Inleiding

    "Op 30 april 1945 heeft de Führer zelfmoord gepleegd en daarmee allen die hem trouw hadden gezworen in de steek gelaten. Getrouw aan het bevel van de Führer waren jullie, Duitse soldaten, bereid de strijd om Berlijn voort te zetten, hoewel jullie munitie opraakte en de totale situatie verdere tegenstand zinloos maakte. Ik gelast het onmiddellijk staken van iedere tegenstand. Elk uur dat jullie doorvechten verlengt het ontzaglijk lijden van de burgerbevolking van Berlijn en van onze gewonden. In overeenstemming met het oppercommando van de Sovjettroepen sommeer ik jullie onmiddellijk de strijd te staken. Weidling, voormalig bevelhebber van het verdedigingsgebied Berlijn"

    Bovenstaand capitulatiebevel las de commandant van het LVI. Panzerkorps en tevens Kampfkommandant von Berlin Helmuth Weidling voor op 2 mei 1945 en markeerde het einde van de uitzichtloze strijd in Berlijn. Het is ook kenmerkend voor Weidling zelf aangezien hij bij het grote publiek pas bekend is geworden door de film "Der Untergang" en dan met name om zijn rol bij de slag om Berlijn. Toch had hij hiervoor al een heel leven achter zich met een indrukwekkende militaire carrière.

    Definitielijst

    Führer
    Duits woord voor leider. Hitler was gedurende zijn machtsperiode de führer van nazi-Duitsland.

    Afbeeldingen

    Helmuth Weidling in 1943. Bron: Bundesarchiv.

    Leven en militaire carrière

    Helmuth Otto Ludwig Weidling werd geboren op 2 november 1891 in Halberstadt, in de huidige Duitse deelstaat Sachsen-Anhalt. Over zijn kinder- en jeugdjaren is relatief weinig bekend. In 1911 betrad de jonge Weidling echter de militaire wereld als Fahnenjunker en een jaar later werd hij tot Leutnant bevorderd in het Luftschiff-Bataillon, dat vanuit de lucht observeerde in hun zeppelins. Voor en tijdens de Eerste Wereldoorlog was hij artilleriewaarnemer en later batterijcommandant. Na de Duitse nederlaag in de Eerste Wereldoorlog werd hij opgenomen in de nieuwe Reichswehr, waar hij verschillende posities zou bekleden. Op 1 juni 1922 werd hij bevorderd tot Hauptmann van het 4. Artillerie-Regiment. De volgende tien jaar bleef Weidling trouw aan zijn rang totdat hij op 10 juni 1932 tot Major werd bevorderd terwijl hij sinds 1931 werkzaam was bij de Stab des Infanterieführers bij de 1.Division. Na drie jaar werd hij op 1 september 1935 tot Oberstleutnant gepromoveerd bij de Wehrmacht, het nieuwe Duitse leger dat inmiddels volop in ontwikkeling was dankzij de nazi’s.

    Bij de Wehrmacht zou Weidling een succesvolle carrière opbouwen. Op 1 maart 1938 werd hij tot Oberst gepromoveerd. Een paar maanden later, in november, werd hij commandant van het Artillerie-Regiment 56. waarmee hij deelnam aan verovering van Polen in september/oktober 1939, wat het begin van de Tweede Wereldoorlog betekende. Aansluitend werd hij commandant van het Artillerie-Regiment 20. Op 10 april 1940 werd hij benoemd tot artilleriecommandant bij het XXXX Panzerkorps waarmee hij in mei 1940 deelnam aan de verovering van Frankrijk. Met dit Panzerkorps nam hij vanaf juni 1941 deel aan Operatie Barbarossa, de veldtocht tegen de Sovjet-Unie. Enkele maanden later, op nieuwjaarsdag 1942, werd Weidling benoemd tot commandant van de 86. Infanterie-Division die behoorde tot Heeresgruppe Mitte waarmee hij dus actief bleef aan het Oostfront. Amper een maand later, op 1 februari 1942, volgde een nieuwe promotie, dit keer tot Generalmajor.

    Bij de 86. Infanterie-Division bleef Weidling tot oktober 1943 als bevelhebber en zijn eenheid vocht onder meer mee tijdens de harde strijd in Oekraïne. Inmiddels was hij op 1 januari 1943 bevorderd tot Generalleutnant. In deze rang ontving Weidling op 15 januari 1943 ook het Ritterkreuz voor zijn verdienste tijdens de winterslag bij Rzhev eind 1942, één van de vele langdurige en bloedige veldslagen aan het Oostfront. Op 20 oktober 1943, toen de Duitse krijgskansen al aan het keren waren, verliet hij de 86. Infanterie-Division om als commandant het XXXXI Panzerkorps te leiden. Dit Panzerkorps werd ook wel Gruppe Harpe genoemd naar de voorgaande bevelhebber Generalleutnant Josef Harpe en behoorde tot Heeresgruppe Mitte.

    In 1944 klom Weidling verder in de hiërarchie van de Wehrmacht toen hij op 1 januari benoemd werd tot General der Artillerie. Ook kreeg Weidling op 22 februari 1944 het Eichenlaub zum Ritterkreuz uitgereikt voor zijn leidinggevende rol tijdens de zware slag tussen Pripyat-en de Berezina in Wit-Rusland. Op 28 november 1944 ontving Weidling de Schwertern zum Ritterkreuz voor zijn verdiensten. Met het XXXXI Panzerkorps werd Weidling tijdens het Russische zomeroffensief van 1944 (operatie Bagration) bijna verpletterd door het Rode Leger en steeds verder terug naar Duitsland gedreven. Inmiddels helemaal teruggedrongen tot in het Duitse Rijk lukte het pas bij de rivier de Weichsel weer om met de resten van dit Panzerkorps enigszins weer een frontlinie te vormen.

    In april 1945 zou hij een rol spelen in de laatste dagen van het Derde Rijk in Berlijn, waar hij zelfs de laatste commandant van Berlijn zou worden. Deze laatste maanden van de Tweede Wereldoorlog vormen de periode waarin de prestaties van Weidling het meest bekend zijn geworden.

    Definitielijst

    Artillerie
    Verzamelnaam voor krijgswerktuigen waarmee men projectielen afschiet. De moderne term artillerie duidt in het algemeen geschut aan, waarvan de schootsafstanden en kalibers boven bepaalde grenzen vallen. Met artillerie duidt men ook een legeronderdeel aan dat zich voornamelijk van geschut bedient.
    Bataillon
    Maakte meestal deel uit van een Regiment en bestond meestal uit een aantal Kompanien. In theorie bestond een Bataillon uit 500 - 1.000 man.
    Eerste Wereldoorlog
    Ook wel Grote Oorlog genoemd, conflict dat ontstond na een groei van het nationalisme, militarisme en neo-kolonialisme in Europa en waarbij twee allianties elkaar bestreden gedurende een vier jaar durende strijd, die zich na een turbulent begin, geheel afspeelde in de loopgraven. De strijdende partijen waren Groot-Brittannië, Frankrijk, Rusland aan de ene kant (de Triple Entente), op den duur versterkt door o.a. Italië en de Verenigde Staten, en Duitsland, Bulgarije, Oostenrijk-Hongarije en het Ottomaanse Rijk aan de andere kant (de Centrale Mogendheden of Centralen). De strijd werd gekenmerkt door enorme aantallen slachtoffers en de inzet van vele nieuwe wapens (vlammenwerpers, vliegtuigen, gifgas, tanks). De oorlog eindigde met de onvoorwaardelijke overgave van Duitsland en zijn bondgenoten in 1918.
    Heeresgruppe
    Was de grootste Duitse grondformatie en was direct ondergeschikt aan het OKH. Bestond meestal uit een aantal Armeen met weinig andere direct ondergeschikte eenheden. Een Heeresgruppe opereerde in een groot gebied en kon een paar 100.000 man groot worden.
    Infanterie
    Het voetvolk van een leger (infanterist).
    nazi
    Afkorting voor een nationaal socialist.
    operatie Bagration
    Het zomeroffensief van het Rode Leger in 1944 in Wit-Rusland, waarbij de Duitse Legergroep Midden zo goed als vernietigd werd en het Rode Leger oprukte tot aan de poorten van Warschau.
    Regiment
    Onderdeel van een divisie. Een divisie bestaat uit een aantal regimenten. Bij de landmacht van oudsher de benaming van de grootste organieke eenheid van één wapensoort.
    Reichswehr
    Duitse leger in de tijd van de Weimarrepubliek.
    Rode Leger
    Leger van de Sovjetunie.
    Sovjet-Unie
    Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.

    Afbeeldingen

    Helmuth Weidling op het toppunt van zijn militaire carrière. Onderscheiden met het Ritterkreuz en met de rang van General der Artillerie.

    De laatste oorlogsmaanden

    Na jaren gevochten te hebben in Polen, Frankrijk en aan het Oostfront werd Helmuth Weidling op 12 april 1945 commandant van het LVI. Panzerkorps dat behoorde tot de 9.Armee van General der Infanterie Theodor Busse. De 9.Armee had tijdens de oorlog aan het Oostfront behoord tot Heeresgruppe Mitte en speelde een belangrijke rol tijdens de laatste maanden van de oorlog als verdediger van de Seelower Höhen. Tijdens deze slag probeerde het LVI.Panzerkorps met de laatste krachten de Sovjets af te stoppen. Dit ging hen in de eerste dagen niet slecht af. Alleen al op 28 maart 1945 vernietigde dit korps 150 sovjet-tanks en 132 vliegtuigen waardoor het de aanval van Kolonel-generaal Vasily I. Chuikov en zijn 8e Gardeleger en de opmars van Kolonel-generaal Mikhail Y. Katukov en zijn 1e Garde-Tankleger veranderde in een bloedige en verwarde chaos. Uiteindelijk kregen Weidling en zijn LVI.Panzerkorps de punt van de aanval te verduren en de laatste versterkingen kwamen te laat om Chuikov tegen te houden.

    Maar de carrière en het leven van Helmuth Weidling worden vooral gekenmerkt door de gebeurtenissen die zich hierna afspeelden in en rond Berlijn in april 1945. Weidling en zijn troepen werden steeds verder teruggedrongen richting Berlijn en om niet te worden omsingeld door Chuikov, die hem en zijn eenheid van de rest van de 9.Armee afsneed, verplaatste Weidling zijn troepen voortdurend. Door deze verplaatsingen verloor hij alle contact met de rest van de 9.Armee en de Führerbunker, de verblijfplaats van Adolf Hitler. Nadat Weidling op 21 april wederom zijn hoofdkwartier had verplaatst (naar Wulweide in Oost-Berlijn) en nog geen contact had gelegd met een hoger commando, kreeg hij via enkele boodschappen te horen dat Theodor Busse en Adolf Hitler hem wilden laten executeren. Theodor Busse dreigde hiermee als hij niet onmiddellijk probeerde verbinding te maken met de 9.Armee en Adolf Hitler wilde hem laten terechtstellen omdat hij zich verplaatste zonder zijn toestemming.

    In de nacht van 22 op 23 april verplaatste Weidling zijn hoofdkwartier weer (naar Rudow in het zuiden van Berlijn) en lukte het hem eindelijk om contact te leggen met het Oberkommando des Heeres (OKH) en Theodor Busse van wie hij weer de opdracht kreeg om te pogen zich bij de rest van de 9.Armee te voegen. Op het moment dat het OKH het eigen hoofdkwartier in Zossen echter noodgedwongen moest verlaten, ging ook het gerucht dat Weidling zijn hoofdkwartier weer had verplaatst naar Döberitz nabij Potsdam. Hitler was hier zo woedend over dat hij hem op 23 april wilde laten executeren wegens lafheid en verraad. Toen Weidling dit hoorde haastte hij zich naar de Führerbunker waar hij de situatie uitlegde aan twee van Hitlers naaste militairen, Chef des Generalstabes des Heeres Hans Krebs en Chefadjudant des Oberkommando der Wehrmacht Wilhelm Burgdorf. Terwijl deze verslag uitbrachten aan Hitler kreeg Weidling via zijn stafchef Theodor van Dufving te horen dat hij inmiddels vervangen zou zijn als bevelhebber van het LVI. Panzerkorps. Weidling ontstak hierop in woede en vertelde dit ook duidelijk aan Krebs en Burgdorf, die hem beloofden dit bevel terug te draaien. Maar eerst moest Weidling mee naar Adolf Hitler.

    Weidling trof een breekbare Führer die echter zichtbaar onder de indruk was van de prestaties van Weidling en hem het bevel gaf met zijn troepen in Berlijn te blijven en zich te richten op de verdediging van de oostelijke en zuidelijke verdedigingssector. ‘s Nachts slaagde Weidling erin zich met zijn troepen om te keren en terug te gaan naar Berlijn. Een dag later, op 24 april, kreeg het verhaal nog een meer bizarre wending toen Hitler Weidling terugriep naar de bunker en hem daar zelfs benoemde tot Kampfcommandant van de verdedigingszone Berlijn (met uitzondering van het gebied rond de Reichstag en de Führerbunker waar SS-Brigadeführer Wilhelm Mohnke de bevelhebber van was); en dat terwijl hij hem een dag eerder nog wilde laten executeren. Weidling zou toen hebben gezegd: "Voor hetzelfde geld had u me laten doodschieten" . Weidling had als de nieuwe commandant van Berlijn eigenlijk maar één eis en dat was dat alleen hij het bevel voerde over zijn troepen en geen inmenging zou hoeven te dulden van propagandaminister Joseph Goebbels en andere hooggeplaatste nazi’s.

    Als commandant van Berlijn had Weidling slechts weinig troepen tot zijn beschikking;. Zijn eigen LVI.Panzerkorps was aanzienlijk verzwakt en telde ongeveer 15.000 man verdeeld over 5 divisies. Van de 9.Fallschirmjäger-Division was nog maar weinig over en ook de Panzer Division Müncheberg was ernstig verzwakt door de strijd. Alleen de 20.Panzergrenadier Division was er iets beter aan toe maar hiervan had de commandant, General Major Georg Scholze zelfmoord gepleegd. De enige divisies die nog gevechtswaardig waren, waren de 11. SS-Freiwilligen Panzergrenadier Division Nordland en de 18..Panzergrenadiere Division. Weidling besloot hierop de 18.Panzergrenadiere Division in reserve te houden voor een eventuele tegenaanval. De andere formaties werden over de verschillende verdedigingssectoren verdeeld. In totaal moest Weidling Berlijn verdedigen met 45000 Wehrmacht en SS soldaten en iets meer dan 40000 man van de Volkssturm. Aan materieel hield het ook al niet over: aan bijvoorbeeld tanks waren er voor de strijd nog slechts 60 voorhanden. Met deze minimale middelen en manschappen moest Weidling het opnemen tegen een Sovjet macht van ongeveer 1,5 miljoen man. Het wekt dan ook geen verbazing dat Berlijn op 25 april al geheel omsingeld was, wat betekende dat bevoorrading van de troepen zeer lastig werd; op 26 april werden Weidling en zijn troepen voor het laatst via de lucht bevoorraad, al vielen de meeste van de voorraden in Sovjet- handen. Weidling had inmiddels allang door dat Hitler de realiteit uit het oog verloren was en geen rationele beslissingen meer kon nemen, maar hij zag het als zijn plicht om als goed officier de Führer te blijven gehoorzamen.

    Een dag later, op 26 april, moesten Weidling en zijn troepen hun hoofdkwartier alweer verplaatsten. Het gebouw aan de Hohenzollerndamm lag zwaar onder vuur en daarom verhuisden ze naar de gebouwen van het OKH in de Bendlerstrasse, waar sinds 1938 het hoofdkwartier van de Wehrmacht gehuisvest was. Maar het gedeelte waar ze hun hoofdkwartier hadden gevestigd was al snel niet meer bruikbaar door de inslag van een bom en ze verplaatsten zich daarom naar een bunker onder het oude hoofdkwartier van de Abwehr, gevestigd in de straat Tirpitzufer, slechts enkele meters van hun oude hoofdkwartier in de Bendlerstrasse. De uitzichtloze situatie waarin Weidling en zijn troepen zich bevonden werd ook zichtbaar doordat Weidling op 28 april volgens eigen zeggen nog maar 30.000 man en een handvol tanks over had, waarbij ook nog eens de munitie en het voedsel opraakte. Nadat Weidling te horen had gekregen dat delen van de 12.Armee onder leiding van General der Panzertruppe Walther Wenck contact hadden gemaakt met Generalleutnant Hellmuth Reymann en zijn Armeegruppe Spree in Potsdam, wat de kans op een uitbraak uit het centrum van Berlijn vergrootte, stelde hij Hitler een massale uitbraak voor om nog meer leed te voorkomen. Tevens wilde hij dat Hitler met hem zou meegaan. Hitler vond het plan van Weidling op papier uitstekend, maar wilde sterven aan het hoofd van zijn troepen en niet ergens als een partizaan ronddolen in de bossen.

    Op 29 april 1945 deelde Weidling mee dat de munitie op was en dat hij de laatste tanks niet meer kon laten repareren. Op 30 april rond 13:00 uur kreeg Weidling per brief zijn laatste bevel van Hitler die hem toestemming gaf tot een uitbraak, zolang er maar sprake van was dat hij aansluiting zou zoeken bij andere troepen en de strijd zou voortzetten. En als de andere troepen niet gevonden zouden worden, moest de strijd in kleine eenheden in de bossen worden voortgezet. De capitulatie van Berlijn werd echter streng verboden. Weidling begon meteen met het voorbereiden van een uitbraak. Deze plannen werden echter uitgesteld omdat Weidling zich nog diezelfde dag iets na 18:00 uur moest vervoegen in de Rijkskanselarij waar hem verteld werd over de zelfmoord van Hitler, eerder op die dag rond 15:15 uur. Weidling dacht dat de zaken nu zouden veranderen en dat hij en zijn troepen zich zouden kunnen overgeven aan de Sovjets. Partijsecretaris Martinn Bormann en Joseph Goebbels waren echter fel tegen een onvoorwaardelijke capitulatie.

    In de late avond van 30 april riep Weidling zijn commandanten bijeen om te bespreken of ze zouden proberen uit te breken of zich zouden overgeven. Ze besloten de Sovjets om een staakt het vuren en onderhandelingen te vragen. Op 1 mei ging Oberst Theodor von Dufving, de chef-staf van Weidling, naar Vasily I. Chuikov om de capitulatie aan te bieden. De Sovjet-generaal aanvaardde de algemene capitulatie. In naam van Propagandaminister Dr. Hans Fritsche, die door Hitler kort voor zijn zelfmoord tot opvolger van Goebbels was benoemd aangezien Goebbels Hitler zou opvolgen als Rijkskanselier, capituleerden de Duitsers in Berlijn. Op 2 mei om 6:00 uur gaf Weidling zich met zijn staf over en werd hij naar het hoofdkwartier van Chuikov gebracht. Weidling gaf via de radio nog bevel tot het staken van de gevechtshandelingen in Berlijn.

    Definitielijst

    Armee
    Bestond uit meestal tussen de drie en zes Korps en andere ondergeschikte of onafhankelijke eenheden. Een Armee was ondergeschikt aan een Heeresgruppe of Armeegruppe en had in theorie 60.000 - 100.000 man.
    Armeegruppe
    Bestond meestal uit twee of drie aangrenzende Armeen, mogelijk een Duitse en een Geallieerde. 1 Armee-hoofdkwartier (meestal de Duitse) werd tijdelijk de bevelhebbende van de andere Armeen. Een Armeegruppe was altijd ondergeschikt aan een Heeresgruppe. Later in de oorlog varieerde de grootte van een Armeegruppe of een Panzergruppe veel meer. Een Armeegruppe kon vanaf 1943 de grootte van een Armee of zelfs maar van een Korps hebben.
    capitulatie
    Overeenkomst tussen strijdende partijen met betrekking tot de overgave van een land of leger.
    Fallschirmjäger
    Duitse parachutisten van de Luftwaffe.
    Führer
    Duits woord voor leider. Hitler was gedurende zijn machtsperiode de führer van nazi-Duitsland.
    Heeresgruppe
    Was de grootste Duitse grondformatie en was direct ondergeschikt aan het OKH. Bestond meestal uit een aantal Armeen met weinig andere direct ondergeschikte eenheden. Een Heeresgruppe opereerde in een groot gebied en kon een paar 100.000 man groot worden.
    Infanterie
    Het voetvolk van een leger (infanterist).
    nazi
    Afkorting voor een nationaal socialist.
    Rijkskanselier
    Benaming voor het Duitse staatshoofd, vanaf 1933 tot 1945 was Hitler Rijkskanselier van Duitsland

    Afbeeldingen

    Katjoesja-raketten worden door het Rode Leger afgeschoten tijdens de Slag om Berlijn. Het is deze strijd waaraan Weidling zijn bekendheid ontleent.
    Duitse militairen leveren in Berlijn hun wapens in na hun overgave in april 1945. Bron: Bundesarchiv.
    Weidling na de overgave van zijn troepen in Berlijn.
    Na zijn overgave aan het Rode leger wordt Weidling ondervraagd door een Sovjet-officier.
    Weidling en andere Duitse generaals na hun overgave aan het Rode Leger, 2 mei 1945. Bron: World War II Database.

    Nawoord

    Zelf werd Weidling gevangengezet en naar de Sovjet-Unie gevlogen waar hij pas in 1952 werd veroordeeld tot een 25-jarige gevangenisstraf wegens het niet voortijdig beëindigen van de strijd in Berlijn. Hij stierf in de gevangenis van Vladimir ten oosten van Moskou op 17 november 1955 op 64-jarige leeftijd. Overigens na een bezoek van de West-Duitse bondskanselier Konrad Adenauer in september 1955 zouden in januari 1956, enkele maanden na het overlijden van Weidling, de laatste Duitse krijgsgevangen terugkeren naar Duitsland. Er is weinig bekend over wat er met de stoffelijke resten van Weidling is gebeurd, maar het meest waarschijnlijke is dat deze liggen begraven op een onbekende locatie ergens in Rusland.

    Als men terugkijkt op het (militaire) leven van Helmuth Weidling valt vooral zijn rol in de slag om Berlijn op. Dit kan in eerste instantie als opmerkelijk worden gezien omdat hij al streed in de Eerste Wereldoorlog en hij diende als bevelhebber van diverse Wehrmacht-eenheden gedurende de Tweede Wereldoorlog in Polen, Frankrijk en aan het Oostfront. Tevens werd hij pas tot commandant van Berlijn benoemd, op 24 april als opvolger van Generalleutnant Hellmuth Reymann, toen de straatgevechten al bezig waren. Weidling heeft dus nooit enige noemenswaardige invloed kunnen uitoefenen op de wijze waarop Berlijn verdedigd zou worden. Toch was hij diegene die het capitulatiebevel voorlas en opriep tot het staken van de gevechtshandelingen, waarmee Berlijn werd overgegeven aan de Sovjets. Wat van hem één van de sleutelfiguren in de slag om Berlijn maakte. Deze laatste dagen als commandant van Berlijn zijn hem, gezien zijn gevangenisstraf, dan ook duur komen te staan. Al lijkt hij zijn lot al aanvaard te hebben bij het accepteren van zijn functie tot commandant. Het is dan ook lastig om een oordeel te vellen over deze man, omdat er juist weinig bekend is over zijn persoonlijke gedachtegang. Het blijft dan ook de vraag of hij bijvoorbeeld een overtuigd nationaalsocialist was of een militair met passie voor zijn beroep en het land waarvoor hij tot het bittere eind wilde doorstrijden.

    Definitielijst

    Eerste Wereldoorlog
    Ook wel Grote Oorlog genoemd, conflict dat ontstond na een groei van het nationalisme, militarisme en neo-kolonialisme in Europa en waarbij twee allianties elkaar bestreden gedurende een vier jaar durende strijd, die zich na een turbulent begin, geheel afspeelde in de loopgraven. De strijdende partijen waren Groot-Brittannië, Frankrijk, Rusland aan de ene kant (de Triple Entente), op den duur versterkt door o.a. Italië en de Verenigde Staten, en Duitsland, Bulgarije, Oostenrijk-Hongarije en het Ottomaanse Rijk aan de andere kant (de Centrale Mogendheden of Centralen). De strijd werd gekenmerkt door enorme aantallen slachtoffers en de inzet van vele nieuwe wapens (vlammenwerpers, vliegtuigen, gifgas, tanks). De oorlog eindigde met de onvoorwaardelijke overgave van Duitsland en zijn bondgenoten in 1918.
    Sovjet-Unie
    Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.

    Afbeeldingen

    Gedenksteen op de muur van het huis waar Weidling op 2 mei de overgave van zijn troepen tekende. Bron: Wikimedia Commons / OTFW.

    Informatie

    Artikel door:
    Robbert Schoester
    Geplaatst op:
    28-02-2014
    Feedback?
    Stuur het in!

    Gerelateerde boeken

    Berlijn
    De val van Berlijn 1936-1945
    De Fuhrerbunker