks zagen en gevoelens die waren afgestompt. Ik heb nooit meer zoiets tragisch gezien, want geen van deze mensen wist wanneer ze vrij zouden komen: en hoewel ik, uit allerlei documenten die mij werden getoond, ervan overtuigd was dat martelen en aframmelingen in deze kampen iets was wat tot het verleden behoorde (in Dachau hebben ze, toen ik daar op de man af naar vroeg, nooit ontkent dat in 1933 en 1934 gevangenen langzaam werden doodgemarteld) was ik er ook van overtuigd dat geen vrije nazi wist wat zich hier achter het prikkeldraad afspeelde."
    […]
    "Hoewel ik de gedrukte documenten aanvaardde, in zoverre men nazi-statistiek kan vertrouwen, waren de gevangenen er niet van op de hoogte. Zij leven nog steeds in een toestand van angst en iedere nazi die dit wil ontkennen moet maar eens een kijkje gaan nemen in Dachau om deze gebroken mensen met eigen ogen te aanschouwen. Ik ben niet zo gek om te veronderstellen dat ik iets te zien heb gekregen wat niet voor mijn ogen bestemd was, maar het was duidelijk dat deze mensen doodsbang waren. Zij wilden niet praten, of ook maar iets zeggen wat hen in conflict kon brengen met de autoriteiten. Volgens de openbare voorschriften worden deze mensen niet meer lichamelijk gemarteld en worden zij alleen geslagen als zij hun bewakers aanvallen: maar niettemin, de levensomstandigheden in deze kampen zijn verschrikkelijk. Ik zal de zonnige februaridag die ik doorbracht in Dachau niet gauw vergeten."

    Op 1 april 1936 werd SS-Oberführer Hans Loritz benoemd tot kampcommandant. De kampcommandant, de leider van het Schutzhaftlager en de zogenaamde Blockführer en hun ondergeschikten waren de enige niet-gevangenen die het Schutzhaftlager mochten betreden. Zij zorgden voor de dagelijkse gang van zaken binnen het kamp. De leden van het bewakingsbataljon, sinds 1936 de I Totenkopfsturmbann "Oberbayern", begaven zich in principe niet binnen het Schutzhaftlager, ze hadden een eigen commandant en vanaf 1936 vielen zij niet meer onder het gezag van de kampcommandant. Dit bewakingsbataljon maakte deel uit van de Totenkopfverbände, een speciale eenheid die door Theodor Eicke opgericht was om de concentratiekampen te bewaken. Op 1 juli 1937 werd het bewakingsbataljon uitgebreid tot een regiment, de SS-Totenkopfstandarte I "Oberbayern" onder leiding van Max Simon. De manschappen waren gelegerd in kazernes nabij het kamp. Op het terrein waar ook deze kazernes zich bevonden, werd in 1937 een trainingsfaciliteit, het Übungslager, voor de SS gebouwd. Hier konden leden van de Allgemeine-SS administratieve opleidingen volgen. Uiteindelijk werden er in het Übungslager ook een medische school en een koksschool opgericht. De hospitaalbarakken, de kazernes en trainingsfaciliteiten werden gebouwd door gevangenen en tevens door hen onderhouden. De bouw duurde van 1937 tot 15 augustus 1938 en deze periode stond voor gevangenen te boek als één van de zwaarste uit de geschiedenis van KZ Dachau.

    Eind 1937 bevonden zich 13.260 gevangenen in het kamp. De Anschluss van Oostenrijk en Sudetenland bij Duitsland in 1938 zorgde voor een verdere toename aan gevangenen. Op 1 april arriveerden 150 Oostenrijkers in KZ Dachau omdat zij zich hadden verzet tegen de aansluiting van hun land bij Duitsland. Onder hen waren politieke opponenten, verzetsstrijders, geestelijken en anderen die niet wilden samenwerken met de nazi’s. In oktober arriveerden ook de eerste Sudetenduitse gevangenen in het kamp. Een verdere toename in het aantal gevangenen vond plaats als gevolg van de Kristallnacht. In de nacht van 9 op 10 oktober 1938 werden Joodse winkels, buurthuizen en synagogen vernield door leden van de SA en andere fanatieke aanhangers van het nationaalsocialisme. Niet degenen die het oproer veroorzaakten werden gearresteerd, maar de slachtoffers: de Joden. Ongeveer 30.000 Joden werden in Duitsland opgepakt, waarvan er 10.911 in KZ Dachau terecht kwamen. Het was de eerste keer dat mensen in het Derde Rijk opgepakt werden vanwege hun Joodse identiteit. De meeste Joden werden snel vrijgelaten, nadat ze beloofd hadden te emigreren. Pas vanaf omstreeks 1942 werden Duitse Joden afgevoerd naar de vernietigingskampen.

    Definitielijst

    Anschluss
    Duitse term voor aansluiting waarmee de annexatie van Oostenrijk door Nazi-Duitsland in 1938 (12 maart) wordt bedoeld. Hiermee ging Oostenrijk deel uitmaken van het Groot-Duitse Rijk.
    Hitler-Putsch
    Een poging tot staatsgreep in München (8-9 november 1923) door de NSDAP, de putsch werd met name gepleegd door de SA. De staatsgreep mislukte en Hitler werd veroordeeld tot 5 jaar gevangenisstraf.
    nacht van de lange messen
    Nacht van 30 juni op 1 juli 1933 waarin Hitler op bloedige wijze afrekende met de veeleisende leiders van de SA, waaronder Ernst Röhm.
    nazi
    Afkorting voor een nationaal socialist.
    Putsch
    Staatsgreep, vaak gepaard gaand met het gebruik van geweld.
    regiment
    Onderdeel van een divisie. Een divisie bestaat uit een aantal regimenten. Bij de landmacht van oudsher de benaming van de grootste organieke eenheid van één wapensoort.

    Afbeeldingen

    Gevangenen doen constructiewerk in 1938. Bron: Dachau Scrapbook.
    Tijdens de Kristallnacht gearresteerde joden wachten op hun deportatie naar KZ Dachau. Bron: DIZ Muenchen GMBH.
    Plattegrond van het kamp.

    Tijdens de oorlog

    Kort na het aanbreken van de Tweede Wereldoorlog werd KZ Dachau tijdelijk gesloten. Het kamp was gesloten van 27 september 1939 tot 18 februari 1940. Op een Arbeitskommando van 100 gevangenen na waren alle gevangenen overgebracht naar andere concentratiekampen: 2.138 naar Buchenwald, 1.600 naar Mauthausen en 981 naar Flossenbürg. De reden van deze tijdelijke sluiting was dat de manschappen van de Totenkopfverbände opgeleid werden om dienst te doen in de SS-Totenkopf-Division, onder commando van Theodor Eicke. Ondertussen werden de werkplaatsen en bedrijven die zich binnen het kamp bevonden, waaronder een meubelmakerij en een zadelmakerij, overgenomen door de Deutsche Ausrüstungswerke, een onderneming onder leiding van de SS. Op 19 februari, de eerste dag na de heropening van het kamp, werd Alex Piorkowski aangesteld als nieuwe kampcommandant. Tot september 1942 behield hij deze functie.

    Tijdens de oorlogsjaren veranderde er veel in KZ Dachau. Terwijl voor de oorlog gevangenen individueel of in kleine groepjes arriveerden per auto of trein, gebeurde dat tijdens de oorlog voornamelijk via massale transporten per trein. Op 9 september 1939 waren de eerste wagonladingen Tsjechische gevangenen gearriveerd. De omstandigheden gedurende deze transporten waren zwaar: in de winter kwamen regelmatig gevangenen om door bevriezing en in de zomer door uitdroging. Ook de omstandigheden in het kamp zelf verslechterden naarmate de oorlog voortduurde. Weliswaar was het kamp in januari door Heinrich Himmler bestempeld tot categorie I, wat betekende dat de omstandigheden minder zwaar waren dan in andere concentratiekampen, maar in de praktijk waren levensomstandigheden afhankelijk van Duitse oorlogsvorderingen. Duitse nederlagen betekenden een vermindering van de rantsoenen en een verslechtering van het moraal van de kampbewakers, die hun frustraties uitleefden op de gevangenen.

    Niet alleen de vermindering van rantsoenen en de lage moraal onder de kampbewakers waren van negatieve invloed op de levensomstandigheden in KZ Dachau. Gevangenen moesten steeds harder en langer werken onder steeds slechtere omstandigheden. Onder aanvoering van het economische bureau van de SS, het SS-Wirtschafts- und Verwaltungshauptamt, werden gevangenen goedkope arbeidskrachten die de oorlogsindustrie draaiende dienden te houden. Op 1 september 1942 was de corrupte kampcommandant Alex Piorkowski vervangen door SS-Obersturmbannführer Martin Weiß. Hij begreep dat hoge sterftecijfers van negatieve invloed waren op de economische productiviteit van zijn gevangenen. Hij verbeterde de levensomstandigheden in KZ Dachau, onder andere door zijn bewakers strakker in het gareel te houden. Gevangenen met bijzondere bekwaamheden en voorrechten kregen zelfs betere rantsoenen, betere kleding en betere huisvesting. Toch werden de sterftecijfers niet enorm teruggedrongen. Dit kwam doordat het hoofdkamp in Dachau vanaf 1942 werd uitgebreid met 169 subkampen, Außenlager, in de nabije omgeving. In deze kampen was nauwelijks controle en de bewakers konden gevangenen dus mishandelen zonder dat ze hiervoor bestraft werden. Inmiddels waren de oude SS-reservisten die voorheen de kampen bewaakten, vervangen voor Waffen-SS’ers uit Roemenië en Hongarije die ongeschikt waren voor verdere dienst.

    De Außenlager, ook wel aangeduid als Außenkommando’s, bevonden zich meestal in de nabijheid van fabrieken waar de gevangenen als slaven tewerk werden gesteld. Duizenden Joodse gevangenen werden vanuit Hongarije, Polen, Tsjechoslowakije en de Sovjet-Unie naar KZ Dachau en de Außenlager gebracht om onder andere in wapenfabrieken te werken. De meest beruchte Außenlager van KZ Dachau bevonden zich in Landsberg am Lech. Hier bevonden zich elf kampen, genaamd Kaufering I t/m XI, waar vanaf 18 juni 1944 Hongaarse Joden vanuit Auschwitz werden aangevoerd om te werken in ondergrondse vliegtuigfabrieken. Naar schatting 14.500 gevangenen kwamen om in deze elf kampen. Er werd hier niet meer gewerkt volgens het principe "Arbeit Macht Frei", maar "Vernichtung durch Arbeit", oftewel vernietiging door arbeid. Voor de Joodse gevangenen was de enige uitweg namelijk de dood.

    In november en december 1943 heerste er een buik- en vlektyfusepidemie in het kamp. Op 31 januari 1944 werd het gehele kamp in quarantaine geplaatst, welke opgeheven werd op 15 maart in datzelfde jaar. Op 1 oktober 1944 werd Eduard Weiter benoemd tot kampcommandant; hij zou de laatste commandant zijn. Dat het einde van de oorlog naderde was in het kamp bij zowel gevangenen als bewakers bekend. Tegen het einde van 1944 begonnen veel bewakers een vriendelijkere houding aan te nemen ten opzichte van gevangenen. De discipline nam af en het moreel van de gevangenen leefde op wanneer geallieerde vliegtuigen over het kamp vlogen. Voordat KZ Dachau bevrijd werd, brak er echter nog een enorm zware periode aan voor de gevangenen. Dodenmarsen en -transporten kwamen aan in KZ Dachau en vertrokken later ook vanuit het kamp.

    Definitielijst

    Mauthausen
    Plaats in Oostenrijk waar de nazi’s van 1938 tot 1945 een concentratiekamp gevestigd hadden.
    Sovjet-Unie
    Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.
    Totenkopf
    Letterlijk: doodshoofd. Symbool dat door de SS werd gevoerd. Ook de naam van een SS divisie.

    Afbeeldingen

    KZ Dachau en omgeving in 1944. Bron: USHMM.
    KZ Dachau en Außenlager van 1938 tot 1945. Bron: USHMM.
    Luchtfoto van KZ Dachau, kort na de bevrijding van het kamp.
    Gevangenen aan het werk in een munitiefabriek nabij het kamp. Bron: Dachau Scrapbook.
    Kaufering IV, kort na de bevrijding door de Amerikanen. Bron: USHMM.

    Medische experimenten

    Net als in meerdere andere concentratiekampen werden tijdens de oorlogsjaren ook in KZ Dachau experimenten uitgevoerd op gevangenen. SS-Hauptsturmführer Dr. Sigmund Rascher voerde voor de Luftwaffe experimenten uit die betrekking hadden op problemen die vliegtuigbemanningen ondervonden bij het vliegen op grote hoogte. In een decompressiekamer werd de luchtdruk verlaagd om dezelfde omstandigheden te creëren als op grote hoogte in de atmosfeer. Van de tweehonderd slachtoffers van dit experiment, voornamelijk Sovjetkrijgsgevangenen, overleefden er zeker tachtig het niet.

    Ook werden voor de Luftwaffe experimenten met onderkoeling uitgevoerd. Rascher wilde ontdekken op welke wijze onderkoelde Duitse piloten die in zee gevallen waren, langer in leven gehouden konden worden. Veel Duitse piloten stierven namelijk door onderkoeling nadat ze uit zee gehaald waren. Terwijl een gevangene in een bassin met koud water lag, werd zijn lichaamstemperatuur opgemeten. Nadat een bepaalde lichaamstemperatuur was bereikt werden verschillende methoden beproefd om het onderkoelde slachtoffer weer op te warmen. Eén methode was om de onderkoelde gevangene tussen twee naakte vrouwen te plaatsen, maar het meest effectief bleek een warm bad van 38°C te zijn. Bij deze experimenten die plaatsvonden vanaf augustus 1942 waren 300 gevangenen betrokken, waarvan er 80 tot 90 omkwamen.

    Een andere dokter die menselijke proefpersonen gebruikte voor zijn experimenten in KZ Dachau was professor dr. Klaus Schilling, een bekende onderzoeker op het gebied van tropische geneeskunde. Hij had de leiding over proeven die werden uitgevoerd om geneesmiddelen tegen malaria te vinden. Tussen 1941 en 1945 werden ongeveer 1.200 gevangenen geïnfecteerd met malaria, 30 tot 40 van hen stierven hieraan als direct gevolg. Door een verslechterde conditie door de ziekte overleden nog eens 300 tot 400 gevangenen.

    Verder werden in het kamp meerdere pseudo-medische experimenten uitgevoerd. Bij sommige proefpersonen werden ontstekingen en vergiftigverschijnselen opgewekt om de reacties op verschillende medicijnen te testen. Andere gevangenen werden verwond om bloedstollingsmedicijnen te testen. Ook experimenten met tuberculose en proeven om te ontdekken of zeewater drinkbaar gemaakt kon worden, werden uitgevoerd in het kamp. Tevens werden operaties uitgevoerd op gezonde mensen.

    Dr. Sigmund Rascher werd kort voor de bevrijding van KZ Dachau neergeschoten, omdat hij gelogen had tegen Heinrich Himmler. Zijn vrouw had voorgedaan alsof ze zwanger was en vervolgens een kind gestolen. Men geloofde niet dat Rascher hier als arts niet van op de hoogte was en hij werd gevangen gezet in KZ Buchenwald en vervolgens in KZ Dachau. Frau Rascher werd opgesloten in Ravensbrück waar ze opgehangen werd. Professor dr. Klaus Schilling werd na de oorlog berecht door de Amerikanen en in Dachau opgehangen.

    Definitielijst

    Luftwaffe
    Duitse luchtmacht.

    Afbeeldingen

    Slachtoffer van een experiment met lage druk. Bron: National Archives.
    Slachtoffer van een experiment met koud water. Bron: Bildarchiv Preussischer Kulturbesitz.
    Een zigeuner die slachtoffer is geworden van proeven om zeewater drinkbaar te maken. Bron: National Archives.

    Gaskamer

    Volgens de officiële cijfers werden er van 1933 tot het einde van de oorlog 206.206 mensen naar KZ Dachau gedeporteerd. In de officiële overlijdensaktes worden 31.591 dodelijke slachtoffers genoemd, maar vermoedelijk ligt het daadwerkelijke sterftecijfer in Dachau hoger. Het is namelijk de vraag of de kampleiding elke gestorven gevangene heeft opgenomen in de administratie. Er hebben in KZ Dachau bijvoorbeeld meerdere executies plaatsgevonden, maar met uitzondering van ‘parate executies’ van gevangenen die een ontsnappingspoging gedaan zouden hebben of die de kampregels overtreden hadden, was het niet gebruikelijk om deze doden bij te houden. Mogelijk zijn gedurende de oorlogsjaren enkele duizenden Sovjetkrijgsgevangenen geëxecuteerd in Dachau en werden meerdere burgers door de Gestapo naar het kamp gestuurd voor een Sonderbehandlung, een eufemisme voor de doodstraf. Ook de slachtoffers van de dodenmarsen werden niet opgenomen in de overlijdensaktes.

    De omgekomen gevangen werden eerst nog begraven, maar in 1940 werd het eerste crematorium in gebruik genomen. Aan het begin van 1942 was de capaciteit van dit crematorium niet meer toereikend voor het grote aantal doden. In april 1942 werden er plannen gemaakt voor de bouw van een nieuw crematorium met vier ovens. Inbegrepen in de plannen waren vijf gaskamers. Op 23 juli 1942 werd vanuit het SS-hoofdkwartier in Berlijn toestemming verleend voor de bouw van dit complex. Van de vijf gaskamers die gebouwd werden, was er één bestemd voor het vergassen van mensen. De overige vier gaskamers waren bedoeld voor het ontsmetten van kleding. De vier ovens in het gebouw, dat Baracke X genoemd werd, hadden per stuk een capaciteit van zeven tot acht personen per keer. Het verbranden van lichamen kostte volgens sommige bronnen 2 uur, maar andere bronnen noemen een verbrandingsduur van 10 tot 15 minuten.

    Toen KZ Dachau op 29 april 1945 door de Amerikanen bevrijd werd, trof men in het mortuarium van het nieuwe crematorium stapels lijken aan. Ook voor het oude crematorium trof men een grote hoeveelheid lijken aan. Bij soldaten, journalisten en andere ooggetuigen rees direct het vermoeden dat deze mensen omgebracht waren in de vijfde gaskamer. Buiten het gebouw trof men een grote hoeveelheid Zyklon-B aan. Aan de buitenkant van de deur van de gaskamer hing een formulier waarop men gegevens kon invullen met betrekking tot het vergassingsproces. Hierop viel te lezen: "Gaszeit, Zu… UhrAuf… Uhr", oftewel "Vergassingstijd, dicht om …uur" en "open om …uur". Hieronder was een doodskop met gekruiste beenderen afgebeeld, met daarbij de tekst "Vorsicht Gas, Lebensgefahr Nicht Öffnen". Maar ondanks dat men de conclusie trok dat hier mensen vergast werden door de SS, kon men in officiële rapporten van het Amerikaanse leger, noch in individuele ooggetuigenverslagen hiervoor bewijs aandragen.

    Nog steeds is er geen duidelijk bewijs gevonden dat de bewuste gaskamer dienst heeft gedaan voor het vermoorden van mensen. We kunnen tegenwoordig zelfs met zekerheid stellen dat deze gaskamer niet of nauwelijks is gebruikt voor dit doel. Deze algemeen geaccepteerde veronderstelling is een favoriet onderwerp voor holocaustrevisionisten. Dat deze gaskamer niet gebruikt is voor het vermoorden van mensen past uitstekend in hun pleidooi, waarin zij het gebruik van gaskamers om mensen te vermoorden ontkennen. Met betrekking tot de gaskamers in de vernietigingskampen in Polen is de bewijslast sterk genoeg om deze ontkenning volledig te ontkrachten, maar ook wat betreft de gaskamer in KZ Dachau hebben revisionisten geen gelijk. Wanneer zij beweren dat de nazi’s nooit hebben getracht om mensen te vergassen in gaskamers, zouden er nooit gaskamers gebouwd zijn die bedoeld waren voor het vermoorden van mensen. Toch is er voldoende bewijs dat aantoont dat de gaskamer in KZ Dachau enkel bedoeld was voor het vermoorden van mensen.

    Zoals eerder vermeld bevonden zich in Baracke X in totaal vijf gaskamers. Vier van deze gaskamers waren klein en smal met een laag plafond. Deze kamers waren bedoeld voor het desinfecteren van kleding en lakens. Luizen en andere insecten werden vergast door middel van Zyklon-B, een algemeen gebruikt desinfectiemiddel. De vijfde kamer vertoont echter meerdere verschillen ten opzichte van deze vier desinfectiekamers. Deze ruimte was ook bedoeld als gaskamer: de ventilatieroosters, de ventilatieschoorsteen en de metalen deur zijn exact hetzelfde als die van de andere vier kamers. Maar in tegenstelling tot de andere vier gaskamers is deze ruimte betegeld, zijn aangebrachte douchekoppen niet op de waterleiding aangesloten, terwijl op de een bordje op de deur "Brausebad", doucheruimte, geschreven stond. Net als in andere gaskamers bestemd voor het doden van mensen, wilde men ook in deze gaskamer slachtoffers het idee geven dat men zich moest wassen.

    In de vijfde gaskamer treffen we tevens twee laden aan die aangebracht zijn tussen de binnen- en buitenmuur van de gaskamer. Aan de buitenkant kon een personeelslid met een gasmasker Zyklon-B in de lade deponeren en deze vervolgens naar het interieur van de gaskamers verplaatsen. De lade werd vervolgens aan de buitenkant gesloten en men blies daarna lucht in de bak met het verdelgingsmiddel zodat het giftige gas verspreid werd door de gaskamer. Doordat deze bak aan de binnenkant afgesloten was met een rooster, konden de slachtoffers het vergassingsproces niet beïnvloeden. De laden waren van buiten niet te zien doordat deze werden afgeschermd met een houten scherm. In de andere vier gaskamers werd het Zyklon-B door middel van een duurdere machine van het bedrijf Degesch de ruimte in geleid. Het vergassen van mensen vereist echter een veel lagere concentratie gas, 0,3 gram per m³ voor mensen tegenover een concentratie van 10 gram of meer per m³ voor insecten, waardoor de methode met de laden toereikend was. Bovendien waren de laden ook geschikt voor de toediening van andere soorten gas.

    Het is dus vrijwel zeker dat één van de vijf gaskamers in Baracke X bestemd was voor het vergassen van mensen, maar er is nauwelijks bewijs dat deze gaskamer ook daadwerkelijk voor dit doel is gebruikt. De belangrijkste primaire bron waarin het vergassen van mensen genoemd wordt is een brief van kamparts Dr. Sigmund Rascher aan Reichsführer-SS Heinrich Himmler. Hij schreef vanuit München op 9 augustus 1942 het volgende:

    "Geachte Reichsführer!

    Zoals u weet wordt in Dachau dezelfde installatie als in Linz gebouwd. Aangezien de ‘invalidentransporten’ hoe dan ook in de speciale kamers eindigen, was ik benieuwd of het mogelijk zou zijn om de gevolgen van onze gevechtsgassen in deze kamers te testen op de personen die hoe dan ook bestemd zijn voor deze kamers. De enige rapporten die tot dusver beschikbaar zijn, zijn van experimenten op dieren of van ongevallen tijdens de vervaardiging van deze gassen.

    S. Rascher"

    We kunnen aannemen dat Rascher met "dezelfde installatie als in Linz" het kasteel Hartheim in Linz bedoelde. Hier bevond zich een euthanasiecentrum waar geestelijk en lichamelijk gehandicapten in een gaskamer werden omgebracht. Vermoedelijk werden ook minstens 3.166 gevangenen uit KZ Dachau vergast in deze instelling. In deze brief verzoekt Rascher of hij de gaskamer in KZ Dachau ook voor dit doel gebruiken mocht, maar een reactie van Himmler op deze brief is nooit gevonden. Deze brief vormt dus geen bewijs dat de gaskamer in KZ Dachau daadwerkelijk gebruikt is voor het vergassen van mensen. In een gesprek met de Britse inlichtingenofficier Captain S. Payne Best in Buchenwald vertelde Rascher echter meer over zijn ervaringen met gaskamers.

    Captain S. Payne Best was opgepakt tijdens het Venlo-incident en zat vanaf augustus 1944 gevangen in Buchenwald, net als andere geprivilegieerde gevangenen. Dr. Rascher was opgepakt omdat hij in diskrediet geraakt was bij Himmler. De twee heren raakten met elkaar in gesprek en Best schreef in zijn boek "The Venlo Incident" hierover het volgende:

    "Op bijna onze eerste ontmoeting vertelde hij (Rascher) me dat hij had behoord tot Himmler’s persoonlijke staf, en dat hij het was die de constructie van de gaskamers gepland en gecontroleerd had en die verantwoordelijk was voor het gebruiken van gevangenen als proefkonijnen voor medisch onderzoek. Hij zag er duidelijk niks verkeerds in en beschouwde dit slechts als een zeer geschikte zaak. Betreffende de gaskamers zei hij dat Himmler, een zeer goedhartig mens, er het meest over bezorgd was dat de gevangenen op een manier zouden moeten worden uitgeroeid die hen de minste ongerustheid en het minste lijden bezorgde. Het grootste probleem was om een gaskamer te ontwerpen die zo goed gecamoufleerd was dat het doel niet duidelijk was en om de toestroom van het dodelijke gas zo te regelen dat de patiënten in slaap zouden vallen zonder te beseffen dat ze nooit meer wakker zouden worden. Helaas, zei Rascher, waren ze er nooit in geslaagd om het probleem op te lossen dat veroorzaakt werd door de variërende weerstand van verschillende mensen tegen de gevolgen van gifgassen. Altijd waren er enkelen geweest die langer dan anderen leefden en die beseften waar zij waren en wat er gebeurde. Rascher zei dat het voornaamste probleem was dat het aantal te vermoorden mensen zo groot was dat het onmogelijk was om te voorkomen dat de gaskamers overvol raakten, wat de pogingen om een regelmatig en gelijkmatig sterftecijfer te waarborgen belemmerde."

    Bovenstaand citaat doet vermoeden dat Rascher inderdaad geëxperimenteerd heeft met het vergassen van mensen in KZ Dachau. Concrete feiten worden echter niet genoemd en de vraag is in hoeverre Rascher spreekt over de gaskamer in KZ Dachau of over het gebruik van gaskamers in zijn algemeenheid. Het verhaal van Rascher wordt deels ondersteund door enkele ooggetuigenverslagen van gevangenen. De Nederlander Johannes Teunissen, lid van de Geuzengroep, schreef in zijn boek "Mijn belevenissen in de Duitse concentratiekampen" het volgende:

    "Op de appèlplaats van Dachau wordt het transport neergelegd, of neergesmeten, zo u wilt. Dan wordt er gesorteerd. Wie geheel onbruikbaar is of in een toestand verkeert die men hopeloos zou kunnen noemen, wordt naar de gaskamers gebracht. Van hen hoort of ziet men nooit meer iets."

    Dit is echter het enige citaat in het boek van Teunissen waarin hij een toespeling maakt op het vergassen van mensen. Waar, hoe en wanneer de arbeidsongeschikte gevangenen vergast werden, wordt door Teunissen niet genoemd en het is dan ook lastig de waarde in te schatten van zijn woorden. De beëdigde verklaring, een bewijsstuk voor het proces van Neurenberg, van Dr. Franciszek Blaha, een communistische gevangene uit Tsjechië (zie ook: Verhoor Dr. Franz Blaha), is uitgebreider en betrouwbaarder.

    Proces van Neurenberg verslagen deel 5
    Tweeëndertigste dag
    Vrijdag, 11 januari 1946

    12. Veel executies met gas of door schieten of injecties vonden plaats in het kamp zelf. De gaskamer was voltooid in 1944 en ik werd geroepen door Dr. Rascher om de eerste slachtoffers te onderzoeken. Van de acht of negen personen in de kamer waren er nog drie in leven, de rest leek dood te zijn. Hun ogen waren rood, en hun gezichten waren opgezwollen. Veel gevangenen werden later gedood op deze wijze. Daarna werden zij verplaatst naar het crematorium waar ik hun tanden op goud moest onderzoeken. De tanden die goud bevatten werden eruit gehaald. Vele gevangenen die ziek waren, werden gedood door injecties terwijl ze in het ziekenhuis verbleven. Sommige gevangenen die in het ziekenhuis gedood waren, kwamen door de autopsiekamer zonder naam of nummer op het label die gewoonlijk aan hun grote teen was gebonden. Daarvoor in de plaats stond op het label: ‘niet ontleden’. Ik voerde autopsie uit op sommige van deze en ontdekte dat ze volkomen gezond waren, maar waren gestorven aan injecties. Soms werden gevangenen gedood enkel omdat ze dysenterie hadden of omdat ze hadden overgegeven en ze voor de zusters te veel problemen veroorzaakten. De geestelijke patiënten werden geliquideerd door ze naar de gaskamer te leiden waar ze werden geïnjecteerd of neergeschoten. Schieten was een gebruikelijke executiemethode. Gevangenen konden net buiten het crematorium worden neergeschoten en naar binnen gebracht worden. Ik heb mensen gezien die in de ovens werden geduwd terwijl zij ademden en nog geluiden maakten, alhoewel wanneer ze nog teveel in leven waren, werden ze gewoonlijk eerst op het hoofd geslagen.

    Hoe overtuigend deze tekst ook mag lijken, het vormt geen steekhoudend bewijs voor het gebruik van de gaskamer. De acht of negen personen die Blaha noemt, lijken slachtoffer te zijn geworden van een experiment, niet voor niks moesten de lijken na de vergassing onderzocht worden. Maar hoe vaak zulke vergassingsexperimenten uitgevoerd werden en of Blaha hierbij vaker betrokken was, is niet genoemd. Bovendien beweerde Blaha dat "geestelijke patiënten werden geliquideerd door ze naar de gaskamer te leiden waar ze werden geïnjecteerd of neergeschoten". Deze mensen werden dus niet vergast.

    "Veel gevangenen werden later gedood op deze wijze [vergassing, KP]", volgens Blaha. Als hij echter geen ooggetuige was van deze vergassingen hoe kan hij dan weten dat deze gevangenen werden vergast en niet werden neergeschoten of geïnjecteerd? Blaha beschrijft immers zelf ook dat gevangenen in de nabijheid van Baracke X werden neergeschoten en geïnjecteerd. Het citaat uit bovenstaande beëdigde verklaring vormt slechts een mogelijk bewijs dat er in de gaskamer van KZ Dachau minstens één experiment heeft plaatsgevonden. Het is geen bewijsstuk waaruit we mogen concluderen dat de gaskamer in het kamp volop gebruikt is om gevangenen te elimineren. Misschien was de beperktheid van dit bewijsstuk de reden dat de verklaring door de aanklagers tijdens het proces van Neurenberg en het proces tegen personeelsleden van KZ Dachau nooit is benut.

    Concluderend kunnen we stellen dat de gaskamer in KZ Dachau weliswaar gebouwd was en geschikt was voor het vergassen van mensen, maar dat het onzeker is of de gaskamer hiervoor ook daadwerkelijk gebruikt is. Het lijkt zeer aannemelijk dat Dr. Rascher in elk geval heeft geëxperimenteerd met het vergassen van mensen. We kunnen echter met zekerheid stellen dat de gaskamer nooit op dezelfde schaal is gebruikt als in Auschwitz, Majdanek, Sobibor en andere vernietigingskampen in Polen. Joden werden niet in grote treinladingen naar Dachau gebracht om hier vermoord te worden en KZ Dachau was dan ook geen vernietigingskamp. Joodse mannen kwamen in KZ Dachau en Außenlager aan om hier tewerkgesteld te worden, weliswaar vaak met de dood als gevolg.

    Gevangenen kwamen in KZ Dachau om door ziekte, uitputting en ondervoeding. Ook werden meerdere gevangenen neergeschoten of mishandeld tot de dood erop volgde. Tevens kwamen veel gevangenen om door de gevolgen van gruwelijke (medische) experimenten. Het is vrijwel zeker dat arbeidsongeschikte gevangenen direct na aankomst in het kamp omgebracht werden. Ze werden gedood door toediening van injecties of werden naar het euthanasiecentrum in kasteel Hartheim gebracht, maar dat de gaskamer van KZ Dachau ook dienst deed om arbeidsongeschikten te vermoorden wordt tegenwoordig niet meer aangenomen. Volgens de officiële cijfers kwamen in KZ Dachau echter 31.591 mensen om en vermoedelijk ligt dit aantal nog hoger. Het mag dus duidelijk zijn dat, ondanks dat de gaskamer hoogstwaarschijnlijk niet of nauwelijks gebruikt is, er ontzettend veel mensen omkwamen in het kamp. Ook zonder het gebruik van een gaskamer was KZ Dachau een gruwelijk en misdadig oord.

    Definitielijst

    nazi
    Afkorting voor een nationaal socialist.
    proces van Neurenberg
    Proces in 1946 van een geallieerd militair tribunaal tegen de belangrijkste vertegenwoordigers van het Nazi regime. Zij stonden als oorlogsmisdadigers terecht.
    vernietigingskamp
    Kamp waar tijdens de Tweede Wereldoorlog grote groepen mensen (voornamelijk Joden en zigeuners) door de SS werden geliquideerd door middel van vergassing. Auschwitz, Treblinka en Majdanek zijn drie voorbeelden van vernietigingskampen.
    Zyklon-B
    Het gifgas dat in de Duitse vernietigingskampen systematisch werd toegepast om voornamelijk joden te vermoorden.

    Afbeeldingen

    Baracke X, met daarin de vijf gaskamers, het mortuarium en het nieuwe crematorium. Bron: Dachau Scrapbook.
    Buitenmuur van de gaskamer, met de twee laden waarmee Zyklon-B ingebracht kon worden. Bron: Dachau Scrapbook.
    Interieur van de gaskamer waarin mensen vergast konden worden. Bron: Dachau Scrapbook.
    Amerikaanse soldaat voor de deur van één van de gaskamers waarin kleding ontsmet werd. Bron: USHMM.
    Deur van de gaskamer waarin mensen vergast konden worden in 2005. Bron: John Smeets.

    Dodentransporten

    Op 6 juli 1944 arriveerde vanuit het Polizeihaftlager in Compiègne (Frankrijk) een dodentransport in KZ Dachau. Van de 2521 gevangenen in dit transport, waren 964 mensen reeds overleden. Dit was het begin van wat zou komen, want vanaf begin 1945 tot april van dat jaar arriveerden meerdere dodentransporten vanuit concentratiekampen in het oosten in KZ Dachau. Deze kampen werden geëvacueerd omdat men wilde voorkomen dat de gevangenen in handen van de Sovjets zouden vallen. Wanneer dit zou gebeuren zouden zij namelijk tot in detail kunnen vertellen over de vernietiging van Joden die plaatsvond in de vernietigingskampen. Wat volgde was een massale toestroom van gevangenen in concentratiekampen binnen de Duitse grenzen: sommige gevangenen arriveerden per trein, anderen werden, onder barre omstandigheden, te voet op weg gestuurd naar hun nieuwe verblijfplaats. Edmond Michelet, een Franse gevangenen in KZ Dachau, schreef het volgende over de aankomst van een dodenmars in het kamp:

    "Het is duidelijk dat deze skeletten nog maar enkele dagen te leven hebben. Hun uitgeteerde huid is niet meer dan een grauw omhulsel, dat vlak op het gebeente ligt… De mensen doen apathisch hun ontlasting, vlak voor onze neus. Als ze nog de kracht hebben om geluid voort te brengen, dan is hun koeterwaals onverstaanbaar."

    In november 1944 was een nieuwe tyfusepidemie uitgebroken en door de massale toestroom van duizenden geëvacueerde gevangenen in 1945 gingen de levensomstandigheden steeds drastischer achteruit. Barakken die bestemd waren voor 200 gevangenen werden volgepropt met meer dan 1.600 gevangenen. Aan de gevolgen van tyfus overleden dagelijks zo’n 100 tot 200 gevangenen. De vorige kampcommandant Martin Weiß was weer tijdelijk in het kamp teruggekeerd om orde op zaken te stellen. In maart 1945 had een aantal geestelijken het geluk om vrijgelaten te worden. Waarom 170 anderen achterbleven is niet duidelijk. Ook Deense en Noorse gevangenen werden vrijgelaten uit KZ Dachau en overgedragen aan het Internationale Rode Kruis. Voor veel gevangenen was echter het einde van hun lijden niet in zicht. Op 14 april 1945 beval Heinrich Himmler de commandanten van KZ Dachau en KZ Flossenburg per radiotelegram de totale evacuatie van hun kampen. Gevangenen moesten overgebracht worden naar Tirol waar ze voorlopig buiten het bereik van geallieerde troepen waren.

    De eerste gevangenen die naar Tirol werden geëvacueerd waren prominente gevangenen, waaronder de predikant Martin Niemöller, voorman van de Bekennende Kirche en een uitgesproken criticus van het nazi-regime. Dit transport vond plaats op 17 of 24 april 1945. Twee andere bekende gevangenen, Charles Delestraint, een Franse generaal en verzetsstrijder, en Georg Elser, verantwoordelijk voor de mislukte aanslag op Hitler op 8 november 1939, werden op 19 april geëxecuteerd. Op 22 april verlieten Arbeitskommando’s voor de laatste keer het kamp om te werken. Een dag later werden 2.000 gevangenen op de trein naar het zuiden gezet, zij werden op 4 mei bevrijd. Op 25, 26 en 27 april vonden er soortgelijke transporten plaats, niet alleen per trein, maar ook te voet. Tijdens de evacuaties vielen vele slachtoffers en ook in het kamp overleed een groot aantal van de achtergebleven gevangenen. Sommigen werden neergeschoten door hun bewakers, anderen stierven van de honger, door uitputting of door ziekte. Met de bevrijding voor ogen pleegde de laatste kampcommandant van Dachau, Eduard Weiter, op 27 april zelfmoord op slot Itter in Tirol, een Außenlager van KZ Dachau.

    Definitielijst

    nazi
    Afkorting voor een nationaal socialist.

    Afbeeldingen

    Dodenmars vanuit KZ Dachau. Bron: KZ Gedenkstätte Dachau.

    Bevrijding

    In de dagen voor de bevrijding heerste er in het kamp een ongebruikelijke anarchie. Op 27 april 1945 verschenen veel gevangenen niet op het appel. Het personeel was bezig met het uitwissen van sporen door de boekhouding te verbranden. Om op het laatste moment nog in een goed blaadje te komen waren sommige bewakers opvallend genereus met het verdelen van voedselporties en waren ze vriendelijk tegen hun gevangenen. Ondanks de mildere behandeling door bewakers gedurende de laatste dagen van KZ Dachau bleven de levensomstandigheden in het kamp slecht. Het kamp was nog steeds overvol: tijdens het laatste appel op 26 april, werden 30.442 gevangenen in het kamp geteld, In totaal verbleven ook nog eens 37.223 gevangenen in de Außenlager van het kamp. Het grootste deel van de gevangenen was geen Duitser en ongeveer 30% van de gevangenen was Joods. En nog steeds arriveerden gevangenen vanuit andere kampen in KZ Dachau, waaronder de overlevenden van een treintransport vanuit KZ Buchenwald. Dit transport was op 7 april vertrokken en kwam na een reis vol ontberingen aan in KZ Dachau. In open wagons bleven de 2.310 lichamen van diegenen die de reis niet hadden overleefd liggen. Deze ‘dodentrein’ was het eerste wat de bevrijders van het kamp zouden aantreffen.

    Samen met enkele andere personeelsleden van KZ Dachau waren kampcommandant Martin Weiß en zijn adjudant Rudolf Heinrich Suttrop in de nacht van 28 april gevlucht. Ondanks dat ze zich in burgerkleding hadden vermomd, werden ze opgemerkt door twee gevangenen die het kamp al eerder ontvlucht waren. De gevangenen maakten contact met soldaten van het 292nd Field Artillery Observation Batallion in München en vervolgens werd de groep van Weiß gearresteerd. Ondanks dat de meeste personeelsleden het concentratiekamp verlaten hadden, werden de gevangenen nog steeds bewaakt. Zou men immers de gevangenen aan hun lot overgelaten hebben dan hadden ze bij afwezigheid van hun beulen wraak kunnen nemen op burgers in de stad Dachau. De bewaking bestond vermoedelijk uit een samenraapsel van aanwezige soldaten van de Waffen-SS die verbleven in de SS-kazerne naast het concentratiekamp. Zij waren in het kamp zelf niet meer aanwezig, maar bemanden de wachttorens met mitrailleurs en voorkwamen hiermee dat de gevangenen massaal zouden uitbreken. De orde in het kamp werd bewaard door de gevangenen die een Internationaal Comité hadden opgericht.

    Eigenlijk was het niet de bedoeling dat de gevangenen levend in handen zouden komen van de geallieerden. Nadat Buchenwald bevrijd werd had Hitler aan Himmler bevolen dat er geen concentratiekamp meer in geallieerde handen mocht vallen. Men overwoog om de kampen te bombarderen, maar de Luftwaffe was niet meer tot zo’n operatie in staat. Himmler gaf vervolgens het bevel dat gevangenen niet levend in handen mochten vallen van de geallieerden. Een kampbewaker verklaarde na de oorlog dat men van plan was om in de nacht van 29 op 30 april 1945 alle gevangenen neer te schieten en om vervolgens het kamp in brand te steken. Het lot besloot echter anders, want het kamp was toen al bevrijd. In de nacht dat de gevangenen van KZ Dachau omgebracht hadden moeten worden, pleegden Adolf Hitler en zijn vrouw Eva Braun zelfmoord. Niet alleen het einde van het lijden van de gevangenen in KZ Dachau was in zicht, maar ook aan de Tweede Wereldoorlog en het Derde Rijk zou binnen enkele dagen een einde komen.

    Kort voor de bevrijding van KZ Dachau vond, op 28 april 1945, een opstand plaats. Burgers van de stad en gevluchte gevangenen bezetten het stadshuis van Dachau, om een geweldloze overgave van de stad aan de Amerikanen te bereiken. Diezelfde dag verwijderden bewakers in KZ Dachau de nazivlag en de witte vlag werd gehesen.

    KZ Dachau werd op 29 april 1945 bevrijd door soldaten van de Amerikaanse 7th Army en was het laatste grote kamp dat bevrijd werd. Op dat moment verbleven 32.335 gevangenen in het kamp. Bij de bevrijding van het kamp waren zowel de 42nd Infantry "Rainbow" Division, onder het commando van Brigadier General Henning Linden als de 45th Infantry "Thunderbird" Division, onder het commando van Lieutenant Colonel Felix Sparks, betrokken. Beide divisies kregen tankondersteuning van de 20th Armored Division die op weg naar München was. Tot op de dag van vandaag is men er niet uit of de 42nd of de 45th Infantry Division als eerste het kamp betrad en welke divisie dus officieel bestempeld kan worden als de bevrijder van KZ Dachau. Het probleem met betrekking tot deze vraagstelling is dat manschappen van de 45th Infantry Division weliswaar als eerste het complex in Dachau bereikten, maar naast het concentratiekamp bevonden zich hier ook de Übungslager en het garnizoen van de SS. Dit complex had drie ingangen en moest eerst betreden worden om vervolgens het concentratiekamp te kunnen betreden. Het concentratiekamp zelf werd waarschijnlijk als eerste bereikt door een soldaat van de 42nd Infantry Division. Tegenwoordig hangt in het kamp een plaquette ter ere van de bevrijding door de 42nd Infantry Division. Ook de 45th Infantry Division was benaderd voor een dergelijke plaquette, maar weigerde. Aan de muur tegenover het plaquette hangt tevens een plaquette als eerbetoon aan de 20th Armored Division.

    De omstandigheden die in het kamp door de Amerikanen aangetroffen werden, waren afschuwelijk. Niet alleen in de ‘dodentrein’ trof men een enorme hoeveelheid doden aan, maar ook verspreid door het kamp en in en om het crematoriumgebouw lagen grote aantallen uitgemergelde lijken in staat van ontbinding. Vermoedelijk uit wraak voor datgene wat men aantrof, richtten de Amerikanen een bloedbad in KZ Dachau aan. Meerdere kampbewakers werden geëxecuteerd en vermoedelijk werden anderen mishandeld en vermoord door de op wraak beluste gevangenen.

    Definitielijst

    anarchie
    Het idee van een samenleving zonder autoriteit, macht of geweld. Het is de verzameling denkwijzen welke terug te brengen is tot de gedachte dat een individu op geen enkele manier ondergeschikt aan of van iets of iemand mag zijn. Tegenwoordig wordt het begrip anarchie echter vaak gebruikt om chaos en wanorde aan te geven. Het begrip anarchie is echter veel breder toepasbaar.
    divisie
    Bestond meestal uit tussen de een en vier Regimenten en maakte meestal deel uit van een Korps. In theorie bestond een Divisie uit 10.000 - 20.000 man.
    geallieerden
    Verzamelnaam voor de landen / strijdkrachten die vochten tegen Nazi-Duitsland, Italië en Japan gedurende WO 2.
    Luftwaffe
    Duitse luchtmacht.

    Afbeeldingen

    Lijken in een wagon van de dodentrein. Bron: USHMM.
    Amerikaanse soldaten aanschouwen de lijken in de dodentrein. Bron: USHMM.
    Zieke en uitgeputte gevangenen worden afgevoerd voor medische behandeling. Bron: KZ Gedenkstätte Dachau.
    Overlevenden in een overvolle slaapbarak. Bron: USHMM.

    Na de oorlog

    In de dagen na de bevrijding van KZ Dachau probeerden de Amerikanen de levens te redden van de zieke en ernstig verzwakte gevangenen. Om de tyfusepidemie onder controle te krijgen en de hygiëne in het kamp te herstellen, werden de lijken begraven en werd het kamp grondig schoongemaakt. De ontheemde en zieke gevangenen werden in nieuwe kleding uit het SS-Bekleidungslager gestoken en werden gehuisvest in de SS-barakken. Ongeveer 4.000 zieken kregen een medische behandeling en het sterftecijfer liep aanzienlijk terug, maar ondanks de inspanningen van medici kwamen na de bevrijding van het kamp nog 2.466 gevangenen om, vooral aan de gevolgen van tyfus. Het kamp bleef een tijdje een opvangkamp voor ontheemden, maar uiteindelijk werd iedereen voorbereid op repatriëring en kreeg het kamp nieuwe ‘bewoners’.

    In juli 1945 werd het voormalige concentratiekamp door de Amerikaanse militaire autoriteiten aangesteld als een gevangenenkamp voor Duitsers die aangeklaagd werden voor oorlogsmisdaden. Het kamp had een opnamecapaciteit van 30.000 personen en vanaf 15 november vonden hier ook processen voor een Amerikaans militair tribunaal plaats. De aangeklaagden tijdens het eerste proces waren de voormalige kampcommandant, Martin Weiß, en 39 andere kamppersoneelsleden, waaronder ook Dr. Klaus Schilling en vier Kapo’s, oftewel gevangenen die ingezet werden om medegevangenen te bewaken. In een zeer korte periode - het proces eindigde al op 13 december - werden 170 getuigen opgeroepen en hoofdzakelijk door hun getuigenissen werden 36 aangeklaagden ter dood veroordeeld. Uiteindelijk zouden 23, waaronder Weiß en Schilling, in mei 1946 daadwerkelijk ter dood gebracht worden in de gevangenis van Landsberg am Lech.

    Na het proces tegen personeelsleden van KZ Dachau werden in het voormalige kampcomplex nog 118 anderen aangeklaagd voor oorlogsmisdaden. Zo vond er een proces plaats tegen SS-personeelsleden van KZ Buchenwald, waaronder de beruchte Ilse Koch, de vrouw van de kampcommandant, die beschuldigd werd van de vervaardiging van lampenkappen van de huid van gevangenen.

    Ook het proces tegen 73 Waffen-SS’ers die ervan verdacht werden betrokken te zijn geweest bij het bloedbad van Malmédy, de executie van 86 Amerikaanse soldaten op 17 december 1944 nabij Baugnez in de Belgische Ardennen, vond plaats in Dachau. Onder de aangeklaagden waren SS-Standartenführer Joachim Peiper, de commandant van Kampfgruppe Peiper waartoe de meeste van deze Waffen-SS’ers behoorden, en SS-Obergruppenführer Josef Dietrich, de commandant van de 6.SS-Panzer-Armee waartoe Kampfgruppe Peiper behoorde. Joachim Peiper en 41 andere aangeklaagden kregen de doodstraf, 22 aangeklaagden, waaronder Josef Dietrich, kregen levenslang en de overige aangeklaagden kregen gevangenisstraffen van 20, 15 of 10 jaar. Geen enkele van de ter dood veroordeelden werd echter daadwerkelijk ter dood gebracht. Na een onderzoek van een commissie van de Amerikaanse senaat werden tussen 1948 en 1956 alle veroordeelden uit gevangenschap vrijgelaten. Hiertoe werd besloten omdat de aangeklaagden vermoedelijk tot hun getuigenissen gedwongen waren met behulp van ontoelaatbare middelen. Ook omdat de aangeklaagden waarschijnlijk niet volgens de Conventies van Genève door hun bewakers behandeld waren en door andere tegenstrijdigheden rond de uitvoering van dit proces kwam men tot deze vrijlating. Peiper kwam als laatste vrij. Doordat de Amerikanen faalden in het voeren van een rechtvaardig proces, ontstond, net als met betrekking tot het bloedbad in KZ Dachau dat werd aangericht door de Amerikaanse bevrijders, een controverse. Tot op de dag van vandaag lopen de meningen over de toedracht van het bloedbad bij Baugnez sterk uiteen. De grote willekeur waaronder leden van de Kampfgruppe Peiper - onder druk van het op wraak beluste thuisfront - door de Amerikaanse aanklagers voor het gerecht gebracht werden en de onrechtvaardige uitvoering van dit proces, vormden voor revisionisten reden om te twijfelen aan de totale geallieerde naoorlogse rechtspraak.

    In september 1948 werd het concentratiekamp overgedragen aan de Beierse autoriteiten. Vervolgens werd het kamp nog geruime tijd gebruikt als vluchtelingenkamp. De SS-kazerne bleef tot 1972 in gebruik bij het Amerikaanse leger en werd daarna door de Beierse autoriteiten in gebruik genomen als politieonderkomen. In 1960 werd in het crematoriumgebouw een provisorisch museum opgericht en vijf jaar later werd het concentratiekamp benoemd tot Gedenkstätte (herinneringscentrum). Tegelijkertijd werd er een nieuw museum geopend. Tegenwoordig is het concentratiekamp nog steeds geopend voor bezoekers. Een groot deel van het kamp, waaronder het Jourhaus, de wachttorens en het crematorium, is nog steeds in de oorspronkelijke staat te aanschouwen. De oude barakken zijn verdwenen, maar twee zijn er nagebouwd om een indruk te geven van hoe het geweest is. In het oude hoofdgebouw is een museum ingericht met een permanente tentoonstelling en een filmzaal. Voor het Wirtschaftsgebaüde, op de voormalige appèlplaats, is het Internationale Dachau Monument, ontworpen door de Joegoslavische kunstenaar Glid Nandor, te vinden. Het Gedenkstätte Dachau is dagelijks, met uitzondering van maandag, geopend van 9:00 tot 17:00 uur. De toegang is gratis.

    In Nederland, in het Amsterdamse bos, werd 50 jaar na de bevrijding van het concentratiekamp het Nationaal Dachau Monument, ontworpen door de beeldend kunstenaar Niek Kemps, opgericht. Het monument is een zestig meter lange straatweg van Belgische blauwsteen, met links en rechts een strak geschoren taxushaag. Dit monument symboliseert de Lagerstraße in KZ Dachau die omheind is met hoge populieren. Het looppad is in het midden iets verhoogd, wat moet herinneren aan de moeilijkheden die gevangenen in KZ Dachau met lopen hadden, doordat de wegen ongelijk waren en ze ondeugdelijk schoeisel droegen. In de straat zijn tevens de namen van vijfhonderd concentratiekampen gehouwen. Jaarlijks vindt bij dit monument op 29 april, de bevrijdingsdag van het kamp, een herdenking plaats. De slachtoffers van KZ Dachau zijn gelukkig nog niet vergeten.

    Definitielijst

    Armee
    Bestond uit meestal tussen de drie en zes Korps en andere ondergeschikte of onafhankelijke eenheden. Een Armee was ondergeschikt aan een Heeresgruppe of Armeegruppe en had in theorie 60.000 - 100.000 man.
    bevrijdingsdag
    De op 5 mei gehouden herdenking van de bevrijding van Nederland wat voor Nederland het einde van de Tweede Wereldoorlog betekende. Op 5 mei werd in hotel De Wereld door de Duitsers de capitulatie getekend en sindsdien is 5 mei een nationale feestdag.
    Kampfgruppe
    Tijdelijke militaire formatie in het Duitse leger, samengesteld uit verschillende specialismen (pantsereenheden, artillerie, infanterie, anti-tankwapens en soms ook genie) met een speciale opdracht binnen het slagveld. De Kampfgruppen werden meestal genoemd naar de commandant van het verband.
    Kapo
    Een Kapo was een gevangene in een concentratiekamp van nazi-Duitsland in de Tweede Wereldoorlog, die als taak had op de andere gevangenen toe te zien. Een Kapo moest voor de SS het werk van de gevangenen begeleiden en hij was verantwoordelijk voor hun resultaten.
    oorlogsmisdaden
    Misdaden die in oorlogstijd worden begaan. Vaak betreft het hier misdaden van militairen ten opzichte van burgers.

    Afbeeldingen

    Dr. Klaus Karl Schilling tijdens zijn proces. Bron: National Archives.
    Kampcommandant Martin Weiß in de beklaagdenbank. Bron: National Archives.
    Joachim Peiper (derde van links op de eerste rij) en andere aangeklaagden tijdens het Malmédy Proces. Bron: National Archives.
    Ingang van KZ-Gedenkstätte Dachau in de zomer van 2005. Bron: John Smeets.
    KZ-Gedenkstätte Dachau in de zomer van 2005. Bron: John Smeets.

    Gevangenen

    Volgens de officiële kampadministratie hebben in KZ Dachau van 1933 tot 1945 in totaal 206.206 mensen gevangen gezeten. Om een goed beeld te krijgen van de verschillende soorten gevangenen is het belangrijk om te weten dat KZ Dachau niet opgezet was om bij te dragen aan de Endlösung der Judenfrage, de vernietiging van de Europese Joden. In KZ Dachau zaten geen Joodse vrouwen, kinderen en bejaarden die vermoord moesten worden en ook Joodse mannen vormden niet de voornaamste groep gevangenen in het kamp. Vanaf de oprichting van het kamp was het kamp vooral bedoeld voor politieke gevangenen en dit bleef zo tot het einde van de oorlog. Dit waren voor de oorlog hoofdzakelijk bijvoorbeeld leden van de socialistische en communistische partij, maar tijdens de oorlogsjaren bestond de grote groep politieke gevangenen ook uit niet-Duitsers die in hun land verzet hadden gepleegd tegen de Duitse bezetter. Naast politieke gevangen zaten ook homoseksuelen, misdadigers en andere door de nazi’s "ongewenst" verklaarde bevolkingsgroepen in het kamp.

    In KZ Dachau hebben ook 2.771 geestelijken gevangen gezeten, waaronder 2.579 Rooms-Katholieke priesters en seminaristen uit 38 landen, 109 protestantse predikanten, 30 orthodoxe geestelijken en twee imams. 1.034 Geestelijken vonden er de dood. Vrouwelijke gevangenen hebben nooit in KZ Dachau gezeten, maar wel in één van de Außenlager van het kamp. Alleen in de laatste maand van de oorlog werden vrouwen op dodenmars of dodentransport richting KZ Dachau gestuurd, maar velen van hen bereikten het kamp niet levend.

    Onder de gevangenen van KZ Dachau zaten veel prominente personen van diverse nationaliteiten. Sommigen van hen genoten al grote bekendheid voor de oorlogsjaren door bijvoorbeeld hun politieke rol, anderen werden bijvoorbeeld door hun verzetsactiveiten pas tijdens of na de oorlog bekend.

    Een bekende politicus die in KZ Dachau gevangen gezeten heeft is Kurt Schumacher, de leider van de SPD (Sozialdemokratische Partei Deutschlands) in de beginjaren van de Bondsrepubliek Duitsland. Doordat hij ook voor de oorlog al actief betrokken was bij de SPD, onder andere als Reichstaglid voor de partij, werd hij in juli 1933 gearresteerd en verbleef hij gedurende de volgende tien jaar in diverse concentratiekampen, waaronder KZ Dachau. In de jaren na de oorlog was Schumacher een geduchte politieke opponent van Konrad Adenauer, de leider van de nieuw opgerichte CDU (Christlich-Demokratische Union). Alhoewel Schumacher ervan overtuigd was dat hij de eerste kanselier zou worden van de Bondsrepubliek Duitsland, verloor hij de verkiezingen in 1949. Na de benoeming van Adenauer als kanselier was Schumacher ontgoocheld, maar hij bleef hij tot zijn plotselinge dood in 1952 fractievoorzitter voor de SPD in de Bundestag.

    Dachau-gevangene predikant Martin Niemöller groeide na de oorlog uit tot icoon van het kerkelijk verzet tegen de nazi’s in Duitsland. Zijn opstand tegen de nazi’s begon toen de Arierparagraph uitgevaardigd werd. Hierin stond dat iedereen die van niet-arische afkomst was, of getrouwd was met iemand van niet-arische afkomt, geen ambt in de kerk meer mocht bekleden. Dit betekende dus dat christenen van Joodse afkomst die een ambt binnen de kerk vervulden, hun baan zouden kwijtraken. Niemöller kwam in protest tegen deze vorm van nazificatie en richtte de Pfarrernotbund, een noodbond van predikanten, op. Tijdens een ontmoeting in 1934 met Niemöller had Hitler gezegd: “U beperkt zich tot de kerk. Ik zorg voor het Duitse volk.” Niemöller antwoordde:

    “Geachte kanselier, u zei zojuist: ‘Ik zorg voor het Duitse volk.’ maar ook wij, als christenen en geestelijken, hebben een verantwoordelijkheid voor het Duitse volk. Met die verantwoordelijkheid heeft God ons bekleed en noch u noch iemand in de wereld heeft de macht om die te ontnemen.”

    In hetzelfde jaar als zijn ontmoeting met Hitler, richtte Niemöller de Bekennende Kirche op. Dit was een antinazistische kerkelijke verzetsbeweging van Duitse protestanten. Niemöller werd ondertussen goed in de gaten gehouden door de Gestapo en nadat hij in een preek hevige kritiek gaf op Hitler werd hij gearresteerd. Hitler zelf benoemde Niemöller tot zijn persoonlijke gevangene. Niemöller verbleef eerst in KZ Sachsenhausen en zat vanaf 1941 gevangen in KZ Dachau. Hij overleefde het concentratiekamp en bleef na de oorlog actief binnen de protestante kerk.

    Als pleger van een mislukte aanslag op Hitler op 8 november 1939 werd Georg Elser als Sonderhäftling, speciale gevangene, gevangen gezet in KZ Sachsenhausen. Hem stond na de oorlog een showproces te wachten. Rond de jaarwisseling van 1944-1945 werd hij overgebracht naar KZ Dachau. Op persoonlijk bevel van Heinrich Himmler werd hij hier op 9 april 1945 geëxecuteerd.

    Doordat hij gedurende de meidagen van 1940 had gediend in het Belgische leger en vervolgens een belangrijke rol vervulde bij de Franse maquis werd ook Xavier van Bourbon-Parma gevangen gezet in KZ Dachau. Hij was hertog van Parma en Carlistisch troonpretendent. In het kamp weigerde hij een elitaire behandeling. Hij overleefde het concentratiekamp en riep zich in 1952 uit tot koning van Spanje. In 1969 werd hij door Franco gepasseerd toen deze Juan Carlos de Bourbon als opvolger aanwees. In Nederland werd Xavier van Bourbon-Parma vooral bekend als de vader van Karel Hugo van Bourbon-Parma, de voormalige echtgenoot van prinses Irene.

    De Friese karmelietenpater Titus Brandsma overleefde zijn verblijf in KZ Dachau niet. Nadat hij in detentie gezeten had in onder andere Scheveningen, Amersfoort en Kleef overleed hij op 26 juli 1942 in KZ Dachau. Hij was opgepakt omdat hij in de rooms-katholieke kranten van Nederland tot verzet tegen de nazi’s had opgeroepen. Na de oorlog werd Brandsma in 1985 door Paus Johannes Paulus II zalig verklaard . Net als Niemöller in Duitsland, groeide Brandsma in Nederland uit tot een icoon van het kerkelijk verzet van de nazi’s.

    Net als Titus Brandsma overleed ook George Maduro in KZ Dachau. Hij was geboren in Willemstad op Curaçao en was Joods. Voor het aanbreken van de oorlog studeerde hij in Nederland. Tijdens de meidagen van 1940 diende hij als reserve 2e luitenant in het Nederlandse leger. Hij leidde één van de tegenstoten tegen de bezetting van Ypenburg op 10 mei 1940. Toen het Nederlandse leger capituleerde, werd Maduro krijgsgevangen genomen. Na een korte periode in vrijheid werd hij opnieuw gevangengezet in de gevangenis in Scheveningen. Toen hij een half jaar later weer vrijgelaten werd, waren Joden verplicht om een jodenster te dragen. Maduro weigerde dit en sloot zich aan bij het verzet.

    In 1943 hielp Maduro geallieerde piloten via Spanje naar het Verenigd Koninkrijk ontsnappen. Hij werd verraden en gevangen gezet. Hij wist te ontsnappen en ging weer in het verzet. Hij werd opnieuw opgepakt en kwam uiteindelijk in KZ Dachau terecht. Hier stierf hij op 9 februari 1945 aan vlektyfus. Wegens de door hem geleide aanval op een Duitse stelling bij Huize Dorrepaal (voorheen villa Leeuwenbergh) in Rijswijk tijdens de meidagen werd hij postuum onderscheiden met de Ridder 4e klasse der Militaire Willems-Orde. Hij is de enige Antilliaan die deze onderscheiding heeft ontvangen. Na de oorlog stelden de ouders van Maduro een startkapitaal voor de oprichting van een miniatuurstad in Den Haag beschikbaar. In 1952 werd deze miniatuurstad, Madurodam, geopend. Sinds 1993 is er bij de entree van Madurodam een schaalmodel van het geboortehuis van Maduro te zien. Op een plaquette bij het miniatuurhuis staat de tekst: “In hem eert Nederland zijn oorlogshelden uit de strijd 1940-1945.”

    Een bekende Belgische gevangene was Albert Guérisse, beter bekend onder zijn schuilnaam Patrick O'Leary. Hij diende bij het uitbreken van de oorlog als Médecin Capitaine in een Belgisch cavalerieregiment. Na de Belgische capitulatie ontsnapte hij via Duinkerken naar Groot-Brittannië waar hij in dienst trad van de Royal Navy. Tijdens een missie in april 1941 bracht zijn schip SOE-agenten naar de Belgische kust. Toen Guérisse wilde terugkeren, had zijn schip zich inmiddels omgedraaid en moest hij terugzwemmen naar de kust. Hij werd opgepakt door de kustwacht van Vichy-Frankrijk en werd opgesloten in het fort van Saint-Hippolyte, vlakbij Nîmes. Hier ontmoette hij de SOE-agent Ian Garrow. Ze slaagden erin te ontsnappen en Guérisse hielp Garrow bij het runnen van een ontsnappingsnetwerk.

    Garrow werd in oktober 1941 gearresteerd door de Vichy-Franse autoriteiten en Guérisse nam zijn positie over. Hij smokkelde een Duits uniform naar de cel van Garrow die vervolgens hiermee kon ontsnappen. Terwijl Garrow naar Groot-Brittannië geroepen werd, ging Guérisse door met het zijn werkzaamheden met betrekking tot ontsnappingsnetwerken. Zijn ontsnappingslijn leidde uiteindelijk meer dan 600 vluchtelingen naar Spanje en vervolgens naar Groot-Brittannië. In 1943 werd de ontsnappingslijn ontmanteld en werd Guérisse gearresteerd. Gedurende zijn gevangenschap in diverse concentratiekampen werd hij regelmatig verhoord door de Gestapo, maar hij liet niks los. Uiteindelijk kwam hij terecht in KZ Dachau waar hij eigenlijk ter dood gebracht had moeten worden. Zover kwam het niet en hij maakte als leider van het Internationale Comité van gevangenen de bevrijding van het kamp mee. Na de oorlog nam hij weer dienst in het Belgische leger. Hij ontving het George Cross en diverse andere binnen- en buitenlandse onderscheidingen. Hij schopte het tot generaal-majoor en hoofd van de medische dienst van het Belgische leger. Guérisse overleed op 26 maart 1989.

    Elke gevangene van KZ Dachau had zijn eigen verhaal. Van de 206.206 geregistreerde gevangenen konden 31.591 mannen hun verhaal niet meer navertellen. Zij behoorden tot de officieel geregistreerde doden van KZ Dachau. Het zijn deze mannen én het onbekende aantal niet-geregistreerde slachtoffers die elk jaar op 29 april herdacht worden. “Moge het voorbeeld van degenen die hier van 1933 tot 1945 als gevolg van hun strijd tegen het nationaalsocialisme hun leven offerden, de levenden verenigen in de strijd ter verdediging van de vrede en de vrijheid, en de eerbied voor de menselijke waardigheid”, zoals te lezen valt op het Internationaal Dachaumonument in de KZ-Gedenkstätte Dachau.

    Definitielijst

    capitulatie
    Overeenkomst tussen strijdende partijen met betrekking tot de overgave van een land of leger.
    Endlösung
    Eufemistische term, letterlijk eindoplossing, waarbij met oplossing bedoeld werd de oplossing voor het Jodenprobleem zoals dat door de nationaal-socialisten was geconstateerd. De Endlösung zou uiteindelijk vorm krijgen in de pogingen van de nazi's om het gehele Joodse volk in Europa uit te roeien in speciaal daarvoor ingerichte vernietigingskampen.
    jodenster
    Davidster op een gele ondergrond die in Nazi-Duitsland en de bezette gebieden tijdens WO II door de Joden moest worden gedragen.
    maquis
    Franse ondergrondse verzetsbeweging tijdens WO II.
    nazi
    Afkorting voor een nationaal socialist.
    SOE
    Special Operations Executive. Britse organisatie uit WO II die zich bezig hield met geheime operaties en spionage. Een van zeven geheime organisaties die door de Britse regering tijdens WO II in Engeland werd opgericht.

    Afbeeldingen

    Kurt Schumacher, 1895-1952. Bron: DHM.
    Martin Niemöller, 1892-1984.
    Titus Brandsma, 1881-1942. Bron: René ten Dam.
    Internationaal Dachaumonument in de KZ-Gedenkstätte Dachau. Bron: Dachau Scrapbook.
    Tekst op het Internationaal Dachaumonument: "Nooit meer". Bron: Dachau Scrapbook.