Panzer I und II und ihre Abarten

Titel:Panzer I und II und ihre Abarten
Schrijver:Spielberger, W. & Doyle, H.
Uitgever:Motorbuch Verlag
Uitgebracht:2014
Pagina's:160
Taal:Duits
ISBN:9783613036512
Omschrijving:

Deze publicatie van Tweede Wereldoorlog expert Walter Spielberger (1925-2005) behandelt de eerste, in redelijk grote aantallen ontwikkelde en ingezette Panzerkampfwagen I (MG)(Sd. Kfz. 101) Ausf. A en Panzerkampfwagen I (MG) (Sd. Kfz. 101) Ausf. B (PzKpfw I) en de iets zwaardere Panzerkampfwagen II (2 cm) (Sd. Kfz. 121) (PzKpfw II, Ausf. a1, a2, a3, b, c, A, B, C, F en varianten) van het Duitse leger die vanaf 1939 tot en met 1945, maar eigenlijk al eerder (1936), ingezet werden om snelle aanvallen op vijandelijke troepen mogelijk te maken. Het boek bevat veel details en gaat zeer uitgebreid in op de technische ontwikkelingshistorie en de technische aspecten van beide tanks. Daarnaast komt de ontwikkelingshistorie van tanks uit het Interbellum aan bod (voorbeelden zijn de GroŖtraktor, het Neubaufahrzeug, etc.)

De 4,020 meter lange en 2,060 meter brede Panzerkampfwagen I Ausf. A was een licht gepantserd en bewapend voertuig, in feite een lichte tank (5,4 ton), die in staat was snelle verkenningstaken uit te voeren waarbij de bewapening bestaande uit 7,92mm MG 13 (Maschinengewehr 13, MG 13 Dreyse) machinegeweren het voertuig in staat stelde lichte, vijandelijke oppositie uit te schakelen. Hoewel het voertuig in de jaren dertig ontwikkeld was en de tank op verschillende militaire parades in Hitler-Duitsland ingezet werd, was het eigenlijk ongeschikt als aanvalswapen (op internet en in het boek worden de tanks soms als 'leichter Ausbildungspanzer' oftewel trainingstanks (opleidingsmateriaal) aangeduid, maar in feite waren het echte tanks of in ieder geval aanvalsvoertuigen c.q. pantservoertuigen die aan gevechtsacties deelnamen). Net als andere pantservoertuigen werd de Panzerkampfwagen I aanvankelijk met een verhullende naam aangeduid ('Landwirtschaftlicher Schlepper', LaS (Vs.Kfz.617), MG Panzerwagen (Vs.Kfz.617), (Sd.Kfz.101). Het voertuig (Panzer I Ausf. A) werd ook wel 'I A LaS Krupp' genoemd. Die verhullende naam werd gebruikt om het Verdrag van Versailles, en de daarin vastgelegde beperkingen zoals het verbod op de productie van tanks, te omzeilen. De lichte bepantsering (13mm) bood amper bescherming tegen grotere granaatsplinters, antitankmunitie of explosieven zoals bommen. De tank was dan ook ontworpen om de infanterie met machinegeweervuur te ondersteunen en snelle bewegingsaanvallen uit te voeren op lichte troepen (infanterie of voertuigen zoals trucks en auto's) waarbij vijandelijke linies snel overrompeld werden. Er bestond ook nog een verbeterde Panzerkampfwagen I, de Panzer I Ausf. B. (Panzerkampfwagen I (MG) Ausf. B (Sd. Kfz. 101), oftewel 'I B LaS May'. Er waren een aantal verschillen tussen de Ausf. A en de Ausf. B. Een groot verschil tussen de A en B versie was het feit dat de B versie langer was (4,42 meter) en een sterkere motor (Maybach NL 38 TR 100 pk) had. De bepantsering was hetzelfde (13mm dik). De Panzerkampfwagen I Ausf. B was ook iets zwaarder (de tank woog plusminus 5,66 tot 6 ton) en had een hogere gronddruk (0,39 kilo per vierkante centimeter bij de Ausf. A tegenover 0,43 kilogram per vierkante centimeter bij de Ausf. B). De brandstofvoorraad van de Ausf. B bedroeg 146 liter vergeleken met de brandstofvoorraad van de Ausf. A (144 liter). De maximale snelheid van de Ausf. B bedroeg 40 km/u (de Ausf. A bereikte 37 km/u).

De Panzerkampfwagen I werd voor het eerst tijdens de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939) ingezet waarbij het voertuig aantoonde dat het zeer kwetsbaar was voor vijandelijk antitankgeschut (zoals de Sovjet 45mm 20-K). Zelfs 20 of 37mm munitie kon de bepantsering van de PzKpfw I doorboren. Dat werd vanaf september 1939 tijdens de Poolse campagne duidelijk, maar ook later in 1940 en 1941. Daarentegen was de Panzerkampfwagen II iets zwaarder bewapend en gepantserd. Het voertuig had een 2 cm KwK 30 L/55 of 2 cm KwK 38 L/55 snelvuurkanon en 15 tot 35 mm dik pantser. De frontale romp- en koepelbepantsering (30-35mm) was echter te dun om zwaarder antitankvuur zoals de Sovjet 45mm 20-K/20K (45 mm tank gun model 1932 (20-K) of grotere 76mm granaten tegen te houden. Sterkere Duitse tanks zoals de Panzerkampfwagen III (PzKpfw III) en Panzerkampfwagen IV (PzKpfw IV) zouden de Panzer I en II ondersteunen en moesten sterke vijandelijke tanks vernietigen (vooral de PzKpfw III was ontworpen om vijandelijke tanks te vernietigen, de PzKpfw IV was aanvankelijk een ondersteuningsvoertuig met een 7,5 cm KwK 37 L/24 geschut).

Ook wat betreft vormgeving verschilde de vanaf 1934 ontworpen Panzerkampfwagen II van de Panzerkampfwagen I. Zo had de Panzer II een langere romp en was de tank zwaarder (de Panzer I Ausf. A woog 5,4 ton, de Ausf. B ongeveer 6 ton en de Panzer II Ausf. F 9,5 ton). Daarnaast had het voertuig een sterkere motor (Maybach HL 62 TRM) en was de hoofdbewapening (2-cm-KwK 30 snelvuurkanon) in staat ongeveer 30 tot 40 mm staal tot op korte afstand te doorboren (anders dan de machinegeweren van de Panzer I die slechts enkele millimeters konden doorboren). De tank had volgens het boek een maximaal schietbereik van 1,200 meter en kon tanks tot op een afstand van ongeveer 600 meter uitschakelen. De Panzerkampfwagen II was, zo maakt het boek duidelijk, een sterkere aanvalstank dan de Panzerkampfwagen I. Dat kwam vooral door de bewapening. De bepantsering van de Panzer II was eigenlijk nog steeds te zwak (naar de maatstaven van de jaren dertig), om granaten uit verschillende antitankkanonnen tegen te houden. De Panzer II was een aanvalstank die vooral geschikt was tegen licht gepantserde of niet-gepantserde doelen. In dat opzicht verschilde de tank eigenlijk niet zoveel van de Panzer I, afgezien van het feit dat de II sterker bewapend en gepantserd was.

De vele technische details in het boek gaan in op motoren en onderdelen, transmissies, koepels en koepelringen, rupsbanden en wielen, kanonnen en munitie (en nog veel meer aspecten zoals Motor, Hersteller, Typ, Zyl.-Anzahl, Anordnung, Hub, Hubraum, Verdichtungsverhšltnis, Drehzahl, HŲchleistung, Leistungsgewicht, Ventilanordnung, etc.). Sommige gegevens zijn zo gedetailleerd dat zij slechts voor technici begrijpelijk zijn (de exacte werking van de onderdelen). Algemeen kan worden gesteld dat leken de informatie ook kunnen begrijpen en dat zij in staat zijn beide tanks in een historisch perspectief te plaatsen wat betreft hun sterke- en zwakke punten. Zo werd het in 1940, maar vooral vanaf 1941 duidelijk (vooral na ontmoetingen met sterkere Sovjettanks), dat de Panzer I Ausf. A, B en Panzerkampfwagen Ausf. A, B, C en F (en vorige versies) echt verouderd waren of in ieder geval niet meer de vuurkracht hadden om de nieuwe middelzware en zware vijandelijke tanks te vernietigen. De lichte T-26 Sovjettank was wel nog een partij voor de Panzer II, maar de T-34 tank of KV-1 waren veel te zwaar gepantserd om uitgeschakeld te kunnen worden met behulp van de Panzer I Ausf. A, B of Panzer II. In feite was dat al in 1940 duidelijk geworden toen de middelzware Franse SOMUA S-35 en de zware Char B1 aan het front opdoken. Die Franse tankmodellen waren goed gepantserd en bewapend en konden, in theorie, alle Duitse tanks (inclusief de zwaardere Panzerkampfwagen III en IV), op korte, middellange of grote afstand vernietigen. Vooral het in relatief kleine aantallen beschikbare Franse 47mm APX kanon was in staat pantservoertuigen te vernietigen. Om de nieuwste vijandelijke tanks toch te kunnen vernietigen werden talloze 'Abarten' (versies) ontwikkeld die gebaseerd waren op de Panzer I en II (romp en onderstel) en met sterke antitankwapens uitgerust waren (vooral 4,7, 5 cm en 7,5 cm kanonnen). Ook werd Sovjetgeschut (7,62 cm) gebruikt bij de bewapening van op Panzer II gebaseerde voertuigen (de 'Marder' series). Die Marder tankjagers waren echter zwak gepantserd en moesten tactisch opgesteld worden om successen te boeken (de bepantsering was te zwak om vijandelijk (tank)vuur tegen te houden en de open cabine was kwetsbaar voor artilleriefragmenten, handgranaten of andere wapens).

Het boek is een technisch verhaal over de Panzerkampfwagen I en II. Tanks waarmee de Duitsers in 1939 en 1940 snelle overwinningen boekten en met infanterie en andere tanks vijandelijke troepen konden omcirkelen, overrompelen of omsingelen. De relatief zwakke bewapening en bepantsering van de Panzer I en II maakten het vaak nagenoeg onmogelijk om frontale (tank)gevechten of gevechten met antitankgeschut te overleven (afgezien van het feit dat ťťn op ťťn tankgevechten niet vaak voorkwamen, maar ook niet helemaal uitgesloten konden worden). Slimme tactieken en communicatiemiddelen (radio's) zorgden ervoor dat de Duitse troepen in 1939 en 1940, maar ook vanaf 1941, over genoeg middelen beschikten om overwinningen te bewerkstelligen. Afgezien van de technische inferioriteit wat betreft vuurkracht en bepantsering waren de Panzer I en II in staat vijandelijke troepen aan te vallen en een bijdrage te leveren aan snelle bewegingsoorlogen. In dat opzicht slaagden beide voertuigen. Ze legden de basis voor de verdere ontwikkeling van tanks. Op de langere termijn (1940-1945) bleek echter dat de tanks in technisch opzicht te zwak waren om hen in te zetten tegen vijandelijke troepen (die in toenemende mate met sterkere tanks en wapens uitgerust werden). Daarom werden allerlei licht gepantserde tankjagers ontwikkeld waarbij de onderstellen of de rompen c.q. opbouw van de Panzer I en II gebruikt werden. De 'levensduur' van beide tanks werd zodoende gerekt, maar ook die pogingen waren noodoplossingen voordat zij afgelost werden door beter bewapende en gepantserde tankjagers zoals de Jagdpanzer IV. 'Panzer I + II und ihre Abarten' is een zeer leerzaam en boeiend boek waarin de technische ontwikkelingshistorie van de Panzer I en II ruimschoots aan bod komt!

Beoordeling: Zeer goed

Informatie

Artikel door:
Ruben Krutzen
Geplaatst op:
28-09-2019
Laatst gewijzigd:
13-10-2019

Afbeeldingen