TracesOfWar heeft uw hulp nodig! Elke euro die u bijdraagt steunt enorm in het voortbestaan van deze website. Ga naar stiwot.nl en doneer!

Wat kan ons gebeuren

Titel: Wat kan ons gebeuren - Over een politieman die schippert tussen het korps en zijn gezin in de Tweede Wereldoorlog
Schrijver: Gerrit Hoogstraaten
Uitgever: Uitgeverij de Brouwerij
Uitgebracht: 2015
Pagina's: 332
ISBN: 9789078905837
Omschrijving:

De Nederlandse politie is na de oorlog door sommige historici en opiniemakers fel bekritiseerd. Zij zou te meegaand zijn geweest met de Duitse bezettingsmacht en daardoor onder meer de Jodenvervolging in Nederland hebben vereenvoudigd. Hierbij wordt niet altijd voldoende rekening gehouden met de lastige situatie waarin de agenten zich bevonden. Zij waren gezagsgetrouw en zich verzetten bracht grote risico’s met zich mee. In de roman ‘Wat kan ons gebeuren’ tracht Gerrit Hoogstraaten (1953) inzicht te geven in deze moeilijke situatie. Zijn opa was politieman ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Het boek is gedeeltelijk gebaseerd op zijn ervaringen.

Herman Hoogenbosch is politieagent in Amsterdam als de Duitsers ons land binnen vallen. In het begin van de oorlog kampt hij nog met alledaagse (voor veel mensen ook nu nog herkenbare) problemen: een carrière waarin hij een aantal keer te veel is gepasseerd, een futloos huwelijk en een moeizame verhouding met zijn broer. Na mei 1940 krijgt hij echter problemen van andere zorg. De Duitsers laten hun gezag steeds meer gelden. Hoogenbosch en met hem vele andere politieagenten weten niet goed welke houding zij moeten aannemen: verzetten of meewerken?

Sluipenderwijs worden er door de bezetter steeds meer (anti-Joodse) maatregelen doorgevoerd. De eerste is het invullen van de ariërverklaring. Hoogenbosch denkt erover om het niet te doen. De ambtenaren die de verklaring weigeren te ondertekenen, zullen echter worden ontslagen. Daarom tekent hij toch maar, hoewel onder protest. Het is toch alleen maar voor de statistiek, denkt hij. Een paar maanden later moeten alle Joodse ambtenaren hun functie neerleggen. Stapsgewijs wordt de handelingsvrijheid van de politie steeds verder beknot en neemt de anti-Joodse repressie toe.

Een fragment dat verhaalt over de razzia op 22 februari 1941 in Amsterdam, toont goed hoe politiemensen meewerken aan de uitvoering van de anti-Joodse maatregelen, ondanks dat velen van hen dit eigenlijk niet wilden.

"Een Duitse officier staat op de treeplank, hij schreeuwt iets in Hermans richting en wijst met zijn getrokken revolver in de vuist naar een groep soldaten die is begonnen met het uitladen van materialen. Herman begrijpt het bevel: meehelpen jij! Het gaat allemaal zo snel dat hij amper tijd heeft zich te realiseren wat er gebeurt. In razende vaart worden versperringen neergezet, de actie is tot in de puntjes voorbereid. Verdoofd door het plotselinge tumult neemt hij maar positie in bij een van de X-vormige hekken. Hij ziet collega’s aarzelend hetzelfde doen, van over een afstand kijken ze naar elkaar. … Dit is precies waar ze allemaal bang voor waren. Ze hebben hier niets meer in te brengen."

Hoogenbosch werkt mee aan de steeds strengere maatregelen, gezagsgetrouw als hij is. Met het idee dat als zij (de Nederlandse politie) de hun opgedragen taken niet uitvoeren, de Duitsers het zelf wel zullen doen en dan op minder zachtzinnige wijze. Hij behandelt de gearresteerde Joden altijd netjes en correct, dat is het minste wat hij kan doen. Hij blijft lang in het verhaal geloven dat de Joden naar Polen worden gedeporteerd om daar te werken. Ook nadat de ware aard van de nazi-overheersers steeds meer zichtbaar wordt, blijft hij in radeloze berusting meewerken. Hoogenbosch denkt door mee te werken de belangen van de Nederlanders het beste te dienen en zichzelf en zijn ondergeschikten zonder kleerscheuren door de oorlog te krijgen. Hij snapt niet dat anderen dit zien als collaboratie. Het (gewapend) verzet vindt hij maar gevaarlijk. Vooral vanwege de Duitse represailles die hun acties steevast tot gevolg hebben.

Hoogenbosch voert zijn taken zelfs zo goed uit dat hij wordt uitverkozen voor een officiersopleiding te Apeldoorn voor een functie in de nieuw op te richten staatspolitie. Hem wordt van tevoren beloofd dat er geen politieke vorming zal plaatsvinden tijdens deze opleiding. Het tegendeel blijkt echter het geval te zijn. Een indrukwekkende passage is als Hoogenbosch tijdens deze opleiding een geschiedenisles krijgt. Op indringende, maar ook sluipende wijze wordt hier gedemonstreerd hoe de nazi-ideologie wordt opgelegd aan de cursisten. Hoogenbosch zelf komt steeds meer in het foute kamp terecht. Alhoewel hij dat zelf absoluut niet zo ziet. Naar zijn mening behartigt hij juist alleen maar de belangen van het Nederlandse volk.

In de laatste jaren van de oorlog werkt Hoogenbosch bij een afdeling die zich bezighoudt met de bestrijding van de welig tierende zwarte handel. In zijn ogen pakken ze de oplichters aan. Een bijkomend voordeel is dat het hem wat extra voedsel oplevert, maar in vergelijking met zijn collega’s stelt zijn corrupte gedrag niets voor, vindt hij zelf. De honger slaagt ongenadig hard toe in de steden. Een van zijn zoons duikt onder om aan tewerkstelling in Duitsland de ontsnappen en raakt betrokken bij de illegaliteit. Het verzet verhardt zich ondertussen en gaat steeds doldriester optreden. De daarop volgende represailles van de Duitsers nemen steeds gruwelijker vormen aan. Tussen dit alles tracht Hoogenbosch met zijn gezin het einde van de oorlog ongeschonden te halen, een schier onmogelijke taak.

‘Wat kan ons gebeuren’ is een boeiende roman die waarheidsgetrouw overkomt. Het verhaal geeft een goed beeld van hoe de Nederlandse politie opereerde ten tijde van de Duitse bezetting. Het historische sfeerbeeld van Amsterdam in het algemeen en de Amsterdamse politie in het bijzonder is zeer overtuigend beschreven. Af en toe wordt het verhaal verhelderd met een informatiekader, bijvoorbeeld over de (aanleiding tot) de Februaristaking of de moord op generaal Hendrik Seyffardt door het verzet. Dit zorgt voor een beter begrip van de gebeurtenissen. De schrijver geeft in het boek aan dat hij een aantal echt bestaande personages in het boek heeft verwerkt, bijvoorbeeld commissaris Hendrik Voordewind. De schrijver maakt jammer genoeg echter niet volledig duidelijk welke figuren echt hebben bestaan en welke personen volkomen fictief zijn.

Het boek grijpt je naar de keel. Het laat duidelijk zien hoe keuzes die tijdens de oorlog zijn gemaakt en waar toen niets kwaads in leek te zitten, iemand later konden worden aangerekend. Hoogenbosch is beslist geen antisemiet en hij moet niets hebben van de Duitsers. Het komt echter niet in hem op om tegen het gezag in te gaan, waardoor hij steeds meer aan de ‘foute’ kant komt te staan, terwijl hij dit beslist niet wil. Het boek zet de lezer aan het denken over hoe hij zou hebben gehandeld in de situatie waarvoor Herman Hoogenbosch wordt gesteld. Met de kennis van nu is het makkelijk oordelen. ‘Wat kan ons gebeuren’ laat duidelijk zien dat het onderscheid tussen goed en fout helemaal niet zo makkelijk is en dat het bijna toeval is aan welke kant van de geschiedenis iemand belandt.

Beoordeling: Zeer goed

Informatie

Artikel door:
Wesley Dankers
Geplaatst op:
14-03-2016
Laatst gewijzigd:
17-03-2016
Feedback?
Stuur het in!

Afbeeldingen