Air Force Cross

Het Air Force Cross werd op 3 juni 1918, de verjaardag van Koning George V ingesteld en wordt uitgereikt aan officieren en onderofficieren van de RAF wegens moedige en waardevolle prestaties of daden van toewijding, geleverd tijdens het vliegen hoewel niet tijdens operationele vluchten tegen de vijand. Het AFC kan ook worden toegekend aan personen die geen lid zijn van de RAF en die tijdens het vliegen opmerkelijke diensten hebben verleend aan de luchtvaart. Sinds de herziening van de dapperheidsonderscheidingen is het AFC nu beschikbaar voor alle rangen binnen de RAF. Een gesp wordt toegekend voor een volgende prestatie die ook voor een AFC in aanmerking zou zijn gekomen. De gesp toont in het midden een adelaar en het jaar van uitreiking wordt in de achterkant gegraveerd.
Het AFC is van zilver en bestaat uit een bliksemschicht in de vorm van een kruis, de armen zijn verbonden door middel van vleugels.
De onderste balk eindigt in een bom met daarboven nog een kruis, gevormd door vier propellorbladen; in de tip van elk blad is een Koninklijk Monogram gegraveerd: G in het bovenste, R in het linker, VI in het onderste en I in het rechterblad. Het bovenste blad wordt gedekt door een kroon. Op de voorzijde staat in het midden een cirkel met daarin Hermes, die een krans vasthoudt, op een vliegende valk.
aan de achterzijde van de medaille staat in een cirkel het Koninklijk Monogram GRV, GRVI of EIIR gegraveerd, boven het jaartal 1918, het jaar waarin de onderscheiding werd ingesteld. Het AFC wordt naamloos uitgereikt.
Het lint is 32 mm breed, de afwisselend rood en witte strepen zijn 6 mm breed en lopen diagonaal onder 45 graden naar links. Tot 1919 liepen deze horizontaal.
In februari 1970 ontving voor het eerst een marine-officier het AFC.

Artymiuk, Kazimierz* 28 augustus 1920
† 13 maart 1984

meer