Dirk Ruiter, van Rottumeroog naar Stalag III A

    Ik ben dus in de Tweede Wereldoorlog geboren, maar ik heb daar uiteraard weinig van gemerkt. Mijn vader dus wel. Hij werd opgeroepen vanwege de mobilisatie. Dat merkte hij op een wel erg ongelegen moment. Op 24 augustus 1939 was zijn zuster Annie op 27 jarige leeftijd overleden, voor zover bekend aan Multiple Sclerose. Op 28 augustus werd zij begraven en toen de familie na de kerkdienst en de begrafenis nog buiten om de boerderij liep hoorden zij de kerkklokken luiden. Op die manier werd de mobilisatie aangekondigd en vele voormalige militairen werden onder de wapenen geroepen.

    Diensttijd en mobilisatie

    Ook mijn vader Dirk Ruiter. Hij was al dienstplichtig geweest, volgens mijn oom in Amersfoort, wat ook bevestigd wordt door een foto waar hij alleen op staat met zijn hand op een fraai gestileerd bord, waarop staat: ‘Ter herinnering aan mijn diensttyd’. Er is ook een foto waar hij op staat met 25 soldaten met daarvoor een groot bord met de tekst: ‘Wij hebben nog één (pils) bier, 17 maart 1930-1931’. Aangezien hij geboren is in 1910, was hij toen 20-21 jaar oud en dus dienstplichtig. Op een andere foto staat hij met 12 soldaten in de sneeuw en op de achterzijde is geschreven ‘Bij mijn vertrek wegens mobilisatie …..’ en de tekst daaronder is weggekrabd. Mogelijk stond daar de plaats vermeld waar zij zaten of naar toe gingen en was dat toen een ‘militair dienstgeheim’ en was het daarom verwijderd.


    Dirk Ruiter tijdens zijn militaire dienst. Gebruikte bron(nen): Simon Ruiter

    Diensttijd 1930-1931, Dirk Ruiter boven vierde van links. Gebruikte bron(nen): Simon Ruiter

    Dan is er ook nog een foto met 22 soldaten en een vrouw met op de achterzijde geschreven; ‘Anna Polona’ (dat moet zijn Anna Paulowna in NH) september 1939’. Er is ook nog een foto met een hele grote groep soldaten waarop aan de achterzijde staat geschreven: ‘Terschelling + Okt. Nov.’ zonder jaartal maar dat moet wel 1939 zijn geweest. Hij staat ook nog op een foto met een accordeon in zijn handen met acht soldaten met daarvoor een bord met de tekst ‘De VreetHoek’. Accordeon spelen kon hij echt niet, dus mede gezien het bord zal dat wel een grappige foto voor thuis zijn geweest. Een paar van deze foto’s zijn afkomstig van een andere soldaat uit Zwaagdijk die na zijn overlijden naar zijn familie in Wervershoof zijn gegaan. Die hebben die foto’s weer gegeven aan hun overbuurman, een vroegere vriend van mij, die oude foto’s verzamelt. Hij herkende mijn vader op deze foto’s en die heeft hij toen aan mij gegeven. Toeval of niet, maar via deze omweg kreeg ik een paar van die foto’s.


    Diensttijd 1930-1931, Dirk Ruiter met accordeon. Gebruikte bron(nen): Simon Ruiter

    Op Rottumeroog

    Dirk Ruiter zat bij een verkenningsbataljon en hij kwam uiteindelijk, via bovenomschreven plaatsen op het eiland Rottum c.q. Rottumeroog terecht waar alleen de familie Klaas Toxopeus met twee kleine kinderen en drie knechts woonden. De bebouwing op het eilandje was niet veel meer dan een vuurbaken, een huis met een schuur, een barak en een observatiepost. Klaas Toxopeus werkte daar o.a. als strandvoogd en vuurtorenwachter. Ook werden er nog 19 man van de Marine Kustwacht gestationeerd. Volgens soldaat Jaap Doodeman was het eiland zo klein dat, als het water bij vloed erg hoog stond, men er nauwelijks kon lopen. Het eiland brokkelde aan de ene kant af en aan de ander kant groeide het aan. Ze hadden weinig te doen; ze moesten o.a. overkomende vliegtuigen melden. Daarom hielpen ze strandvoogd Toxopeus vaak met het planten van helmgras e.d.


    Rottumeroog, voor het eerst naar het eiland. Gebruikte bron(nen): Simon Ruiter

    Op 1 september 1939 was Adolf Hitler met zijn troepen Polen binnengevallen en de Tweede Wereldoorlog was een feit. Hoewel men erg was geschrokken van de inval in Polen dachten velen dat Nederland, net als in de Eerste Wereldoorlog, neutraal zou blijven. Tot 10 mei 1940 hebben zij zich, ook mede gezien de foto’s, redelijk ontspannen vermaakt. Daarop ziet men ze o.a. voetbal spelen tegen de mannen van de Marine Kustwacht en gezellig zittend koffie te drinken voor een houten schuurtje. Op een andere foto ziet men een houten schuurtje waarop de deur met de hand is geschreven ‘Cuisine’ (Keuken) en ‘Patisserie’ (Banketbakkerij) en naast die deur hangt een koekenpan! Uiteraard moest er ook gekookt worden. Geen van hen had daar beroepshalve enige ervaring mee en er werd gevraagd wie die taak dan op zich wilde nemen. Mijn vader, die als tuinderszoon alleen op het land had gewerkt, meldde zich spontaan. Hij staat ook op een foto met een wit schort en een witte koksmuts. Of het eten ook goed gesmaakt heeft, is mij verder onbekend. Ook is er een foto van een klein houten hokje dat hun toilet was met daarnaast twee houten schermen, in een V-vorm opgesteld, wat een soort urinoir was.


    Op Rottumeroog, Dirk links als kok. Gebruikte bron(nen): Simon Ruiter

    Koffietijd op Rottumeroog, Dirk als kok. Gebruikte bron(nen): Simon Ruiter

    ‘Cuisine’ en ‘Patisserie’ op Rottumeroog, april 1940. Gebruikte bron(nen): Simon Ruiter

    Toilet en urinoir op Rottumeroog. Gebruikte bron(nen): Simon Ruiter

    Voetbalwedstrijd op Rottumeroog in mobilisatietijd. Gebruikte bron(nen): Simon Ruiter

    Het voetbalteam van Dirk. Gebruikte bron(nen): Simon Ruiter

    Op een andere foto staan de soldaten op een boot, want ze mochten af en toe met verlof naar huis. Garnalenvisser Teerling onderhield de verbinding met het vaste land. Die dobberde met zijn boot ca. 200 meter voor de kust en daar werd dan een roeiboot gestreken, die tot zo’n 25 meter van de kust kon komen. Een sterke visser met lieslaarzen nam de soldaten dan één voor één op zijn rug en bracht ze naar die roeiboot en dan gingen ze met de garnalenboot naar de haven van Noordpolderzijl. Vandaar naar Usquert en Groningen en dan naar ieders woon- of verblijfplaats, waar ze soms te laat aan kwamen omdat ze een aansluitende trein misten. Ze ontvingen en verzonden post via het postkantoor in Usquert. Dat dit niet altijd vlotjes verliep bleek b.v. uit de ansichtkaart, met daarop een beeld van het eiland met een huisje en een vuurtorentje, die mijn vader op 19 maart 1940 naar zijn verloofde Catharina Smit schreef. De boot met post was net aangekomen maar er was van haar geen brief bij. Hij vroeg zich af of ze soms ziek was, dan wel of ze het goede adres niet wist. Op de kaart die hij naar haar verzond schreef hij dat het adres t.w. ‘Den heer D. Ruiter p/a Dhr. Toxopéus, Rottermeroog’ was.


    Ansichtkaart die Dirk stuurde aan zijn verloofde. Gebruikte bron(nen): Simon Ruiter

    Duitse inval

    Maar op 10 mei ’s morgens om 5.00 uur werden ze gewekt door de Marine Kustwacht met de mededeling dat Nederland in oorlog was met Duitsland. Korporaal van Diepen heeft later over e.e.a. een dagboekje van 13 bladzijden bijgehouden tot het einde van hun krijgsgevangenschap en hij schreef:

    "Vrijdag 10 mei. Met ongelovige gezichten nemen wij dit voor kennisgeving aan. Doch spoedig worden wij van de ernst van de tijding doordrongen en in allerijl betrekken wij onze stelling om het eiland Rottemeroog, zo nodig ten kosten van ons leven, te verdedigen tegen de schandelijke inval van de vijand. Half tien komt de vijand in zicht. Met 30 man, 11 infanteristen en 19 man van de Marine Kustwacht, moeten we de overmachtige vijand, bestaande uit 350 tot de tanden gewapende mannen, die het eiland rondom met stormboten aanvielen, bestrijden. Na twee uur is de ongelijke strijd beslecht en wordt het eiland bezet. Gelukkig zijn er van onze kant geen slachtoffers te betreuren. Zo begint dan op bovengenoemde datum om half twaalf onze officiële krijgsgevangenschap. Hoe lang? We wisten het niet, doch tekenden op zijn minst voor één jaar. Om 12.00 uur ontruiming van ons kwartier. Wij worden ondergebracht in een schuur waar wind en zand vrij spel hebben.

    Hoe die strijd precies verlopen is heb ik ze als jong kind, bij hun jaarlijkse reünie, wel eens gevraagd. Hebben jullie ook gevochten, geschoten vroeg ik dan? Dat leek mij erg spannend! Er werd dan hard gelachen en dan vertelden ze mij een spannend verhaal. Hoe het werkelijk was verlopen kwam ik later pas aan de weet toen er in 1980, n.a.v. hun 40-ste en laatste reünie van deze ‘Rottemerooger Wapenbroeders’ zoals zij zich noemden, hierover artikelen verschenen in twee kranten. Zoals gebruikelijk worden er begin mei van elk jaar herinneringen aan de oorlog opgehaald. De laatste reünie was dus in 1980 bij Jaap Doodeman in Nibbixwoud. In het Noord Hollands Dagblad van 19 maart 1980 vertelde hij zijn verhaal. De Sergeant Dirk Boode had contact opgenomen met de Typhoon, een dagblad uit de Zaanstreek dat was voortgekomen uit het verzet.

    Op 9 mei 1980 kwam zijn verhaal in deze krant en daarin hij vertelde het volgende:

    ‘Ik denk omstreeks een uur of twee, drie in de nacht stond er ineens een knulletje van de Marine op de deur te bonken. Sergeant, sergeant, het is oorlog! De Duitsers komen eraan! Nou kan men wel verschrikkelijk kwaad worden om dergelijke onzin, want dat het onzin was, daar was ik van overtuigd. Dus roep ik ‘bedankt’ en ik draai me nog eens lekker om en droom weer rustig verder. Tot om vier uur de telefoon ging. Dat was mijn superieur uit Schiermonnikoog en die zei: ‘Sergeant ons land is in oorlog met Duitsland. Verdedig ons vaderland tot het uiterste en tot slot, ik wens U het allersterkste toe.’ Hij sprak met een stem van: met-jou-heb-ik-voor-het-laatst-gesproken en met-jou-is-het-gebeurt! Okay, de oorlog was dan toch uitgebroken, maar ik heb er nooit bij stil gestaan dat die ons zou raken! Dat die Duitsers misschien ook wel belangstelling voor ons zouden tonen. Want wat was Rottumeroog nou helemaal? Een hoopje zand van vier vierkante kilometer, meer niet. Dus ik wek de jongens met de mededeling, jammer maar het is oorlog! Maar wat ons nu te doen stond wisten we ook niet. En hoe goedgelovig we ook waren, niemand had de illusie dat we met onze geringe uitrusting de Duitsers konden tegenhouden. We zijn toen maar brieven naar huis gaan schrijven zo van, maakt u zich maar niet ongerust vader en moeder, want wij redden het wel.

    Om een uur of elf riep de Marine dat ze iets vreemds zagen. Ik rende toen, echt niet trillend van angst naar boven. ‘Oefening’ riep ik meteen toen ik al die boten zag. Ik zag drie trawlers, drie grote sloepen en twaalf kleine racebootjes met daarop totaal ca. 400 zwaar bewapende soldaten. Maar wie dacht nou, onnozel als ik was, dat dit alles bedoeld was voor een beslissende aanval op het eiland Rottumeroog? ‘Oefening riep ik dus’. Totdat ik doorkreeg dat die hele vloot naar ons toekwam. Een bootje met een witte vlag maakt zich los van de vloot en kwam naar het eiland. Een man stapte uit en loopt met een witte vlag soppend door het water. De man, luitenant Mayer, vraagt mij: Wat wilt u? Ik had vooraf overleg gehad met de commandant van de Marine en wij beiden hadden geen zin om met onze 25 geweren tegen deze overmacht stelling te nemen. Na een kwartiertje zeg ik tegen luitenant Mayer, want je moet de schijn hoog houden, dat het ons niet verstandig leek om tegen zo’n overmacht te gaan vechten. Dat vond hij ook en meteen werden we krijgsgevangenen.

    De door korporaal van Diepen genoemde twee uur strijd zonder slachtoffers was dus toch niet helemaal juist. Wellicht heeft hij dat zo beschreven omdat een overgave zonder een gevecht als laf ervaren zou worden en dat de soldaten er na de oorlog misschien op aangesproken zouden worden als hij wel de echte gang van zaken had opgeschreven. Later heb ik nog wel eens gedacht, wat zou er gebeurd zijn als Sergeant Boode niet zo’n verstandige beslissing had genomen en de opdracht van zijn superieuren, ‘verdedig ons land tot het uiterste’, had uitgevoerd. Dan waren er zeker slachtoffers en doden gevallen, waaronder mogelijk ook mijn vader en dan was ik nooit geboren c.q. had ik nooit bestaan. Toch een vreemde gedachte en ik realiseer mij dat dit in deze oorlog bij velen geheel anders is afgelopen.

    Feitelijk was de situatie op het eiland Rottumeroog wellicht karakteristiek voor de gehele militaire situatie in Nederland. Het leger was er niet voor uitgerust, ook onvoldoende voor opgeleid en zeker niet tegen zo’n machtige vijand als nazi-Duitsland. Er zijn dus vele soldaten, mogelijk onnodig, omgekomen. Had Nederland zich dan ook direct moeten overgeven aan de vijand, zoals op Rottumeroog? Moet een land zich in die situatie wel of niet verdedigen? Dat is een vraag die de politieke en de militaire strategen in die situatie moeten beoordelen, maar eenvoudig is dat niet!

    Krijgsgevangenschap

    Ze waren dus krijgsgevangenen en zouden afgevoerd worden naar een kamp in Duitsland en Korporaal van Diepen schreef daarover samengevat het volgende in zijn dagboekje:

    Vanwege het slechte weer kwamen we eerst niet van het eiland af, later liep de boot vast op het wad en moesten we weer terug. Op 14 mei vertrokken we naar Borkum en vandaar naar Emden. Daarna nog een lang reis met de trein met vele tussenstops in Willemshaven, Bremen, Berlijn en onderweg zagen we op passerende treinen teksten met ‘Nach Londen’. Op 20 mei kwamen we aan in het concentratiekamp in Luckenwalde, dat ca. 60 km ten zuiden van Berlijn ligt. Op 21 mei arriveerden 2100 Hollandse krijgsgevangenen en op 22 mei nog eens 2800 man. In een tent voor 250 man werden 400 personen gepropt. Op die dag hoorden we, onder voorbehoud, dat we over enkele dagen met de trein naar huis zouden mogen. Op 24 mei werd het erg warm, doch er waren maar vijf waterkranen voor 3000 man! Vanwege de hitte mochten we in een bosachtig terrein verblijven. De terugkeer naar huis was voor ons het gesprek van de dag, maar de Polen die er al langer zaten, gaven ons niet veel hoop. Op 27 mei zaten we met 5000 man in 13 tenten en op die dag werden er nog eens twee á drieduizend Franse en Belgische krijgsgevangenen binnen gebracht. Daarna werden we ingeënt wat de hoop op terugkeer weer deed afnemen. Ter afwisseling van de eeuwige soepmenu’s kregen we ‘pel-kartoffelen’ met quark. Op 31 mei was er bier en limonade verkrijgbaar, één flesje voor 100 man en mochten we een briefkaart naar huis sturen. Maar we hoopten dat we eerder thuis waren dan die briefkaart.

    Over die ‘pel-kartoffelen’ vertelde mijn vader mij eens, toen ik als kind mijn eten niet lustte, dat hij in het kamp in de ene hand gestoomde aardappelen met spruiten, en in de ander hand een beetje zout kreeg. Hij lustte dat niet en gaf het aan de Poolse gevangenen die daar al langer zaten. Die hadden meer honger en zij aten het wel op. Als ik dan zag hoe hij thuis, s’ avonds na het werk soms een restant koude spruitjes op een boterham prakte en dat smakelijk op at, dan was hij echt niet kieskeurig en moet het wel erg vies gesmaakt hebben.

    Thuis wist men van hun gevangenneming weinig of niets af. Op 16 mei 1940 stuurde men vanaf het kamp een bruine standaard postkaart naar het adres van zijn ouders, afgestempeld op 23 mei 1940, met de standaard tekst: "Ich bin gesund --leicht verwundet-- (leicht verwundet is doorgestreept) in Deutsche kriegsgefangenschaft geraten und befinde mich wohl." Verder nog de mededeling dat hij post mocht ontvangen en hen mocht schrijven. Wanneer die kaart zijn ouders heeft bereikt is niet meer te achterhalen. Op 18 mei 1940 schreef iemand van het hulppostkantoor in Usquert een briefkaart naar zijn zuster Trien met de tekst: ‘Ik deel u mede dat uw broer Dirk Ruiter van het verkenningsdetachement Rottermeroog zich in goede welstand bevind, wat ik ook al op een retourkaart heb geschreven dacht ik. Zijn tegenwoordige adres kan ik u niet schrijven maar van zeer betrouwbare zijde weet ik dat hij een goede verzorging heeft’.


    Kriegsgefangenenpost van Dirk aan zijn ouders. Gebruikte bron(nen): Simon Ruiter

    De van tevoren gedrukte tekst. Gebruikte bron(nen): Simon Ruiter

    Tekst achterop op de ansichtkaart. Gebruikte bron(nen): Simon Ruiter

    Verder schreef korporaal van Diepen in zijn dagboekje:

    Op 1 juni raakte de shag in het concentratiekamp op en de laatste peukjes gingen van mond tot mond! Op zondag 2 juni was er een gezamenlijke godsdienstoefening en het eten was zuurkoolsoep en elke dag een kwart soldatenkuch als rantsoen. Op 4 juni kon men shag of sigaretten kopen in iets wat men een kantine noemt, één pakje of doosje per tent van 400 man per dag, zolang de voorraad strekt! Daarna steeds weer berichten over een aanstaand vertrek. Op 7 juni zouden we dan vertrekken maar dat ging weer niet door. Op zaterdag 8 juni was het dan eindelijk zover, om 5 uur ’s morgens moesten we aantreden en kregen we brood mee. Het gevoel dat we daarna het kamp mochten verlaten was om nooit te vergeten!

    Vrijlating

    Volgens sergeant Dirk Boode deelde de kampleiding hun mede ‘dat hun vrijlating een aardigheidje was van de Führer omdat ze zo eerlijk en dapper hadden gevochten!’ Later heb ik ook nog eens vernomen dat Hitler een ‘sympathiek gebaar’ wilde maken naar ons land door een aantal Nederlandse krijgsgevangen weer vrij te laten.

    Om 10.00 uur zaten we in de trein naar Holland en reden we langzaam richting Maagdenburg en Osnabrück. Zondag 9 juni gingen we via Gronau naar Enschede waar we hartelijk werden ontvangen met eten, drank en sigaretten. De plaatselijk kapper knipte en scheerde de mannen belangeloos en we werden bij welwillende burgers ingekwartierd. Na een onrustige nacht moesten we de volgende morgen om zeven uur op appel verschijnen voor registratie en vertrek naar huis. Op 11 juni was het dus de grote dag en mochten we naar huis. In Amsterdam namen we afscheid van elkaar maar niet voor lang want elk jaar omstreeks de 10e mei hoopten we elkaar op een reünie in goede gezondheid weer terug te zien.

    Mijn vader, Dirk Ruiter stuurde op 11 juni 1940 vanuit Enschede een telegram naar zijn verloofde Trien Smit, Binnenblijfstraat 6 te Hoorn met de tekst ‘Kom vandaag!


    Telegram, gedateerd 11-6-1940, van Dirk aan zijn verloofde in Hoorn. Gebruikte bron(nen): Simon Ruiter

    In dat kamp Luckenwalde hebben ze kennelijk een aantal foto’s kunnen maken want in het fotoboek van mijn ouders zitten foto’s van een uitkijktoren, barakken en een lange rij personen om eten op te halen.


    Uitkijktoren in kamp Luckenwalde Gebruikte bron(nen): Simon Ruiter

    Ook een groepsfoto voor een barak met daarop de soldaten en de mensen van de Marine kustwacht van Rottumeroog, waarop ik mijn vader en aan aantal van zijn ‘wapenbroeders’ herken. De namen van de elf wapenbroeders zijn voor zover ik mij dat nog kan herinneren: Sergeant Dirk Boode (Wageningen), Korporaal Kees van Diepen (Alkmaar), soldaat Klaas Winter (Akersloot), soldaat Hoogland (Beverwijk), soldaat Jaap Doodeman (Nibbixwoud), soldaat Kees van der Steen (St. Maarten), mijn vader soldaat Dirk Ruiter (Wervershoof) en iemand uit Urk. Deze laatste was streng gereformeerd en mocht op zondag niet reizen. Omdat de reünies altijd op zondag werden gehouden, was hij er dus vaak niet bij. Een keer wel bij ons thuis, toen kwam hij zaterdag, bleef slapen en ging maandag weer naar huis. Kennelijk was hij visser, of werkte hij bij een visser, want hij had vele heerlijk gerookte visjes mee. Later kwamen niet alle elf ‘wapenbroeders’ meer op de reünie, die beurtelings bij een van hen thuis werd gehouden. In mei 1980 hielden ze hun laatste reünie, ze werden ouder, zo rond de zeventig jaar en een aantal van hen was al afgevallen c.q. gestorven.


    Dirk Ruiter (zittend rechts) met andere krijgsgevangenen in Luckenwalde. Gebruikte bron(nen): Simon Ruiter

    Kamp Luckenwalde, ergens tussen 19 mei en 9 juni 1940. Gebruikte bron(nen): Simon Ruiter

    Kamp Luckenwalde

    In het voorjaar van 2017 ging mijn broer Jos op vakantie naar Polen en op reis daarheen bezocht hij ook het stadje Luckenwalde om te zien of er nog overblijfselen waren van dat kamp. Hij trof in die plaats alleen nog een z.g. ‘Heimatmuseum’ aan waarin een kleine ruimte was ingericht met herinneringen aan dat kamp. Hij had ook het dagboekje van korporaal van Diepen meegenomen dat hij daar liet zien en daarvan wilde men wel graag een kopie hebben. Hij kreeg weer een kopie van een verslag van een andere soldaat, die na gevangenneming bij de Grebbeberg, daar ook had gezeten. Zijn handgeschreven verslag van die soldaat, in het Duits, is ook gedateerd van 10 mei tot 11 juni 1940. Hij moet daar dus gelijk met mijn vader hebben gezeten. Het verslag, waarin zijn naam niet wordt genoemd, is in grote lijnen gelijk aan dat van Korporaal van Diepen. Ook veel honger en slecht eten zoals ‘ongeschilde kartoffelen in afwaswater’. Sigaretten waren belangrijk, die kon je n.l. ook ruilen voor eten; ook werd er eten ‘geklaut’ (gejat). Verder ook veel wachten en steeds weer het gerucht dat ze naar huis mochten.

    In de meegebrachte folders en op de website www.luckenwalde.de staat het volgende vermeld: Nog voor de Duitse inval in Polen werd het kamp in Luckenwalde, Stalag III A genoemd, opgezet dat bedoeld was voor gewone soldaten en het moest in staat zijn om uiteindelijk 20.000 krijgsgevangen op te vangen. De eerste Poolse krijgsgevangenen werden ondergebracht in tenten en het gehele complex van het kamp bestond uit ongeveer 100 gebouwen en 50 tenten. Vanuit dit hoofdkamp werden gevangenen ook doorgestuurd naar kleinere kampen in die omgeving.

    Een groot deel van de gevangenen in Stalag III A werd verplicht om in de industrie en in de landbouw te werken. Er werden daar geen gevangenen vergast maar in de strenge winter van 1941-1942 stierven daar wel ca. 5.000 á 6.000 gevangenen, waaronder circa 2.000 á 2.500 gevangen uit de Sovjet-Unie aan vlektyfus en TBC. Daarom werd het kamp enige tijd in quarantaine geplaatst. Er stierven ook een aantal gevangenen door b.v. zelfmoord en ook die op de vlucht werden neergeschoten of overleden ten gevolge van een letsel of een ongeval op het werk. Mishandeling tijdens verhoren kwam ook voor en de SS doorzocht het kamp op Joden en andere ‘ongewenste elementen’, die geëxecuteerd werden. Van het kamp is niets meer overgebleven, maar het kerkhof, dat direct naast het kamp was gelegen, bestaat nog wel en dat heeft mijn broer ook bezocht.

    Na de eerste Poolse krijgsgevangenen uit 1939 kwamen er ook soldaten uit andere landen, eerst Nederlanders en Belgen, maar die bleven slechts kort in het kamp. Daarna kwamen er krijgsgevangenen uit ca. 10 landen, o.a. Joegoslavië, Servië, Rusland, Italië (16.000), Roemenië, Engeland en Amerika. De 40.000 Franse gevangenen vormden de grootste groep krijgsgevangenen.

    Het kamp werd regelmatig gecontroleerd door het Internationale Comité van het Rode Kruis (ICRC). De leden van het Rode Leger werden uitgesloten van dergelijke controles, omdat de Sovjet-Unie het Verdrag van Genève niet had ondertekend. Bovendien beschouwde Joseph V. Stalin de Russische krijgsgevangenen als verraders! De behandeling en verzorging van de krijgsgevangenen verschilden dus op basis van hun nationaliteit. De ‘Westerse gevangenen.’ (b.v. Britten en Amerikanen) werden beter behandeld en gevoed dan de vele Italiaanse militairen en Russische krijgsgevangenen, die ook zijn gestorven aan de gevolgen van een slechte behandeling.

    In het begin van 1945, toen het Rode Leger de Oder bereikte, werd een ander kamp in Fürstenberg t.w. Stalag III B geëvacueerd en de bewoners van dit kamp werden afgevoerd naar Luckenwalde, wat leidde tot een hopeloze overbevolking en catastrofale hygiënische omstandigheden. Zelfs in de laatste weken van de oorlog werd er voor het kamp nog weer een commandant benoemd. Een militaire verdediging van het kamp vond gelukkig niet meer plaats, omdat de Duitse bewakers en officieren voor de komst van Sovjettroepen waren ontslagen en ook naar het westen vertrokken zouden zijn. Op 22 april 1945 werd kamp Stalag III A bevrijd door het Rode Leger.

    Definitielijst

    Eerste Wereldoorlog
    Ook wel Grote Oorlog genoemd, conflict dat ontstond na een groei van het nationalisme, militarisme en neo-kolonialisme in Europa en waarbij twee allianties elkaar bestreden gedurende een vier jaar durende strijd, die zich na een turbulent begin, geheel afspeelde in de loopgraven. De strijdende partijen waren Groot-Brittannië, Frankrijk, Rusland aan de ene kant (de Triple Entente), op den duur versterkt door o.a. Italië en de Verenigde Staten, en Duitsland, Bulgarije, Oostenrijk-Hongarije en het Ottomaanse Rijk aan de andere kant (de Centrale Mogendheden of Centralen). De strijd werd gekenmerkt door enorme aantallen slachtoffers en de inzet van vele nieuwe wapens (vlammenwerpers, vliegtuigen, gifgas, tanks). De oorlog eindigde met de onvoorwaardelijke overgave van Duitsland en zijn bondgenoten in 1918.
    Führer
    Duits woord voor leider. Hitler was gedurende zijn machtsperiode de führer van nazi-Duitsland.
    mobilisatie
    Een leger in staat van oorlog brengen, dus eigenlijk de overgang van vredestoestand naar oorlogstoestand. Het Nederlandse leger werd gemobiliseerd op 29 augustus 1939.
    nazi
    Afkorting voor een nationaal socialist.
    Rode Leger
    Leger van de Sovjetunie.
    Sovjet-Unie
    Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.

    Nagekomen informatie

    Na de publicatie van het artikel met de titel: Dirk-Ruiter-van-Rottumeroog-naar-Stalag-III-A, ontving de redactie van TracesOfWar nog de navolgende aanvullende informatie van de heer Simon Ruiter.

    Na de oorlog hielden de leden van de 'Rottemerooger – Wapenbroeders ' tot en met 1980 een jaarlijkse reünie. Bij gelegenheid van hun eerste Lustrumbijeenkomst bood de korporaal (Van Diepen) zijn dagboekje uit het concentratiekamp Luckenwalde aan.

    Hieronder leest u daarvan de inhoud.

    Dagboekschetsen van ons krijgsgevangenschap in Luckenwalde.
    10 mei 1940 t/m 11 juni 1940

    Vrijdag, 10 Mei
    5 uur in de morgen. We worden gewekt door een man van de Marine-Kust-Wacht, kortweg M.K.W. genoemd, met de mededeling dat ons land in oorlog is met Duitsland. Met ongelovige gezichten nemen wij dit voor kennisgeving aan. Doch spoedig worden wij van de ernst van de tijding doordrongen en in allerijl betrekken wij onze stelling om het eiland Rottumeroog, zonodig ten koste van ons leven, te verdedigen tegen de schendende inval van de vijand. Half 10 komt de vijand in zicht. Met 30 man, 11 Infanterie en 19 M.K.W. moeten we de overmachtige vijand, bestaande uit 350 tot de tanden bewapende mannen, die het eiland rondom met stormboten aanvielen, bestrijden. Na twee uur is de ongelofelijke strijd beslecht en wordt het eiland bezet. Gelukkig zijn er van onze kant geen slachtoffers te betreuren. Zo begint dan op bovengenoemde datum half twaalf v.m. onze officieele krijgsgevangenschap. Hoe lang? We wisten het niet, doch tekende al op zijn minst voor een jaar. 12 uur ontruiming van ons kwartier. Wij worden ondergebracht in een schuur waar wind en zand vrij spel hebben.

    Zaterdag, 11 Mei
    De M.K.W. wordt weggevoerd, met achterlating van hun hangmatten, waarvan wij handig gebruik maken, om er in te gaan slapen. Gemakkelijk gaat dit niet, doch na enkele mislukte pogingen en veel pijn, gaat het.

    Zondag, 12 Mei.
    De vijand wil ons wegvoeren, deze poging gaat wegen het ruwe weer niet door. Onze bagage wordt doorzocht. Vooral rookwerk is van hun gading.

    Maandag, 13 Mei
    Dezelfde poging mislukt weer. De behandeling is goed. Het eten begint een beetje te gewennen. Het weer is koud en guur. Eenmaal mogen we een wandeling maken rond het eiland, onder gewapend geleiden, moet je meemaken.

    Dinsdag, 14 Mei
    Half 3 opstaan. Zonder iets te mogen gebruiken gaan we naar het strand. Onze bagage mogen we meenemen. De zee is ruw, zodat we 6 uur eindelijk op het bootje zijn. Na een half uur varen zitten we vast op de wadden. We gaan terug en 7 uur staan we weer op het eiland. Half 12 vertrekken we opnieuw en 4 uur komen we op Borkum aan, waar we worden ondergebracht in een kazerne.

    Woensdag , 15 Mei
    Half 7 staan we op. 7 uur gaan we met het transpoortje naar de haven, vanwaar we 8 uur met de veerboot naar Emden vertrekken. Op de boot maken we kennis met het eerste bakje surrogaat koffie. Proost!! Na 3½ uur varen staan we in Emden op de kade. Met de bus worden we vervoerd naar de kazerne, waar we moeten wachten tot half twee. Over eten of drinken wordt niet gesproken. Na wachttijd vertrekken we naar Willemshaven. Hier ontmoeten we de M.K.W. In een locaal worden we opgesloten. De verzorging is goed, de ondervraging of het verhoor nog beter. Eenparig krijgen we afkeer, tegen den tolk. Bah, wat een misselijke vent is dat! Als we die in Holland tegen het lijf lopen, dan is zijn laatste uren geteld.

    Donderdag, 16 mei
    We blijven opgesloten. Enkele worden weer ondervraagd. Er wordt goed op ons gelet. Later op de dag mogen we een half uur luchten op de binnenplaats.

    Vrijdag, 17 mei
    Onder het genot van meer vrijheid, krijgen we contact met de M.K.W. We mogen helpen in de keuken en kelder. Ons geld wordt afgenomen. De wacht verteld ons dat zij spoedig naar Holland gaan voor de bezetting.

    Zaterdag, 18 Mei
    Half 5 opstaan. 6 uur zitten we in de trein, om via Bremen – Berlijn naar het kamp in Luckenwalde getransporteerd te worden. Een personenwagen is voor ons gereserveerd. Het kan een lange reis worden. In elk gehucht is het wachten geblazen. In Bremen wachten van 12 tot 16 uur n.m. onophoudelijk passeren ons lange treinen met soldaten en oorlogsmateriaal, op weg naar het front. Transporten met opschrift " Nach Londen" en de met groen versierde wagen moeten het elan van de strijders propageren. Een keer mogen we er uit om in een ondergrondse eetgelegenheid wat soep te gebruiken. Voor de rest is het binnen blijven en droog brood met water gebruiken.

    Zondag, 19 Mei
    ’s Nachts 1 uur in Berlijn. Onze wagen wordt afgekoppeld. Wachten tot half 6. Een uur sporen brengt ons in Luckewalde. Met een uurtje wachten en lopen arriveren we in het kamp. De reis heeft lang geduurd, doch is met veel afwisseling in goede stemming verlopen. Vooral de opmerking één onzer, over de hond die nog vrij rond liep gaf aanleiding tot veel gelach. Het eten wordt steeds soberder eb de bewaking is vriendelijk. Een beetje te begrijpen is dat wel, want we hebben allen een goed verzorgde bagage meegenomen en daar wordt op geaasd. Het weer is goed en zonnig en de Zondag heeft een verder rustig verloop.

    Maandag, 20 mei
    We worden gevisiteerd. Brieven, boeken en papieren worden meegenomen en nagezien. Daarna worden we in gemeenschappelijk ontluisd en gereinigd en gaan we naar een andere barak die schoon wordt genoemd. Bij onderzoek blijkt echter dat ze beter de barak hadden kunnen ontluizen en reinigen. Het stroo was vochtig en vol bederf en in de kribbe vonden we de vuile vodden van onze Poolse voorgangers. Inderdaad een onsmakelijk zaakje, maar ja, als krijgsgevangenen moet je het niet zo nauw nemen.

    Dinsdag, 21 Mei
    Er arriveren 2100 Hollandsche krijgsgevangenen. Jonge, jonge, wat zien die knapen eruit. Afgemat vol vuil en stof en zeer terneergeslagen. Na enkele dagen zwerven, zijn ze van een kamp onder de grens naar hier getransporteerd in vuile goederen wagens, zoo hoorden we later. Nu dan hebben we een plezierig reisje gehad.

    Woensdag , 22 mei
    Wederom een transport van 2800 man. Ze worden allen in een tentenkamp ondergebracht. ’s Middags bekendmaking van onze vrijlating en terugkeer naar Holland met voorbehoud van enkele dagen. Dat geeft een hoera. Het weer wordt warmer, het eten soberder.

    Donderdag, 23 Mei
    Ons clubje wordt bij de massa gevoegd. Er is wel niet veel plaats, maar in een tent van 250 man kunnen er ook wel 400 in. ’t Is maar hoe je het bekijkt. Vele bekenden kunnen we de hand drukken, de terugkeer is het gesprek van de dag.

    Vrijdag, 24 Mei
    De hitte neemt toe. Het kamp is één stoffige leemvlakte. Geen nood, want er zijn voor 3000 man 5 waterkranen. Overigens zijn ze met water royaal, moet je maar in de keuken zien.

    Zaterdag, 25 Mei
    De wildste verhalen gaan rond in het kamp, over het wel of niet vertrekken van de gevangenen. Want we worden wel als gasten van den fürher beschouwd, doch tussen 2 hagen van 3 meter hoog prikkeldraad met op 4 hoeken een hoge uitkijktoren, waaruit vuurmonden je toegrijnsen, voel je je allesbehalve gast. De stemming begint te zakken. Het uitgeput raken van rookwaar is daar ook wel debet aan.

    Zondag, 26 Mei
    De hitte wordt ondragelijk. Doch ook het gedwongen niets doen maak vele loom en neerslachtig. Zelfs de prikkeldraad versperring wordt een niet te versmaden leuningstoel. Feitelijk moeten we 2 meter van het draad verwijderd blijven, doch de Hollandse gemoedelijkheid wint het van de grimmige en dreigende wachters. Gelukkig, krijgen we een stuk bosterrein en mogen we daar van 9 uur tot half 4 vertoeven. Er wordt een dankbaar gebruik van gemaakt. Nieuws horen we niet meer.

    Maandag, 27 Mei
    Na veel onweer hebben we vandaag een regenachtige dag. De mannen van het andere kamp komen hierheen. Het is nu overvol met 5000 man, ondergebracht in 13 tenten. Het legerstroo is met de grond gelijk geworden. Op de dag trekken we de kleeren uit en voor de nacht trekken we ze aan vanwege de hardheid en kilheid van onze ligplaats. Vandaag zien we weer 2 a 3000 krijgsgevangenen binnenkomen, vermoedelijk Fransen of Belgen. Over ons heengaan wordt niet gerept. De Polen die er al eenige tijd zitten geven ons niet veel hoop. Ook zij hebben al enige keren met de koffers klaargestaan en werden daarna weer naar hun barakken teruggestuurd.

    Dinsdag, 28 Mei
    Bij het bekend maken van de kamporders, wordt er vermeld "vandaag inenting". Hiermee wordt de hoop op een spoedige terugkeer verzwakt.

    Woensdag, 29 Mei
    Vannacht rijden er onafgebroken transsportvoertuigen naar het front. Oorlogsnieuws horen we weinig. De stemming is gelaten. Loom, heet weer vandaag. We eten prel-kartoffelen met quark. Jammer dat moet je leren eten, anders is het een aardige afwisseling van de eeuwige soepmenu’s.

    Donderdag, 30 Mei
    De mogelijkheid dat we vannacht zouden vertrekken is niet de bewaarheid. ’s Avonds 7 uur houden de Katholieken een gebedsoefening, waaraan door vele andersdenkenden wordt deelgenomen. Voor het slapen gaan krijgen we zang en voordracht te zien en horen. Dit breekt de down-stemming. Er gaan zelfs stemmen op om een sportoefening te gaan houden en ook andere ontspanning te zoeken. Doch de half gevulde magen spreken een woordje mee, zoodat het bij plannen blijft.

    Vrijdag, 31 Mei
    Vanmorgen was het koud en sober weer, doch nu schijnt het zonnetje. Zoo juist komt er bericht dat er bier en limonade verkrijgbaar gesteld is. Voor iedere 100 man één flesje! Drink, broeders, drink! Wordt en meerstemmig gezongen. De kans om weg te komen is zeker nog gering. We mogen tenminste een briefkaart naar Holland sturen. Toch blijven we hopen dat we nog eerder dan de kaart thuis zijn.

    Zaterdag, 1 Juni
    Vandaag wordt de hoop weer verlevendigd, want er wordt medegedeeld dat we a.s. Maandag onze privé eigendommen zullen terug ontvangen. Afwachten maar! Berichten over krijgsverrichtingen horen we niet. Het roken wordt door menigeen al aardig afgeleerd. Sinds 5 dagen hebben de meeste geen rookwolkje de lucht in geblazen. Het is aandoenlijk om te zien hoe de laatste restjes onder elkaar verdeeld worden. De peukjes gaan soms van mond tot mond. Voor de laatste der Mohikanen om van te watertanden.

    Zondag, 2 Juni
    Een stralende dag! 9 uur gezamenlijke Godsdienstoefeningen. De Rottumerooger-Strijdmakkers hebben met hun bagage ook wat spul en ontspanningsmateriaal meegenomen. Hiervan wordt dankbaar gebruik gemaakt. Vooral het patience, schaken en bridge vinden aftrek. Het kamp stelt geen lectuur e.a. beschikbaar, zodat we ons eigen moeten vermaken. De Zondag wordt besloten met zang en gebed. Het menu was vandaag: zuurkoolsoep! Voorts krijgen we iedere dag een kwart soldatenkuch, als brood rantsoen.

    Maandag, 3 Juni
    Vandaag moet het dan gaan gebeuren? Al heel vroeg is eten halen en uitdelen. Allemaal gunstige tekens? Inmiddels arriveert er een groot transport Fransen. Het buitengewoon appèl, om half twee, doet de deur dicht. Maar wat een teleurstelling….het is voor inenten. Al is het om wanhopig te worden de moed verliezen we nog niet.

    Dinsdag, 4 Juni
    Zwaar nevelig. Echte Hollandse morgen. In iets wat men cantine noemt kan men shag of cigaretten kopen. 1 pakje of doosje per tent of 400 man, per dag, zolang de voorraad strekt. Liefhebbers voor! Vanmiddag komen er opwindende berichten, gebracht door enige officieren. Binnen een week zouden we in Holland zitten? Met gemengde gevoelens worden die berichten aangenomen. Veel interesse is de laatste dagen voor bridge. Voor de meeste gaat de tijd echter zeer langzaam.

    Woensdag, 5 Juni
    De mogelijke waarheid van het bericht van gister wordt bevestigd door het inleveren van dekens en handdoeken. Morgen zou dan de dag zijn? Spoedig gaan er geruchten dat het Vrijdagmorgen wordt. Zeer officieel zegt men. Vele menen echter, dat Jansen uit de keuken, aan de verspreiding van deze berichten debet is.

    Donderdag, 6 Juni
    De meeste hebben vannacht van de kou en het vooruitzicht van vertrek, niet kunnen slapen. Zonder dekking is het ook ondoenlijk en voor het vertrek was niet nodig geweest, want vandaag gaat het al zeker niet door. Een nachtje zal er nog bijkomen, maar toch gaat het vasten vormen aannemen. Vanmiddag is het eetgerei inleveren en bij het appèl om half 5 wordt er gevraagd of we allen naar huis wilden. Zoo niet, dan kon je blijven. Nu gaan we hopelijk ons laatste bridgepartijtje spelen. Ons buiten is sinds gister tot 10 uur geopend.

    Vrijdag, 7 Juni
    Vannacht ging het beter met de kou. Voor dag en dauw waren de mannen van de aangewezen tenten in de weer, zich klaarmaken voor de grote reis. Doch……wat een ontgoocheling: half 8 wordt bekend gemaakt dat het vertrek niet doorgaat. En nu zitten en liggen bijna allen moedeloos ten neer. Het eetgerei moet weer in ontvangst genomen worden. We eten vandaag een gastmaal: havermoutpap en water gekookt met….ja echt! suiker. Jongens wat smaakte dat!! De smaak van de goede Hollandse kost is er dan bij ons toch zeker wel uit. Bij het avond appèl komt weer een hoopvol bericht. Morgenochtend 5 uur moet het eerste transport aantreden. Onze club is hier niet bij. Een uur later een extra appèl. Nu moeten weer degenen van wie het geld is afgenomen, en daar waren wij wel bij, met het eerste transport mee. Een mooier mededeling kunnen we op de late avond niet krijgen.

    Zaterdag, 8 Juni
    ’s Morgens 4 uur. ’t Lijkt wel een mierennest in het kamp. 5 uur: aantreden, indelen, brood ontvangen en afmars naar de trein. 0, het ogenblik dat we het kamp verlaten, de heerlijke vrijheid tegemoet, het is om nooit te vergeten. 10 uur: We zitten ( ja heus! ) het is bijna niet te geloven, in de trein en rijden naar Holland. Vlug gaat het niet. Kwart over 3 n.m. staan we in Maagdenburg te wachten. Het reizen gaat per goederenwagons, waarin banken zijn geplaatst. De wagons slingeren en stoten geweldig, maar het doert ons niet, want bij iedere stoot komen we dichter bij huis. Hoe zou het daar zijn? En zou er in Holland nog wat te krijgen zijn? Je hebt het idee van niet veel meer, nu ja al 4 weken als het ware op water en brood leeft. 10 uur s’ avonds passeren we Osnabrück, door luikjes en open deuren zien we dat hier en veel vernield is. Onze nieuwsgierigheid wordt afgesneden. Deuren en luikjes gaan dicht.

    Zondag, 9 Juni
    ’s Nachts half 2: In Gronau zijn we aangekomen. Nu is het wachten tot 6 uur. Dan mogen we de grens passeren. Half 6 worden we uit onze dommeling gewekt door een ruk aan de wagens en even later zijn we de grens over en zijn we in Holland! De ontvangst in Enschede is overweldigend. Direct krijgen we volop eten, drinken, roken en gelegenheid om ons op te knappen. Vooral de kappers hebben eer van hun belangeloos werk, want er zijn aardige baard-haar-mannen bij. Een verrassing is het dat we bij welwillende burgers ingekwartierd worden, hiermee schudt je alle kamp-gevoelens van je af. De gastvrijheid is in topvorm. Vandaag is ongeveer de helft vertrokken.

    Maandag 10 Juni
    Na een gewone, rustige nacht in een fris bed doorgebracht te hebben, moeten we vanmorgen 7 uur op het appèl aanwezig zijn. In afwachting op onze registratie en vertrek naar huis, gaan we heerlijk wandelen of verblijven we met genoegen in ons gastvrij kwartier. Je weet niet in wat voor wereld of je bent. Een teleurstelling is het, te moeten vernemen, dat de kaarten, in Duitsland geschreven, niet zijn thuis gekomen. 3 uur: Privé-geld, soldij en reispassen nemen we in ontvangst.

    Dinsdag 11 Juni
    De grote dag!! We gaan naar huis. 10 uur: de trein zet zich in beweging en hiermee wordt als het ware onze krijgsgevangenschap afgesloten. 2 uur: We naderen Amsterdam. Hier gaan we ieder een kant uit. We namen afscheid van elkaar, echter niet voor goed. Er is een hechte band gesmeed tussen de Rottemerooger wapenbroeders, die lief en leed zo innig gedeeld hebben. Ieder jaar, omstreeks de 10de Mei, hopen we elkaar in gezondheid weer te zien. 4 uur: Nog enkele ogenblikken en we zijn thuis!

    Definitielijst

    Infanterie
    Het voetvolk van een leger (infanterist).
    soldij
    Het loon van een militair.
    surrogaat
    Letterlijk: Vervangingsmiddel. Wegens schaarste aan grondstoffen werden tijdens WO II diverse surrogaat producten verkocht. Surrogaatkoffie is een voorbeeld van een product dat aangeboden werd i.p.v. echte koffie.

    Informatie

    Artikel door:
    Simon Ruiter
    Geplaatst op:
    09-11-2019
    Laatst gewijzigd:
    28-11-2019
    Feedback?
    Stuur het in!

    Gerelateerde bezienswaardigheden

    Gerelateerde bezienswaardigheden