De Frans-Duitse oorlog, ook wel bekend als de Frans-Pruisische oorlog, was een oorlog die van 1870 tot 1871 werd uitgevochten tussen Frankrijk en enkele Duitse staten onder leiding van Pruisen. De oorlog eindigde in het voordeel van Pruisen en de oprichting van een nieuw Duits keizerrijk. Zo’n 150.000 soldaten kwamen om tijdens deze oorlog en velen raakten gewond.

De aanleiding van de oorlog was dat de Franse keizer Napoleon III het niet eens was over de mogelijke aanspraak op de Spaanse troon door de Pruisische prins Leopold van Hohenzollern. Napoleon III eiste vervolgens van de Pruisische koning Wilhelm I dat hij zijn steun hieraan zou intrekken en er voor zou zorgen dat dit soort zaken niet meer zouden gebeuren. De reactie van de koning hierop liep door toedoen van de Pruisische kanselier Otto von Bismarck (de IJzeren Kanselier) uit op een belediging van de Franse keizer. Als gevolg verklaarde Napoleon III de oorlog aan Pruisen. De Pruisen werden in deze oorlog gesteund door de Duitse staten: Beieren, Württemberg en Baden. Het Franse leger bleek al vrij snel niet opgewassen te zijn tegen de overmacht van het grote leger van de nieuwe gezamenlijke Duitse strijdmacht en verloor hierdoor veldslag na veldslag. Nog geen jaar later eindigde de oorlog dan ook al in het voordeel van de Duisters. De Franse gebieden Elzas en Lotharingen werden door de Duitsers geannexeerd en een nieuw zelfstandig Duits keizerrijk werd uitgeroepen. De oorlog was een voedingsbron voor de latere Eerste Wereldoorlog en de decennia lang durende slechte relatie tussen Duistand en Frankrijk.
Grid Lijst Kaart