1944

Titel:1944 - verstoorde verwachtingen
Schrijver:Oudheusden, J. van & Schumacher, E.
Uitgever:Spectrum
Uitgebracht:2019
Pagina's:247
Taal:Nederlands
ISBN:9789000358038
Omschrijving:

Onlangs verscheen in de boekenserie ‘Leven in bezet Nederland’ een nieuw deel. In navolging op de eerste vier delen die de bezettingsjaren 1940 tot en met 1943 beschrijven, beschrijft het nu verschenen vijfde deel het oorlogsjaar 1944. De auteurs Jan van Oudheusden en Erik Schumacher brengen dit veelbewogen oorlogsjaar in hun boek treffend in beeld. De ondertitel van het boek is veelzeggend: een jaar van verstoorde verwachtingen.

Begin 1944 duurde de bezetting al bijna vier jaar. De sfeer was in deze jaren steeds grimmiger geworden. De bezetter die het Nederlandse volk aanvankelijk nog als ‘broedervolk’ behandelde, trad al tijden keihard op tegen elke vorm van verzet. Twee grote stakingen waren in 1941 en 1943 door de bezetter bloedig neergeslagen en de deportatie van de Joden was in volle gang. Het Nederlandse volk had in de bezettingsjaren het ware gezicht van de nazi’s leren kennen en keek reikhalzend uit naar de bevrijding van het Duitse juk. De nieuwsberichten waren hoopvol; aan het oostfront waren de Duitsers aan de verliezende hand. Hetzelfde gold voor Noord-Afrika en Italië. Verwachtingsvol werd er daarom uitgekeken naar een geallieerde invasie op de Europese stranden die een eind zou maken aan de bezetting.

Ondanks de hoopvolle berichten was er begin 1944 nog niets te merken van een eventuele Duitse nederlaag. Integendeel. Het leven werd steeds zwaarder. De Nederlandse productie van allerlei goederen was in dienst gesteld van de oorlogsvoering en dus bleef er voor de bevolking steeds minder over. Voedsel, zeep, kolen en kleding. Alles werd schaarser.

'Vergisbombardement' op Nijmegen

De bevolking werd ondertussen dagelijks geconfronteerd met de oorlog. Dag en nacht zagen ze, soms met honderden tegelijk, geallieerde bommenwerpers overvliegen. Velen kwamen niet terug of werden boven Nederland neergehaald. De bommenwerpers maakten deel uit van het Combined Bomber Offensive en waren op weg naar nazi-Duitsland. Strategische doelen werden onophoudelijk gebombardeerd met als doel om de Duitse oorlogsindustrie te verzwakken. Naast industrie werden er meer en meer bewoonde delen onder vuur genomen om het ‘beschaafde leven in Duitsland te verstoren’, aldus maarschalk Arthur Harris, bevelhebber van het Bomber Offensive.

Op 22 februari 1944 ging het gruwelijk mis. Drie Amerikaanse eskadrons bommenwerpers waren op weg naar Duitsland om een fabriek te bombarderen, maar kwamen terecht in slecht weer. De missie werd afgeblazen en de bommenwerpers die de Duitse grens al waren gepasseerd, gingen onder leiding van kapitein Schmidt op zoek naar een gelegenheidsdoel. De bommenwerpers zagen een grote stad met een uitgestrekt spoorwegemplacement dat als doel gekozen werd. Die stad was Nijmegen. De onervaren bemanning liet de bommen op het doel vallen. Hierbij kwamen veel bommen niet op het beoogde doel, maar op de stad terecht. Het gevolg was dat er ongeveer 800 burgers bij het Bombardement op Nijmegen omkwamen. In een poging om zijn onachtzaamheid goed te praten hielt kapitein Schmidt vol dat hij dacht een Duitse stad uitgekozen te hebben. De gebeurtenis is dan ook onterecht de geschiedenis in gegaan als een vergisbombardement.

Het Nederlandse verzet

Het Nederlandse verzet was in de oorlogsjaren steeds professioneler geworden. Historicus Loe de Jong schatte het aantal leden van het verzet begin 1944 op vijfentwintigduizend. Dit aantal bleef zeker in de laatste maanden van de oorlog groeien. De verzetsdaden zelf werden steeds professioneler uitgevoerd. Overvallen op distributiekantoren of bevolkingsregisters kwamen veel voor. De bezetter sloeg steeds harder terug. Veel leden van het verzet werden opgepakt en gefusilleerd. Onder hen waren bekende namen als Johannes Post en Gerrit Jan van der Veen.

Landing in Normandië

Op 6 juni 1944 brak dan eindelijk de dag aan waar zolang naar was uitgekeken. In Normandië landden de geallieerden succesvol op het Europese vasteland. De opmars ging vervolgens veel sneller dan verwacht. Op 4 september, 90 dagen na de start van de invasie, rolden de eerste Britse tanks Antwerpen binnen. Deze dag was een belangrijke dag in de vooraf opgestelde planning. Op deze dag zouden volgens plan de voorhoedes van de geallieerde strijdmacht de Seine hebben bereikt. Vervolgens zou er een maand de tijd genomen worden voor de inrichting van vliegvelden en goederendepots. Hierna zou de opmars worden voortgezet. De opmars was nu echter honderden kilometers verder dan gepland. De strijdmacht lag maar liefst 250 dagen voor op schema.

Deze snelle opmars leidde tot grote problemen. Adolf Hitler had de havensteden fel laten verdedigen. Alle goederen moesten begin september nog steeds via geïmproviseerde Mulberry havens in Normandië worden aangevoerd. De bevoorrading kon de opmars niet bijbenen. De inname van de grote havenstad Antwerpen was dan ook erg belangrijk. Echter kon deze haven na 4 september nog steeds niet worden gebruikt omdat de Westerschelde, de toegang tot de haven, nog steeds in handen was van de Duitsers.

Bevrijding Zuid-Nederland

De geallieerden maakten achteraf gezien een kapitale fout. In plaats van gebruik te maken van het momentum en direct door te stoten naar Bergen op Zoom en vanaf daar naar de oevers van de Westerschelde, werd de opmars stilgelegd en werd er een adempauze genomen. Deze pauze hield verband met een plan van veldmaarschalk Bernard Montgomery dat gericht was op Arnhem en haar omgeving. Als de geallieerde troepen over de Rijn zouden staan, konden ze vanaf daar het Ruhrgebied, het industriële hartvan nazi-Duitsland treffen. Hierbij konden ze dan de Westwall, een verdedigingslinie die van Kleef tot aan Zwitserland liep, omzeilen. De snelle opmars van de geallieerden had voor chaos gezorgd onder de terugtrekkende Duitse troepen. De korte adempauze was echter genoeg voor het Duitse leger om in Brabant te hergroeperen. Toen de Britten op 6 september weer verder wilden trekken, stuitten ze op enorme weerstand. De snelle opmars was voorbij en stokte aan de Nederlandse grens.

Het plan van Bernard Montgomery voor Arnhem werd met haast uitgewerkt. Op 10 september gaf opperbevelhebber Dwight Eisenhower groen licht voor Operatie Market Garden. Het eerste plan was een luchtlandingsoperatie in Arnhem en omgeving met als doel de bruggen over de Rijn in handen te krijgen. Korte tijd later werd een tweede deel toegevoegd. Gelijktijdig met de luchtlandingsoperatie zouden troepen vanaf de Belgische grens doorstoten naar Eindhoven en vanaf daar naar Nijmegen en Arnhem.

Door de haast was de riskante operatie niet goed doordacht. Nooit eerder was er zo’n grote luchtlandingsoperatie uitgevoerd. Geallieerde eenheden werden bijvoorbeeld verspreid over verschillende dagen afgeworpen, waardoor de volle sterkte pas na een aantal dagen werd bereikt en er van een verrassingsaanval geen sprake meer was. Daarnaast werd de oorlogssterkte van de vijandelijke troepen zwaar onderschat. Verder moesten de grondtroepen vanuit Zuid-Nederland tientallen kilometers optrekken over een provinciale weg die zo breed was als één voertuig. De uitschakeling van een enkel voertuig zou voor enorme vertragingen zorgen. Om de operatie te laten slagen moest alles precies volgens plan verlopen. Dat gebeurde helaas niet.

De auteurs beschrijven in hun boek gedetailleerd het verloop van Market Garden, die startte op 17 september en eindigde in de nacht van 26 september. Duizenden soldaten vonden de dood bij een operatie die vanaf het begin tegenliep. Het resultaat van de operatie was een grote uitstulping in het front vanaf de Belgische grens tot aan de Rijn, die geen enkel strategisch belang had. Brian Horrocks, een Britse Generaal noemde na de oorlog 4 september ‘de dag dat we de Slag om Arnhem verloren’.

Na het verlies van deze slag werd de aandacht alsnog gericht op de Westerschelde. De Slag om de Schelde werd een bloedige strijd die weken duurde en waarbij aan beide zijden duizenden doden vielen. Pas op 5 november hadden de geallieerde troepen de controle over de Westerschelde. Vervolgens konden pas vanaf 28 november de eerste vrachtschepen aanmeren in de haven van Antwerpen omdat de Westerschelde vol met mijnen lag en eerst schoongeveegd moest worden.

Tegelijkertijd met de slag om de schelde besloot Bernard Montgomery de corridor te verbreden. Op 20 oktober startte Operation Pheasant, de bevrijding van West- en Midden-Brabant. Hierbij rukten de troepen langzaam op. Op 27 oktober werden Den Bosch en Tilburg bevrijdt. Een dag later Breda en Goes. Tegen het einde van het jaar lag het front aan de grote rivieren en was een groot deel van Zuid-Nederland bevrijd. Gedurende de winter bleef hier het front liggen. Er brak een lange en vooral strenge winter aan. De vervlogen hoop op een einde van de oorlog in 1944 maakte deze winter voor de mensen boven de rivieren nog zwaarder. Vooral voor de mensen in de grote steden in het westen van Nederland. Duizenden mensen stierven de hongerdood in de winter die bekend zou komen te staan als de Hongerwinter.

Bevrijd maar nog geen vrede

Na de eerste blijdschap over de bevrijding bleek ook in bevrijd Nederland de oorlog nog niet voorbij te zijn. ‘Bevrijd, maar nog geen vrede’ zoals de auteurs schrijven. Voortdurend was er, zeker in gebieden dicht aan de frontlinie, de angst voor tegenaanvallen van de Duitsers. Dat die angst niet onterecht was, bleek aan het einde van het jaar. Op 16 december lanceerden de Duitsers hun laatste grote tegenoffensief in de Ardennen. Hiermee wilden ze een wig drijven tussen geallieerde legers. In deze laatste wanhoopspoging stierven aan beide zijden duizenden militairen.

De burgers in het zuiden van Nederland konden niet terugkeren naar het normale leven. Het was nog steeds oorlog. De helft van ons land was nog bezet en de Duitsers waren nog niet verslagen. Was er tijdens de bezetting toch sprake van enige structuur, die was na de bevrijding weg. De leden van het verzet, waarvan het aantal leden kort voor de bevrijding sterk groeide, voerden een verbeten en vaak ordeloze jacht op iedereen die tijdens de oorlog met de bezetter had samengewerkt. Er was sprake van een machtsstrijd tussen leden die niet terug wilden keren naar de vooroorlogse verhoudingen en structuren en de regering die vanuit Engeland alles in goede banen wilde leiden en het gezag weer over wilde nemen. Daarnaast stond ook aan de geallieerde zijde alles in het teken van de oorlog. De burgerbevolking stond op de tweede plaats. Dat kwam onder andere tot uiting in de voedselvoorziening. Op veel plaatsen was er na de bevrijding minder te eten dan tijdens de bezettingsjaren.

Zo kwam er een einde aan een jaar waarin, zeker na 6 juni, iedereen vurig had gehoopt op een snel einde van de oorlog. Voor veel Nederlanders eindigde dit jaar in een grote teleurstelling.

Conclusie:

De recensies over de eerste delen van de serie ‘Leven in bezet Nederland’ waren zeer positief. Er werd geschreven dat deze serie een nieuw standaardwerk vormt over de bezettingsjaren in Nederland. Deze beoordeling is terecht en dat kan tevens gezegd worden van het nieuw verschenen vijfde deel. De auteurs hebben een grote hoeveelheid informatie kernachtig weer kunnen geven. Hierdoor krijgt de lezer een zeer compleet beeld van alle bekende, maar ook veel onbekende facetten van het oorlogsjaar 1944. Ondanks de hoeveelheid informatie, hebben de auteurs een leesbaar boek geschreven.

Naast het leven in bezet Nederland wordt eveneens het verloop van het oorlog en de bevrijding nauwkeurig beschreven. In het boek is aandacht voor de Nederlandse regering in ballingschap en wordt ook de situatie in Indonesië niet vergeten.

Het boek is rijk geïllustreerd met veel (onbekende) foto’s en kaarten. Daarnaast worden in aparte kaders bekende en onbekende facetten en gebeurtenissen nader toegelicht.

Beoordeling: Uitstekend

Informatie

Artikel door:
Luuk van Rinsum
Geplaatst op:
29-05-2019
Laatst gewijzigd:
02-06-2019

Afbeeldingen