TracesOfWar heeft uw hulp nodig! Elke euro die u bijdraagt steunt enorm in het voortbestaan van deze website. Ga naar stiwot.nl en doneer!

Inleiding

    Tijdens Operatie Weser (Weserübung), werden de troepen geleid door de speciaal hiervoor opgerichte Armeegruppe XXI en Armeegruppe XXXI. De totaal negen divisies die werden ingezet voor de verovering van Denemarken en Noorwegen, werden ondersteund door het X. Fliegerkorps.


    Bij Weserübung werden volop Gebirgsjäger ingezet Bron: Bundesarchiv

    Definitielijst

    Armeegruppe
    Bestond meestal uit twee of drie aangrenzende Armeen, mogelijk een Duitse en een Geallieerde. 1 Armee-hoofdkwartier (meestal de Duitse) werd tijdelijk de bevelhebbende van de andere Armeen. Een Armeegruppe was altijd ondergeschikt aan een Heeresgruppe. Later in de oorlog varieerde de grootte van een Armeegruppe of een Panzergruppe veel meer. Een Armeegruppe kon vanaf 1943 de grootte van een Armee of zelfs maar van een Korps hebben.

    OOB Weserübung

    Hieronder vindt u een zo compleet mogelijk overzicht van de Duitse eenheden die werden ingezet bij Operatie Weserübung. Er is getracht een overzicht samen te stellen waarin u zowel de Heer als de Luftwaffe kunt terugvinden.

    Heer:

    Armeegruppe XXI


    General der Infanterie Nikolaus von Falkenhorst, Noorwegen


    Stafchef: Oberst im Generalstab Erich Buschenhagen





    Korps-Nachrichtenabteilung 463


    Pioner-Regimentsstab z.b.V. 667


    schwere Artillerie-Abteilung (mot.) 730


    2. Kompanie, Eisenbahn-Ausbesserungs-Truppen




    2. Gebirgs-Division


    Generalleutnant Valentin Feurstein


    Gebirgsjäger-Regiment 136


    Gebirgsjäger-Regiment 137


    Gebirgsjäger-Artillerie-Regiment 111


    Gebirgsjäger-Panzerjäger-Abteilung 47


    Gebirgsjäger-Aufklärungs-Abteilung 67


    Gebirgsjäger-Pionier-Bataillon 82


    Gebirgsjäger-Nachrichten-Abteilung 67




    3. Gebirgs-Division


    Generalmajor Eduard Dietl, Narvik, Trondheim


    Gebirgsjäger-Regiment 138


    Gebirgsjäger-Regiment 139


    Gebirgsjäger-Artillerie-Regiment 112


    Gebirgsjäger-Panzerjäger-Abteilung 48


    Gebirgsjäger-Aufklärungs-Abteilung 68


    Gebirgsjäger-Pionier-Bataillon 83


    Gebirgsjäger-Nachrichten-Abteilung 68




    69. Infanterie-Division


    Generalmajor Hermann Tittel, Stavanger, Bergen, Egersund


    Infanterie-Regiment 159


    Infanterie-Regiment 193


    Infanterie-Regiment 236


    Artillerie-Regiment 169


    Panzerjäger-Abteilung 169


    Aufklärungs-Abteilung 169


    Pionier-Bataillon 169


    Nachrichten-Abteilung 169




    163. Infanterie-Division


    Generalmajor Hans Engelbrecht, Oslo, Kristiansand, Arendal


    Infanterie-Regiment 307


    Infanterie-Regiment 310


    Infanterie Regiment 324


    Artillerie-Regiment 234


    Panzerjäger-Kompanie 234


    Radfahrschwadron 234


    Pionier-Bataillon 234


    Nachrichten-Abteilung 234




    181. Infanterie-Division


    Generalmajor Kurt Woytasch, Oslo, Trondheim


    Infanterie-Regiment 334


    Infanterie-Regiment 349


    Infanterie-Regiment 359


    Artillerie-Regiment 222


    Panzerjäger-Kompanie 222


    Radfahrschwadron 222


    Pionier-Bataillon 222


    Nachrichten-Abteilung 222




    196. Infanterie-Division


    Generalmajor Richard Pellengahr, Oslo, Zweedse grens


    Infanterie-Regiment 340


    Infanterie-Regiment 345


    Infanterie-Regiment 362


    Artillerie-Regiment 233


    Panzerjäger-Kompanie 233


    Radfahrschwadron 233


    Pionier-Bataillon 233


    Nachrichten-Abteilung 233




    214. Infanterie-Division


    Generalmajor Max Horn, Kristiansand, Stavanger


    Infanterie-Regiment 355


    Infanterie-Regiment 367


    Infanterie-Regiment 388


    Artillerie-Regiment 214


    Panzerjäger-Abteilung 214


    Aufklärungs-Abteilung 214


    Pionier-Bataillon 214


    Nachrichten-Abteilung 214




    Armeegruppe XXXI


    General der Flieger Leonhard Kaupisch, Denemarken


    Stafchef: Generalmajor Kurt Himer





    Panzer-Abteilung z.b.V. 40


    Maschinengewehr-Bataillon 4


    Maschinengewehr-Bataillon 13


    Maschinengewehr-Bataillon 14


    I. Bataillon, Regiment General Göring (mot.)


    2. Batterie, schwere Artillerie-Abteilung 729


    3. Batterie, schwere Artillerie-Abteilung 729


    I. Abteilung, Flak-Regiment 8


    I. Abteilung, Flak-Regiment 19


    Korps-Nachrichtenabteilung 431


    Eisenbahn-Panzer Züge 23


    Eisenbahn-Panzer Züge 24


    Eisenbahn-Panzer Züge 25


    Eisenbahn-Bau-Kompanie 24


    II. Bataillon, Kraftfahr-Transport-Regiment 602


    SS-Totenkopf-Regiment 6
    - I. Bataillon
    - II. Bataillon




    170. Infanterie-Division


    Generalmajor Walter Wittke, Jylland


    Infanterie-Regiment 391


    Infanterie-Regiment 399


    Infanterie-Regiment 401


    Artillerie-Regiment 240


    Panzerjäger-Abteilung 240


    Radfahrschwadron 240


    Pionier-Bataillon 240


    Nachrichten-Abteilung 240




    198. Infanterie-Division


    Generalmajor Otto Röttig, Sjetland, Östfinn


    Infanterie-Regiment 305


    Infanterie-Regiment 308


    Infanterie-Regiment 326


    Artillerie-Regiment 235


    Panzerjäger-Abteilung 235


    Radfahrschwadron 235


    Pionier-Bataillon 235


    Nachrichten-Abteilung 235




    11. Schützen-Brigade (motorisiert)


    Oberst Günther Angern


    Schützen-Regiment (mot.) 110


    Schützen-Regiment (mot.) 111



    Luftwaffe:

    X. Fliegerkorps


    Generalleutnant Hans Ferdinand Geisler


    I. Bataillon, Fallschrmjäger-Regiment 1


    I. Abteilung, Flak-Regiment 32


    II. Abteilung, Flak-Regiment 33


    I. Abteilung, Flak-Regiment 611





    Kampfgeschwader z.b.V.1


    Kampfgruppe z.b.V.101


    Kampfgruppe z.b.V.102


    Kampfgruppe z.b.V.103


    Kampfgruppe z.b.V.104


    Kampfgruppe z.b.V.105


    Kampfgruppe z.b.V.106


    Kampfgruppe z.b.V.107


    Kampfgruppe z.b.V.108





    I. Gruppe, Zerstörergeschwader 76


    II. Gruppe, Jagdgeschwader 77


    I. Gruppe, Zerstörergeschwader 1





    Kampfgeschwader 26


    Kampfgruppe100


    Kampfgeschwader 4


    Kampfgeschwader 30


    Kampfgeschwader 40


    I. Gruppe, Sturzkampfgeschwader 1





    1. Staffel , Fernaufklärungs-Gruppe 120


    1. Staffel , Fernaufklärungs-Gruppe 122


    2. Staffel, Heeresaufklärungsgruppe 10


    Küstenaufklärungsgruppe 506
    - 1. Staffel
    - 2. Staffel


    1. Staffel, Küstenaufklärungsgruppe 106




    Führer der Luft West


    Aufklärungsgruppe 406


    Aufklärungsgruppe 806


    Transozeanstaffel




    Führer der Luft Ost


    Aufklärungsgruppe 806


    Aufklärungsstaffel (See) 1/706


    Bordfliegerstaffel 5/196


    Küstenfliegergruppe 606

    Definitielijst

    Abteilung
    Maakte meestal deel uit van een Regiment en bestond uit een aantal Kompanien. De Abteilung was de kleinste eenheid die individueel kon opereren en zichzelf kon handhaven. In theorie bestond een Abteilung uit 500 - 1.000 man.
    Armeegruppe
    Bestond meestal uit twee of drie aangrenzende Armeen, mogelijk een Duitse en een Geallieerde. 1 Armee-hoofdkwartier (meestal de Duitse) werd tijdelijk de bevelhebbende van de andere Armeen. Een Armeegruppe was altijd ondergeschikt aan een Heeresgruppe. Later in de oorlog varieerde de grootte van een Armeegruppe of een Panzergruppe veel meer. Een Armeegruppe kon vanaf 1943 de grootte van een Armee of zelfs maar van een Korps hebben.
    Artillerie
    Verzamelnaam voor krijgswerktuigen waarmee men projectielen afschiet. De moderne term artillerie duidt in het algemeen geschut aan, waarvan de schootsafstanden en kalibers boven bepaalde grenzen vallen. Met artillerie duidt men ook een legeronderdeel aan dat zich voornamelijk van geschut bedient.
    Bataillon
    Maakte meestal deel uit van een Regiment en bestond meestal uit een aantal Kompanien. In theorie bestond een Bataillon uit 500 - 1.000 man.
    Brigade
    Bestond meestal uit twee of meer Regimenten. Kon onafhankelijk of als een deel van een Divisie dienen. Soms waren ze deel van een Korps in plaats van een Divisie. In theorie bestond een Brigade uit 5.000 - 7.000 man.
    Flak
    Flieger/ Flugzeug Abwehr Kanone. Duits luchtafweergeschut.
    Führer
    Duits woord voor leider. Hitler was gedurende zijn machtsperiode de führer van nazi-Duitsland.
    Infanterie
    Het voetvolk van een leger (infanterist).
    Kampfgruppe
    Tijdelijke militaire formatie in het Duitse leger, samengesteld uit verschillende specialismen (pantsereenheden, artillerie, infanterie, anti-tankwapens en soms ook genie) met een speciale opdracht binnen het slagveld. De Kampfgruppen werden meestal genoemd naar de commandant van het verband.
    Kompanie
    Maakte meestal deel uit van een Bataillon of een Abteilung en bestond uit een aantal Züge. In theorie bestond een Kompanie uit 100 - 200 man.
    Luftwaffe
    Duitse luchtmacht.
    Regiment
    Onderdeel van een divisie. Een divisie bestaat uit een aantal regimenten. Bij de landmacht van oudsher de benaming van de grootste organieke eenheid van één wapensoort.
    Totenkopf
    Letterlijk: doodshoofd. Symbool dat door de SS werd gevoerd. Ook de naam van een SS divisie.

    Informatie

    Artikel door:
    Wilco Vermeer
    Geplaatst op:
    20-11-2003
    Laatst gewijzigd:
    15-03-2022
    Feedback?
    Stuur het in!

    Gerelateerde boeken

    The Second World War: Europe and the Mediterranean
    Germany's Lightning War
    The Wehrmacht at War 1939-1945