TracesOfWar heeft uw hulp nodig! Elke euro die u bijdraagt steunt enorm in het voortbestaan van deze website. Ga naar stiwot.nl en doneer!

Inleiding

Major Airey Neave was tijdens de Tweede Wereldoorlog hoofd van de Britse Inlichtingendienst. In die functie was hij belast met het bieden van ontsnappingsmogelijkheden voor geallieerde militairen uit bezet gebied in West-Europa en daarom was hij mede verantwoordelijk voor de operaties Pegasus 1 en Pegasus 2. Volgens hem was operatie Pegasus 1 de grootste ontsnapping uit bezet gebied tijdens de Tweede Wereldoorlog. Een groep van 130 militairen (parachutisten en vliegtuigbemanningen) en 8 burgers wist in de nacht van 22 op 23 oktober 1944 de Rijn over te steken. Zowel tijdens als na de Tweede Wereldoorlog was er veel belangstelling voor deze succesvol verlopen operatie.

Dit in tegenstelling tot de ontsnappingspoging ruim een maand later onder de codenaam Pegasus 2. Deze operatie mislukte om verschillende redenen volledig. Slechts enkelen van de ruim 100 geallieerde militairen die deelnamen aan deze operatie, bereikten veilig de overkant van de Rijn. Over deze operatie was tot voor enkele jaren weinig bekend, maar het is de moeite waard om meer aandacht aan deze gebeurtenissen te geven.

Afbeeldingen

Embleem van de Britse luchtlandingstroepen; een blauwe Pegasus, bereden door Bellerophon, tegen een paarse achtergrond. Bron: www.wikipedia.org.

Voorbereiding

Op het geallieerde hoofdkwartier in Brussel werd na de mislukking van Market Garden door Major Airey Neave aan een tweede massaontsnapping gewerkt om nog meer afgesneden geallieerde militairen naar de eigen linies over te brengen. Uit verhalen van mensen die bij Pegasus 1 betrokken waren, wist hij dat er nog ongeveer 150 geallieerde militairen in bezet gebied verbleven. Zij hadden om verschillende redenen niet aan operatie Pegasus 1 deelgenomen. Zo waren er veel die door het verzet niet op tijd bereikt konden worden om deel te nemen aan Pegasus 1.

Voor de voorbereiding van Pegasus 2 stuurde Major Neave twee personen naar bezet gebied die het plaatselijke verzet moesten helpen bij de organisatie. Op 17 oktober 1944 landden ’s nachts bij Garderen de Nederlandse luitenant Abraham du Bois en zijn Belgische marconist Raymond Holvoet. Zij waren allebei speciaal uitgekozen voor deze gevaarlijke missie, omdat zij in het verleden hadden laten zien dat zij kundige en moedige militairen waren.

Abraham du Bois (schuilnaam: Martien) was tot aan zijn deelname aan deze operatie één van de ondercommandanten bij de Prinses Irene Brigade. Ook had hij deel uitgemaakt van de staf van prinses Juliana in Canada. Zowel tijdens de meidagen van 1940 als bij acties ter voorbereiding op de invasie in Normandië had hij blijk gegeven van grote moed en capaciteiten.

Raymond Holvoet was afkomstig uit het Belgische Kortrijk. Als marconist van een Belgische Special Air Service (SAS)-eenheid had hij enkele missies in bezet gebied uitgevoerd. Hij slaagde er elke keer in om weer heelhuids naar Engeland terug te keren. Hij werd echter enkele dagen na de landing, op 27 oktober 1944, door de Duitsers gearresteerd. Hij zat op verschillende plaatsen gevangen en werd op 10 april 1945 in opdracht van de SD geëxecuteerd bij de IJsselbrug in Zwolle.

Martien stond er dus na enkele dagen alleen voor. Samen met het plaatselijke verzet moest hij proberen om Pegasus 2 ook tot een groot succes te maken. Dat dit moeilijker zou zijn dan bij Pegasus 1 stond al bij voorbaat vast. Bij de vorige operatie had het plaatselijke verzet het geluk dat de massaontsnapping samenviel met de gedwongen evacuatie van het dorp Bennekom. De Duitsers konden toen onmogelijk de grote vervoersstromen controleren, waardoor de geallieerde militairen ongezien de verzamelplaats konden bereiken.

De Duitsers, die ontzettend verbolgen waren over het feit dat zoveel geallieerden onder hun ogen ontsnapt waren, namen drastische maatregelen om een tweede ontsnapping te voorkomen. Zij ontruimden de noordelijke Rijnoever tot een diepte van ongeveer 10 kilometer, zodat er in dat gebied geen burgers mochten komen. Een goede verkenning van het gebied was daarom extra gevaarlijk. Ook was de afstand die moest worden afgelegd tussen de verzamelplaats en het oversteekpunt veel groter dan bij Pegasus 1 op 22 oktober. Dat hield in dat ongeveer 100 geallieerde militairen minimaal een volledige dag in de open lucht zouden moesten verblijven, wat de kans op ontdekking nog groter maakte.

Het was de bedoeling bij deze operatie op een andere plaats de Rijn over te steken. Er werd gekozen voor een plek bij het Heterense Veer. Via een telefoonlijn van het verzet werd er door Abraham du Bois druk overlegd met het hoofdkwartier van het British Second Army in het reeds bevrijde Nijmegen. Vanuit het hoofdkwartier werd doorgegeven dat de crossing plaats kon vinden in de nacht van 17 op 18 november of de twee daaropvolgende nachten. Alles zou tijdens die drie nachten op de zuidelijke oever klaar staan voor de massaontsnapping. Vanaf de noordkant zou men drie keer met een groen licht moeten seinen. Daarop zouden Canadese soldaten met stormboten naar de overkant komen om de vluchtelingen op te pikken. De Britse artillerie zou dekkingsvuur geven om de Duitsers op afstand te houden.

Definitielijst

artillerie
Verzamelnaam voor krijgswerktuigen waarmee men projectielen afschiet. De moderne term artillerie duidt in het algemeen geschut aan, waarvan de schootsafstanden en kalibers boven bepaalde grenzen vallen. Met artillerie duidt men ook een legeronderdeel aan dat zich voornamelijk van geschut bedient.
geallieerden
Verzamelnaam voor de landen / strijdkrachten die vochten tegen Nazi-Duitsland, Italië en Japan gedurende WO 2.
invasie
Gewapende inval.

Afbeeldingen

Raymond Andre Holvoet. Bron: www.specialforcesroh.com.

Uitvoering

De afstand van de eerste verzamelplaats naar het overzetpunt was ongeveer 20 kilometer en daarom rekende men twee dagen voor de gehele operatie. Op 16 november gingen de eerste groepjes al via sluipwegen naar het eerste verzamelpunt. Deze verzamelplaats bestond uit een aantal lege kippenhokken achter de boerderij van de familie Wolfswinkel aan de Meulunterse weg in Lunteren. Op de avond van 17 november waren daar 75 geallieerde militairen en 5 gidsen verzameld.

Major Hughes Maguire, een inlichtingenofficier van de 1st British Airborne Division, werd een dag van tevoren aangewezen als leider van de tocht, terwijl de ontsnappingsroute en de verdeling van de wapens over de groep door Abraham du Bois gemaakt was. De afstand van het verzamelpunt tot het oversteekpunt bij het Heterense Veer was te groot om in één nacht te overbruggen. Daarom zou men zich noodgedwongen overdag schuilhouden in een bosperceel grenzend aan het landgoed Het Wekeromse Zand. Dit was een gevaarlijk gebied, waar regelmatig door de Duitsers gepatrouilleerd werd.

Tegen de orders van Du Bois in maakte Maguire de volgende indeling. Hijzelf zou de kopgroep aanvoeren, bij die kopgroep waren slechts zes bewapende militairen. Daarna volgde de hoofdmacht (voornamelijk hospitaalsoldaten en piloten) die geen gevechtstraining op de grond hadden gekregen. Deze hoofdmacht stond onder leiding van de legerartsen Allenby en Longland. De achterhoede, beter bekend als de fighting group, stond onder leiding van Major John Sacheverrel A' Deane Coke. De leden van de achterhoede hadden 44 stenguns bij zich. Deze ongelijke verdeling kwam voort uit de visie van Maguire: hij wilde namelijk zonder gebruik van wapens de rivier bereiken. Als de Duitsers toch achter de geallieerde ontsnappers aan zouden komen, zou de achterhoede hen tegen kunnen houden. Dit zouden zij moeten doen totdat het beschermende dekkingsvuur van de zuidelijke Rijnoever die taak over zou nemen.

Om vier uur ’s ochtends op 18 november vertrok de gehele stoet voor het eerste gedeelte van de massaontsnapping. Na een moeilijke en natte tocht werd het bosperceel op het landgoed Het Wekeromse Zand zonder ongelukken bereikt. Het was behoorlijk koud en daarom kreeg elke deelnemer een glas rum om zich warm te houden. Energietabletten moesten ingeleverd worden bij de legerartsen, zodat die uitgereikt konden worden aan mannen die oververmoeid zouden raken. Abraham du Bois, die het eerste gedeelte van de route ook meegegaan was, deelde mee dat in de loop van de avond nog ongeveer 20 geallieerde militairen zich bij Westerrode ten noorden van Ede aan zouden sluiten. Voordat Du Bois vertrok, benadrukte hij nog eens dat men echt oostelijk van de boerderij de Heibloem moest blijven. Als zij dit niet deden, zou de stoet te dicht langs de Duitse stellingen komen.

Om vijf uur ’s avonds vertrok men van Het Wekeromse Zand om nu in één keer naar de rivier te trekken. Rond negen uur ’s avonds kwam de groep bij Westerrode en toen liepen zij al twee uur achter op het schema. Maguire had geen tijd om op de 20 militairen die nog moesten komen, te blijven wachten. Maguire was namelijk bang dat hij anders te laat bij de Rijn zou komen.

Onder leiding van Maguire trok de groep verder over de door Du Bois uitgestippelde ontsnappingsroute. Het tempo was laag, omdat er steeds gestopt moest worden om te voorkomen dat de geallieerde militairen elkaar kwijt zouden raken. Na enige tijd kwam het tot een discussie over een mogelijk kortere route. Eén van de gidsen protesteerde hiertegen, maar Maguire zette door. Op zijn bevel liep de groep ontsnappers in de richting van de boerderij de Heibloem. Daarbij stuitten zij op een Duitse artillerieopstelling, bestaande uit drie batterijen verdragende kanonnen, waar een heel alerte schildwacht direct alarm sloeg. Op zijn roep wie daar was, reageerde niemand en er gebeurde verder niets. Maguire besloot verder te trekken, maar merkte niet dat alleen de kopgroep hem volgde. De rest van de groep bleef namelijk in dekking liggen.

Toen men eenmaal op de Heibloemlaan was, besloot Maguire het aantal deelnemers te tellen en toen kwam hij tot de ontdekking dat er maar 30 mannen bij hem waren. Op een open plek werd even gerust en ondertussen ging Maguire terug om te kijken waar de achterhoede bleef. Hun voorman, Major John S. A. Coke, was op zoek naar de voorhoede en zo kwamen deze twee officieren elkaar tegen. Maguire vertelde hem waar de kopgroep was en beval hem om zich binnen tien minuten met zijn achterblijvers aan te sluiten. Maguire voegde zich vervolgens weer bij de voorhoede op de Heibloemlaan. Na tien minuten vergeefs gewacht te hebben, trok Maguire met de 30 man verder. Major Coke bereikte wel de achterhoede, maar werd later in een vuurgevecht met een Duitser gedood.

Ondertussen was de voorhoede aan het eind van de Heibloemlaan gekomen met voor zich de straatweg van Ede naar Arnhem. Die weg leek rustig en er waren ook geen Duitsers te zien. Maar toen er enkelen aan de overkant van de weg kwamen, barstte er hevig machinegeweervuur los. Ook werd het gehele gebied verlicht door afgeschoten lichtkogels. De geschrokken ontsnappers vluchtten in paniek alle kanten op en verscholen zich in het dichte bos. Het hele verband van de colonne was verloren gegaan en kleine groepjes trokken op eigen initiatief verder of zochten een goede schuilplaats. Van de ongeveer 100 militairen die deelnamen aan Pegasus 2, lukte het slechts 7 mannen om de oversteek te maken. Ongeveer 30 mannen werden gevangengenomen en circa 50 mannen ontsnapten uit Duitse handen.

Nasleep

Ook voor Abraham du Bois liep Pegasus 2 slecht af. Eind november 1944 kwam hij in contact met een Nederlandse SD-officier die op zijn hand was. Deze officier bleek bereid om de marconist en vriend van Du Bois, Raymond Holvoet, tegen een groot bedrag te behandelen als een krijgsgevangene en niet als een spion. Dit betekende dat Holvoet tot het einde van de oorlog in een krijgsgevangenenkamp zou blijven en zo meer kans zou hebben om de oorlog te overleven. Du Bois moest een keuze maken tussen zijn wantrouwen en het leven van zijn vriend dat in zijn handen lag, zo had de SD-officier hem verteld. Ondanks waarschuwingen van verzetsmensen, sprak hij af met deze SD’er. Deze zogenaamde officier was echter de beruchte collaborateur en infiltrant Johnny den Droog die al veel verzetsmensen verraden had.

Gedreven door zijn grote vriendschap voor Holvoet liet Du Bois zich naar de boerderij Westerwetering in de buurt van Ede lokken. Daar zou zogenaamd onderhandeld worden over de prijs. Toen Du Bois net binnen was, werd de boerderij omsingeld door Duitsers. Du Bois probeerde via de achterdeur te ontsnappen, waarbij hij door twee kogels in zijn been werd getroffen. Na een wilde worsteling werd hij gearresteerd. Het verzet heeft nog plannen gemaakt om hem te bevrijden, maar door de scherpe bewaking zou dat gelijk staan aan zelfmoord. Op 8 maart 1945 werd Abraham du Bois, met vele anderen, bij de Woeste Hoeve geëxecuteerd.

Na de oorlog werden er verschillende redenen gezocht en gevonden voor het mislukken van operatie Pegasus 2. Zo zou de conditie van de deelnemers niet goed genoeg zijn geweest voor zo’n nachtelijke tocht. Ook zou de veel grote afstand een rol gespeeld hebben. Daarnaast zou er teveel lawaai gemaakt zijn. Tot slot was het ook ongunstig dat Maguire de leiding nam; hij week namelijk bewust af van de door Du Bois uitgestippelde route. Ook had hij de opstelling van de groep veranderd, waardoor er minder snel dekkingsvuur gegeven kon worden. Samenvattend kan operatie Pegasus 2 door de hierboven beschreven ongelukkige samenloop van verschillende omstandigheden als een volledige mislukking worden beschouwd.

Afbeeldingen

Abraham du Bois. Bron: http://www.prinsesirenebrigade.nl.

Informatie

Artikel door:
David Izelaar
Geplaatst op:
12-04-2012
Laatst gewijzigd:
21-11-2013
Feedback?
Stuur het in!

Gerelateerde thema's

Gerelateerde bezienswaardigheden

Gerelateerde personen

Gerelateerde boeken

Arnhem, ooggetuigenverslagen van de slag om Arnhem
Operatie Pegasus
Luchtalarm op de Veluwe