TracesOfWar heeft uw hulp nodig! Elke euro die u bijdraagt steunt enorm in het voortbestaan van deze website. Ga naar stiwot.nl en doneer!

Inleiding

In september 1939 viel het Duitse leger Polen binnen. De Polen waren niet opgewassen tegen de Duitse aanvalskracht en moesten zich voortdurend terugtrekken. Ze vernietigden op hun terugweg zoveel mogelijk bruggen om de opmars van de Wehrmacht te vertragen. Zo bliezen ze ook de brug over de Sola in Oswiecim op. Hun pogingen waren tevergeefs, want de Duitse troepen bleven ongenaakbaar oprukken. Eind september werd Oswiecim veroverd. De synagoge werd platgebrand, maar zou in 1941 weer opgebouwd worden. In oktober 1939 werden enkele delen van Polen, waaronder Oswiecim en omgeving, bij het Derde Rijk aangehecht. De naam veranderde in Auschwitz. Het tot nog toe onbekende stadje zou in de komende jaren een rol spelen die jaren na datum nog gevoelens van verschrikking zou oproepen.

Definitielijst

synagoge
Joods gebedshuis.

Afbeeldingen

Locatie van Auschwitz en andere kampen van de nazi's in Polen. Bron: Marcel Kuster, TracesOfWar.

Konzentrationslager Auschwitz

Konzentrationslager Auschwitz I
Op 21 februari kreeg Reichsführer-SS Heinrich Himmler de melding dat er in Auschwitz lege Poolse legerkazernes ter beschikking stonden. Dat leek de inspecteur van de concentratiekampen, SS-Oberführer Richard Glücks, en Erich von dem Bach-Zelewski, de Höhere SS- und Polizeiführer van Silezië, een geschikte plaats om een concentratiekamp op te richten. Rudolf Höss, commandant van het KL Sachsenhausen, bezocht de kazernes en gaf een positief oordeel. Er was heel wat plaats: twintig gebouwen, waarvan veertien met één verdieping en zes met twee verdiepingen. Ze waren een stuk buiten de stadskern gelegen, zodat uitbreiding geen probleem was en het kamp afgeschermd lag van nieuwsgierige blikken. Dankzij de goede spoorverbindingen en de centrale ligging in het door Duitsland veroverde Europa konden gevangenen uit het hele Rijk gemakkelijk naar deze plaats worden getransporteerd.

Op basis van Höss’ rapporten gaf Himmler op 27 april 1940 het bevel er een kamp op te richten. De bouw van het kamp was nodig, omdat de gevangenissen in Silezië allemaal overvol zaten. Bovendien zouden er nog veel arrestaties volgen onder de bevolking in Silezië en de Poolse gebieden die binnen het het Generalgouvernement vielen. Het nieuwe concentratiekamp had aanvankelijk als taak bij te dragen tot de “Germanisering van het Oosten”. De gevangenen moesten de zompige gebieden rond het kamp omzetten in vruchtbare akkers, waar Duitse kolonisten zich zouden kunnen vestigen.

Rudolf Höss werd op 4 mei 1940 tot de eerste kampcommandant benoemd. Hij moest het kamp opbouwen tot “een ordelijk concentratiekamp”. Ter herinnering aan zijn leerschool in Dachau liet hij op de toegangspoorten de spreuk “Arbeit Macht Frei” plaatsen. Toch was het niet de bedoeling van Höss om van Auschwitz een tweede Dachau te maken. De kijk op Joden en andere "ongewenste bevolkingsgroepen" in de nazi-samenleving was inmiddels veranderd en hierdoor had Höss een andere kijk op zijn gevangenen dan zijn leermeester Eicke. Voor Eicke waren zijn gevangenen vijanden van volk en staat, maar Höss ging een stap verder door zijn gevangenen te bestempelen als schadelijke elementen binnen de Duitse samenleving. Het beleid van Höss was veel meer gericht op eliminatie. De uitroeiing van deze schadelijke elementen was precies het uiteindelijke doel dat Himmler met Auschwitz voor ogen had.

De eerste dertig gevangenen kwamen op 20 mei 1940 aan. Het waren stuk voor stuk criminelen, die uit Sachsenhausen afkomstig waren. In het kader van Höss’ “verdeel en heers”-motto werden ze in Auschwitz ingezet als bewakers oftewel kapo's. Zij hoefden zelf geen arbeid te verrichten, maar moesten toezicht houden op de arbeid van de andere gevangenen. Vaak traden ze wreder op tegen hun medegevangenen dan de SS-bewakers, omdat zij door hun werkzaamheden als bewaker bepaalde privileges kregen en misschien zelfs hun leven konden verlengen. Höss slaagde erin om in Auschwitz een wreed kampregime in te stellen waarin ook slachtoffers regelmatig daders waren. Drie weken later, op 14 juni 1940, arriveerde het eerste transport Poolse gevangenen. Het waren politici, verzetsstrijders, geestelijken en Joden. De rechterhand van Höss, Karl Fritzsch, maakt de eerste gevangenen van Auschwitz duidelijk dat ze het kamp niet zouden verlaten, tenzij via de schoorsteen.

Intussen was de firma Topf und Söhne de bouw begonnen van de eerste verbrandingsoven. Hiermee moesten de verwachte grote aantallen lijken in een snel tempo kunnen weggewerkt worden. Eind juli 1940 was de oven klaar en konden de crematies beginnen. Dagelijks konden tot zeventig lijken verbrand worden. Dat was nodig, want het aantal gevangenen (en bijgevolg het aantal doden) begon steeds sterker te stijgen. In 1941 werden nog twee dubbeldeursovens geïnstalleerd. Gelijktijdig werd het kamp uitgebreid: alle lage gebouwen kregen er een verdieping bij en er werden acht nieuwe gebouwen neergezet. Ook de blokken 10 en 11, samen het beruchte dodenblok, werd onder handen genomen.

De gevangenen werden hard aan het werk gezet: het was niet de bedoeling dat iemand levend Auschwitz zou verlaten. Ze moesten diepe sloten rond het kampterrein uitgraven, zodat niemand ongezien het kamp kon verlaten. Terwijl de gevangenen aan het werk waren, werden ze vaak geschopt en geslagen. Wie viel of het tempo niet kon volgen, werd doodgeschoten. Ook het dodenblok eiste heel wat slachtoffers. In blok 11 was de kampgevangenis gevestigd. Wie bijvoorbeeld betrapt werd op stelen, kwam hier terecht. Gewoon Jood of priester zijn, was echter ook al voldoende. Typisch voor deze gevangenis waren de sta-cellen: in een ruimte niet groter dan een telefooncel werden er drie tot vier mensen samengezet. Zitten of zelfs maar hurken was onmogelijk. Het was er ijskoud en vele gevangenen stierven er door bevriezing. Degene die de sta-cel overleefden, werden meestal geëxecuteerd voor de muur tussen blok 10 en 11.

In blok 11 vonden ook de eerste vergassingen plaats. De executies en ophangingen volstonden niet langer. De SS zocht naar snellere manieren om de gevangenen uit te roeien. Bovendien was het voortdurend executeren psychisch erg belastend voor de uitvoerders. Er was behoefte aan een meer industriële manier van moorden. Daarom werd in september 1941 een experiment gehouden om mensen met Zyklon B te vergassen. 600 Sovjetkrijgsgevangenen en 250 Poolse zieken waren de slachtoffers. Het experiment was een succes. Toch bleek blok 11 niet geschikt als gaskamer. Het duurde dagen eer de kamer gelucht was. Daarom werden de vergassingen voortgezet in de grootste ruimte van het crematorium, dat over een beter ontluchtingssysteem beschikte. Zodra het tweede kamp in Auschwitz, Birkenau, over zijn twee gaskamers beschikte, werd het aantal vergassingen in Auschwitz I geleidelijk aan afgebouwd.

Ondanks de doden die het kamp vanaf de beginmaanden maakte, werden er in de beginperiode enkele honderden gevangenen vrijgelaten. Waarom zij juist werden uitverkoren, was niet altijd duidelijk, hoewel internationale druk (o.m. vanuit het Rode Kruis) zeker meespeelde.

Definitielijst

Generalgouvernement
Dat deel van het Poolse gebied dat sinds september 1939 door de Duitsers was bezet. Was een autonoom deel van Grossdeutschland. In augustus 1941 werd Oost-Galicië aan het Generalgouvernement toegevoegd. Het werd door uitsluitend Duitsers bestuurd onder leiding van Generalgouverneur Hans Frank. Het zou uiteindelijk een volwaardige Duitse provincie moeten worden bevolkt door Duitse kolonisten.
kapo
Een Kapo was een gevangene in een concentratiekamp van nazi-Duitsland in de Tweede Wereldoorlog, die als taak had op de andere gevangenen toe te zien. Een Kapo moest voor de SS het werk van de gevangenen begeleiden en hij was verantwoordelijk voor hun resultaten.
nazi
Afkorting voor een nationaal socialist.

Afbeeldingen

De bekende toegangspoort van Auschwitz I (1945) Bron: Staatsmuseum Auschwitz-Birkenau.
Rudolf Höss, de kampcommandant van Auschwitz Bron: Publiek domein.
Blok 10, waar de kampgevangenis was gevestigd Bron: Staatsmuseum Auschwitz-Birkenau.
De muur waar de gevangenen werden geëxecuteerd lag tussen Blok 10 en Blok 11 Bron: Felix Dalberger.
In Blok 11 vonden de eerste vergassingen plaats. Bron: Staatsmuseum Auschwitz-Birkenau.

De Endlösung

IG Farben
Eind 1940 werd het duidelijk dat de oorlog lang niet voorbij was. Groot-Brittannië was niet ingenomen en weigerde de kant van Duitsland te kiezen. In deze omstandigheden zag chemieconcern IG Farben de noodzaak in om zich te concentreren op het produceren van synthetische rubber en synthetische benzine. Die producten moesten het tekort aan grondstoffen waarmee het Derde Rijk te kampen had, compenseren. Daarom ging Otto Ambros, directeur bij IG Farben, op zoek naar een geschikte plaats in het oosten om een fabriek op te richten. Dergelijk productieproces had behoefte aan kalk, water en steenkool. Bovendien moest er een goed transportnetwerk en voldoende arbeidskracht aanwezig zijn. Dat alles vond Ambros in de buurt van Auschwitz. Toch was de aanwezigheid van het kamp niet onmiddellijk een aantrekkingspool. Ambros rekende veeleer op etnische Duitsers als arbeidskrachten.

Toch was de vestiging van de IG Farben-fabriek van belang voor Auschwitz. Heinrich Himmler bezocht het kamp in maart 1941. Hij beval om de populatie op te drijven van 10.000 tot 30.000. Zij moesten helpen bij de bouw van de nieuwe fabriek. Dit alles paste in een groter kader: Himmler had namelijk grootse plannen met Auschwitz en omgeving. Er werden plannen gemaakt voor een nieuwe Duitse stad, waar zo’n 40.000 Duitsers konden ondergebracht worden.

Ook Höss zag voordelen in de vestiging van IG Farben. Tot dan werd de kampcommandant geconfronteerd met een chronisch tekort aan materialen om de uitbreiding van het kamp te realiseren. Höss stelde dat wanneer IG Farben hielp "de uitbreiding van het kamp te versnellen" dat "in het belang van het bedrijf was, omdat zo voldoende gevangenen ingezet konden worden". Tijdens een vergadering op 27 maart 1941 maakten vertegenwoordigers van IG Farben en Höss afspraken over de betaling voor de geleverde arbeid en arbeidskrachten. Zo zou het bedrijf 3 Reichsmark per dag betalen voor een ongeschoolde en 4 Reichsmark voor een geschoolde arbeider. Ook werd een overeenkomst bereikt over de prijs die IG Farben zou betalen per kubieke meter grint die de gevangenen uit de rivier Sola haalden.

De Endlösung
De indrukwekkende plannen van Himmler en IG Farben met betrekking tot Auschwitz werden overschaduwd door de "definitieve oplossing van het Jodenvraagstuk". Bij een ontmoeting met Himmler in Berlijn, kreeg Höss te horen wat de plannen van Adolf Hitler met de Joden waren: "De Joden zijn de eeuwige vijand van het Duitse volk en moeten worden vernietigd. Alle Joden die zich binnen ons bereik bevinden moeten tijdens de oorlog zonder uitzondering vernietigd worden." Omwille van de goede ligging had Himmler Auschwitz uitgekozen om deel uit te maken van die plannen. Höss zou later de preciezere instructies krijgen.

Intussen moest Höss een nieuw kamp oprichten. Himmler wilde dit tweede kamp gebruiken voor de eindoplossing van de Joodse kwestie die Hitler hem bevolen had. Eén van Himmlers belangrijkste uitvoerders van de holocaust, Adolf Eichmann, zou Höss spoedig op de hoogte brengen van de verdere details over de uitvoering van deze opdracht, maar het was Höss inmiddels duidelijk dat de eindoplossing gericht was op de uitroeiing van het Joodse volk. Deze uitroeiing was op relatief kleine schaal begonnen, onder andere in de verschillende concentratiekampen en door de Einsatzgruppen die in door Duitsland veroverde gebieden massa-executies uitvoerden op Joden en andere ‘vijanden’ van de nazi’s.

Op 20 januari 1942 vond in Berlijn de Wannseeconferentie plaats. Diverse hoge nazi-ambtenaren en SS'ers bespraken de praktische en logistieke uitvoering van de Endlösung. De leiding van de vergadering berustte bij Reinhard Heydrich, terwijl Adolf Eichmann de notulen maakte. Hij werd uiteindelijk verantwoordelijk voor de organisatie van de dodentreinen. Op 26 maart 1942 kwam het eerste door Eichmann georganiseerde transport in Auschwitz aan. Het ging om vele Slowaakse Jodinnen: zij werden ondergebracht in de barakken waar voorheen de Sovjetkrijgsgevangenen waren opgesloten. Meer nog, deze eerste vrouwen in Auschwitz moesten zelfs de uniformen van de vermoorde Sovjets aantrekken.

Definitielijst

Endlösung
Eufemistische term, letterlijk eindoplossing, waarbij met oplossing bedoeld werd de oplossing voor het Jodenprobleem zoals dat door de nationaal-socialisten was geconstateerd. De Endlösung zou uiteindelijk vorm krijgen in de pogingen van de nazi's om het gehele Joodse volk in Europa uit te roeien in speciaal daarvoor ingerichte vernietigingskampen.
holocaust
Aanduiding voor de vernietiging van het Europese Jodendom door de nazi's. Holokauston is de Griekse benaming voor een geheel verbrande offergave.
nazi
Afkorting voor een nationaal socialist.

Afbeeldingen

De gebouwen van IG Farben
Otto Ambros tijdens het IG Farben-proces
De villa waarin de Wannseeconferentie doorging

Auschwitz II en Auschwitz III

Auschwitz II: Birkenau
Ondanks de eerste (provisorische) gaskamers en grotere verbrandingsovens volstond deze vernietigingscapaciteit voor de nazi’s niet. Auschwitz moest worden uitgebreid, zeker nu het een belangrijke rol in de Endlösung zou moeten spelen. In september 1941 werden de plannen getekend en korte tijd later werd begonnen met de bouw van een nieuw kamp nabij Brezezinka (Birkenau). Dat dorpje was in juli 1941 al ontruimd en de bewoners naar elders getransporteerd.

De verantwoordelijkheid voor het ontwerp en de bouw van het nieuwe kamp lag bij SS-Hauptsturmführer Karl Bischoff en architect Fritz Ertl. De plannen maakten al duidelijk dat het niet de bedoeling was dat iemand levend het kamp zou verlaten. Aanvankelijk zouden in elke woonbarak 550 gevangenen ondergebracht worden. Dat was ongeveer een derde van de ruimte die in het gemiddelde concentratiekamp was voorzien. Dat volstond blijkbaar nog niet, want in een handgeschreven wijziging werd het aantal Häftlinge (gevangenen) per barak opgetrokken tot 744. Zoveel mogelijk mensen zouden op zo weinig mogelijk plaats worden samengepropt.

De bouw van het kamp Birkenau (Auschwitz II) werd uitgevoerd door de gevangenen zelf. Met dat doel voor ogen werden tienduizend Sovjetkrijgsgevangenen naar Auschwitz gebracht. Nog geen jaar later waren er nog nauwelijks enkele honderden van hen in leven. De Sovjets werden als eerste Häftlinge getatoeëerd met hun gevangenenummer. Dit nummer moest het identificeren van de doden vergemakkelijken. De eerste tatoeages werden niet op de arm gezet, maar met lange naalden in de borst gestoken, waarna de wond met inkt werd ingewreven. Nadat de Sovjets de huizen van het dorpje hadden afgebroken, werd met de bouw van het kamp zelf gestart.

Net buiten het nieuwe kampterrein, dat zo’n 175 ha groot was en meer dan 300 barakken omvatte, stonden twee mooie boerderijen omgeven door fruitbomen en hagen. Bunker I en II zoals deze gebouwen werden genoemd, waren eind juni 1941 gebruiksklaar. Op de deuren hingen de opschriften “Naar de desinfectie” en “Naar het waslokaal”. Op die manier werden de Joden tot het laatst misleid. Onmiddellijk na hun aankomst werden nieuwe gevangenen opgedeeld in twee groepen: degene die in staat waren om te werken en degene die dat niet waren. De "onproductieve" Joden werden zoveel mogelijk direct vergast. De bewakers overtuigden hen ervan dat het betreden van deze gebouwen onderdeel vormden van de procedure. Het desinfecteren en wassen was nodig om te vermijden dat epidemieën in het kamp zouden uitbreken. De gevangenen moesten zich uitkleden, waarna ze de gebouwen binnengingen. Via kokers op het dak werden de Zyklon B-korrels de ruimtes binnengegooid. Korte tijd later was de vergassing voorbij. Deze nieuwe moordmethode had heel wat voordelen: het gebeurde snel en massaal, de gevangenen gingen zelf rustig de zogenaamde was- en desinfectieruimtes binnen; het was minder belastend voor de bewakers. De echte systematische selectie van nieuwe gevangenen begon pas vanaf juli 1942, hoewel daarvoor ook periodiek al selecties werden gehouden. De selecties werden gehouden door de kampartsen.

Een belangrijk verschil tussen Auschwitz I en Birkenau was dat de gaskamers in Birkenau echt buiten het kamp waren gelegen. Op die manier werd het gewone kampleven niet gestoord. De gaskamer annex crematorium van Auschwitz I lag midden het kamp. Om het gegil te overstemmen werden twee stationair draaiende motoren gebruikt. Het geluid dat uit de gaskamers kwam, werd echter nooit volledig overstemd, zodat het moorden niet voor de andere gevangenen verborgen kon gehouden worden. Dat was ook één van de redenen waarom de vergassingen in Auschwitz I geleidelijk aan werden afgebouwd, zodra de gaskamers in Birkenau klaar waren.

Het aantal vergassingen nam dankzij de nieuwe gaskamers sterk toe, zodat de SS met een nieuw probleem werd geconfronteerd: crematorium I kon de verwerking van de vele doden niet volgen. Daarom werden de lijken aanvankelijk in massagraven gestort, hetgeen echter niet zonder gevolgen bleef. Eigenaars van nabijgelegen viskwekerijen klaagden dat ze met een grote sterfte in hun vijvers te kampen kregen. Onderzoek wees uit dat de vele lijken het grondwater zodanig vervuilden dat vissen ervan stierven. Om dit probleem te verhelpen werden de vergaste gevangenen vanaf september 1942 in enorme open kuilen verbrand, wat dan weer een enorme stank meebracht die kilometers ver te ruiken was. Het was duidelijk dat dit slechts een tijdelijke oplossing kon zijn.

Op 30 september 1942 werd Höss beloond voor zijn “werk” en gepromoveerd tot SS-Obersturmbannführer. Auschwitz II was inmiddels volledig omgebouwd tot vernietigingskamp. Om het verwerken van de lichamen sneller te laten verlopen, werden nog meer crematoria gebouwd. Tussen 22 maart en 25 juli 1943 werden de crematoria II, III, IV en V in dienst genomen. In deze nieuwe gebouwen werden meteen gaskamers gebouwd, zodat het moorden nog efficiënter kon verlopen. Dankzij de nieuwe gaskamers was het niet langer nodig de omgebouwde boerderijen (Bunker I en II) te gebruiken.

De nazi’s vonden steeds efficiëntere methoden om de lichamen te verbranden. Samen met de technici van de firma Topf und Söhne, die de ovens had gebouwd, ontdekten ze de “Express-Methode”. Zo konden ze drie lichamen tegelijk in één oven verbranden. Bovendien ontdekten ze dat de verbranding beter verliep, wanneer één van de lichamen beter geconserveerd was. In zo’n lichaam was meer vet aanwezig, wat de verbranding verbeterde en dus brandstof bespaarde.

Auschwitz III: Monowitz
In totaal telde Auschwitz ongeveer veertig subkampen, waar de gevangenen als slaven werden ingezet. Het grootste subkamp was Buna (Monowitz), dat op zes kilometer van Auschwitz I was gevestigd. Het telde zo’n tienduizend arbeiders. De bekendste gevangenen waren Elie Wiesel en Primo Levi. De nabijgelegen fabriek, gebouwd door gevangenen van Auschwitz voor IG Farben, diende voor de productie van synthetische rubber en benzine en was operationeel vanaf 1942. Toch heeft het bedrijf in die jaren helemaal geen synthetische rubber geproduceerd. Vanaf november 1943 vormde Monowitz officieel een aparte administratie en werd zo het derde deel van Auschwitz.

Van de tienduizend arbeiders die er werkten, stierf een groot deel aan de zware slavenarbeid, ernstige mishandelingen en honger. Toch hadden de mensen die hier werkten een grotere overlevingskans, simpelweg omwille van het feit dat ze nog konden werken. Degene die het tempo niet meer aankonden en/of ziek werden, kwamen zonder pardon in de gaskamers terecht. Om de zwakken eruit te halen werden geregeld selecties gehouden. Zoals gezegd was de chemische concern IG Farben - dat meer dan 700 miljoen Reichsmark in deze fabriek investeerde - er aanwezig, samen met een cementfabriek, kolenmijn, schoenenfabriek en een wapenindustrie. Heel wat Auschwitz-gevangenen werden ingezet op enorme boerderijen, waaronder die van Rasjko waar landbouwexperimenten werden uitgevoerd.

Het kamp bleef in werking tot één week voor de Sovjets het bevrijdden. Op dat moment waren de gevangenen die nog konden lopen geëvacueerd naar andere kampen dichter bij Duitsland. De zieken en zwakken werden achtergelaten.

Definitielijst

Endlösung
Eufemistische term, letterlijk eindoplossing, waarbij met oplossing bedoeld werd de oplossing voor het Jodenprobleem zoals dat door de nationaal-socialisten was geconstateerd. De Endlösung zou uiteindelijk vorm krijgen in de pogingen van de nazi's om het gehele Joodse volk in Europa uit te roeien in speciaal daarvoor ingerichte vernietigingskampen.
nazi
Afkorting voor een nationaal socialist.
vernietigingskamp
Kamp waar tijdens de Tweede Wereldoorlog grote groepen mensen (voornamelijk Joden en zigeuners) door de SS werden geliquideerd door middel van vergassing. Auschwitz, Treblinka en Majdanek zijn drie voorbeelden van vernietigingskampen.

Afbeeldingen

Birkenau: eindstation voor honderdduizenden mensen Bron: Felix Dalberger.
Gaskamer en crematorium III Bron: Staatsmuseum Auschwitz-Birkenau.
Gaskamer en crematorium IV Bron: Staatsmuseum Auschwitz-Birkenau.
Gaskamer en crematorium V Bron: Staatsmuseum Auschwitz-Birkenau.
Monowitz: het derde deel van Auschwitz Bron: Staatsmuseum Auschwitz-Birkenau.

Het dagelijks leven

De gevangenen arriveerden met duizenden op het goederenspoorwegstation van Oswiecim. Later gebruikten de nazi’s een speciaal gebouwd perron in Birkenau. Allen hadden een ellendig lange reis achter de rug (soms meer dan 2.000 km) in goederenwagons. Zonder voedsel, zonder water, zonder toiletten of verwarming en in overvolle wagons: voor de zwaksten (ouderen, baby’s) was de reis al fataal. In vrijwel alle wagons bleven heel wat lijken achter.

De reis duurde eindeloos, maar vanaf dan moest alles snel gaan. Iedereen werd voortdurend opgejaagd door de SS’ers. Ze schopten en sloegen als het niet snel genoeg ging. De Joden, overweldigd en aangeslagen door de ellende van de reis, gehoorzaamden zonder protest aan de bevelen. Dan vond de eerste selectie plaats. Vrouwen en mannen werden gescheiden; er was geen tijd om afscheid te nemen. Wie geschikt geacht werd voor arbeid ging naar rechts, de anderen naar links. De tweede groep bestaande uit vrouwen, kinderen en ouderen ging rechtstreeks hun dood tegemoet. Er rees geen protest, want de meeste wisten niet wat hen te wachten stond. De bewakers logen de nietsvermoedende aangekomenen voor dat de scheiding van de familie maar voor even was. Deze kalmeringsstrategie was een bewuste politiek van de bewakers: op die manier verliep de tocht naar de gaskamers en de vergassing zelf veel efficiënter. Ook de aanwezigheid van het Sonderkommando, waarin Joden de dienst uitmaakten, was een geruststelling voor de bange mensen. “Ze zagen Joden die in leven waren en geloofden dat ze zelf ook zouden blijven leven.”

Nadat de vergassingen achter de rug waren, ging het Sonderkommando aan het werk. Het was hun taak om de doden uit de gaskamers te halen en naar de crematoria te brengen. Nadat ze de bezittingen van de doden gesorteerd hadden, werden de lijken zelf geplunderd. Gouden kiezen werden uitgetrokken; het haar van de vrouwen werd afgeknipt. Dat vervaardigden Duitse fabrieken tot kabelstrengen, industrieel vilt en garen, terwijl de gouden kiezen tot goudstaven werden gesmolten. De menselijke as werd als meststof gebruikt of in de omliggende vijvers en sloten gegooid.

Degenen die niet werden vergast, kregen een nummer in blauwe inkt op hun onderarm getatoeëerd. Ze hadden voortaan een nummer, geen naam. Daarna gingen de gevangenen naar de “sauna”, waar ze geschoren en gedesinfecteerd werden. De bewakers hadden een heilige schrik om zelf besmet te worden met vlektyfus, dat door luizen werd overgebracht. Daarom hielden ze geregeld grote ontsmettings- en ontluizingsacties. Toch wemelde het kamp van de luizen en de ratten. Tenslotte stond iedereen aan te schuiven voor de kledij: grove gestreepte gevangeniskledij (niet meer dan een dun hemd, een al even dunne broek en een pet), die geen enkele bescherming bood tegen de koude. In het verdere verloop van de oorlog werd ‘gewone’ kleding gebruikt in plaats van gestreepte uniformen om te bezuinigen. De nieuwelingen brachten de eerste weken in quarantaine door, waar ze de hele dag zware sport- en exercitieoefeningen moesten doen. Voortdurend werden ze opgejaagd en opgehitst met nieuwe bevelen en opdrachten. Wie niet kon volgen, werd genadeloos neergeslagen of doodgeschoten.

De gevangenen die (voorlopig) gespaard bleven en tewerkgesteld werden, moesten hun bezittingen afgeven. Al deze spullen kwamen terecht in een groot magazijn, dat de gevangenen "Canada" noemden, waarschijnlijk omdat Canada zowat het beloofde land was, waar alles in overvloed was. In ieder geval werden hier alle goederen gesorteerd en voor gebruik voor de SS, de Wehrmacht en de burgerbevolking naar Duitsland gestuurd. De gevangenen die in “Canada” werkten, slaagden er geregeld in om dingen te stelen die ze dan konden ruilen tegen levensmiddelen. Wie in “Canada” mocht werken, had een beduidend grotere overlevingskans. Ze werkten meestal onderdak, wat in de strenge Poolse winters een enorm voordeel was. Bovendien hadden ze meer te eten dan de andere gevangenen, want ze vonden geregeld voedsel tussen de bezittingen. Ook de bewakers maakten zich schuldig aan diefstal en verrijkten zichzelf. Kampcommandant Höss wist dat zijn “SS’ers niet altijd sterk genoeg waren om de verleiding van de kostbaarheden te weerstaan”. Het toezicht op de bewakers was en bleef echter laks.

Elke ochtend begon op dezelfde manier. Na een korte en vaak slechte nachtrust werd het appèl gehouden. Nadat de kampklok had geluid, stelden de Häftlinge zich in rijen van vijf op voor hun barak. De doden werden uit de barakken gehaald en dan begon het tellen. Het liep echter steeds fout: altijd ontbrak er wel iemand. Zolang de vermiste niet teruggevonden was, moesten zijn medebewoners blijven wachten, wat de weersomstandigheden ook mochten zijn. Het wachten kon soms uren duren. Na het appèl werd het “ontbijt” opgediend, waarna het sein klonk voor de arbeid. Ze gingen in lange rijen te voet naar hun werkplaats, vaak meerdere kilometers van het kamp gelegen. Terwijl ze de poort uitstapten, werden ze begeleid door de muziek van een uit gevangenen bestaand orkest.

Het werk was heel uiteenlopend: er waren mensen tewerkgesteld in kiezel- en steengroeven, op boerderijen, in wapenfabrieken en kolenmijnen; anderen moesten helpen bij de bouw van nieuwe fabrieken en werkplaatsen. Rond de middag kregen de arbeiders en arbeidsters ongeveer een liter soep te eten. De soep was niet meer dan smerig water met enkele aardappel- of bietenschillen. ’s Avonds, na een lange dag harde arbeid in een hoog tempo, keerden ze terug naar het kamp. Elke dag sleepten de overlevenden de doden met zich mee. Er kwam immers weer een urendurend appèl, waarop de gevangenen weer werden geteld. Een appèl op 6 juni 1940 heeft negentien uur geduurd. De kampleiding hield vaak een strafappèl, waarbij de gevangenen gehurkt of geknield de tellingen moesten ondergaan. Tijdens het appèl werden geregeld gevangenen die gestolen hadden of gepakt waren bij een vluchtpoging, opgehangen. Daarna was het tijd voor het avondeten: 300 gram brood met heel af en toe een beetje margarine of worst. De dagelijkse porties voeding waren goed voor 1300 tot 1700 calorieën, wat veel te weinig was voor volwassen mensen die daarbovenop zo zwaar aan het werk werden gezet. Foto’s die onmiddellijk na de bevrijding werden gemaakt, toonden gevangenen die nauwelijks dertig kilogram wogen.

Niet alle gevangenen waren tewerkgesteld buiten het eigenlijke kamp. Zoals eerder genoemd waren er de leden van het Sonderkommando en Canada-arbeiders. In Auschwitz zelf werkten gevangenen als brandweerman. Zij konden zich relatief vrij over het kampdomein begeven en dus heel wat “organiseren”, zoals stelen in het kampjargon werd genoemd. In deze context moet het vermeende zwembad van Auschwitz vermeld worden. De aanwezigheid ervan was en is voor holocaustontkenners een reden om te twijfelen aan het bestaan van het vernietigingskamp. Het zogenaamde zwembad diende in feite als wateropslagtank, maar de brandweerlieden hadden die voorzien van een soort springplank en af en toe werd er inderdaad in gezwommen. In Auschwitz was ook een bordeel aanwezig. Het was één van Höss laatste initiatieven, want hij zou eind 1943 weggepromoveerd worden. In blok 24 van Auschwitz I liet hij een bordeel oprichten. Het idee kwam van Himmler die dacht daarmee de productiviteit te kunnen opdrijven. Het bezoeken van het bordeel moest de gevangenen stimuleren (nog) harder te werken. Niet iedereen mocht zomaar genieten van deze “service”. Joden die als één van de laagste categorieën gevangenen werden beschouwd, kregen geen toegang. Het waren vooral politieke gevangenen die al jaren in het kamp waren opgesloten en zich een bevoorrecht baantje hadden weten te bemachtigen die gebruik mochten maken van het bordeel, als een beloning voor hun medewerking. Dit was nog maar eens een voorbeeldje van de “verdeel en heers”-strategie van Höss.

Definitielijst

nazi
Afkorting voor een nationaal socialist.
vernietigingskamp
Kamp waar tijdens de Tweede Wereldoorlog grote groepen mensen (voornamelijk Joden en zigeuners) door de SS werden geliquideerd door middel van vergassing. Auschwitz, Treblinka en Majdanek zijn drie voorbeelden van vernietigingskampen.

Afbeeldingen

De selectie van de pas aangekomen gevangenen gebeurde al op het perron. Bron: Staatsmuseum Auschwitz-Birkenau.
Opschrift in een barak in Birkenau: schoon zijn is je plicht. Daaronder de tegenstrijdige boodschap dat het water ondrinkbaar is vanwege schimmelgevaar. Bron: Paul Boellaard.
Het Sonderkommando aan het werk Bron: Staatsmuseum Auschwitz-Birkenau.
In dergelijke barakken sliepen enkele honderden gevangenen samen. Bron: Felix Dalberger.
De gevangenen aan het werk Bron: Staatsmuseum Auschwitz-Birkenau.

De experimenten

In elk vernietigingskamp waren artsen betrokken bij het uitroeiingsproces. Hier rijst een belangrijke vraag: hoe kan iemand die de eed van Hippocrates, die artsen verplicht om zieken te genezen, meewerken aan dergelijke massamoorden? De SS-arts Fritz Klein kreeg die vraag voor de voeten gegooid. Zijn antwoord luidde: ”Omdat ik de eed van Hippocrates gezworen heb, verwijder ik een blindedarm uit een mensenlichaam. De Joden zijn de etterende blindedarm in het lichaam van de mensheid. Daarom moeten ze eruit gesneden worden.” Het was duidelijk dat de nazi’s – en dus ook de artsen die met hen samenwerkten – uitgingen van de idee dat bepaalde ‘rassen’ minderwaardig en dus minder “Lebenswert” waren dan anderen. Heel wat artsen werkten vanaf het begin mee met de selectiepolitiek van de nazi’s. Eerst verleenden ze hun medewerking aan de sterilisatie- en euthanasieprogramma’s; later waren ze werkzaam in de kampen. Het was dan ook geen toeval dat een arts, Dr. Eberl, kampcommandant van Treblinka werd.

Volgens de logica van het nationaalsocialisme maakten de vernietigingskampen deel uit van de gezondheidszorg. Mensen, zoals de Joden, die als een bedreiging voor het welzijn van de maatschappij werden beschouwd, moesten uit die maatschappij verwijderd worden. De eerste moorden in Auschwitz vonden niet toevallig plaats in de ziekenboeg. Wie met dysenterie of tyfus werd opgenomen, hoefde niet op genezing te rekenen. Zelden wist iemand levend blok 10, dat dienst deed als ziekenbarak, te verlaten. Er waren geen medicijnen, verband- of ontsmettingsmiddelen voorzien. Velen kregen gewoon een dodelijke injectie met fenol.

Artsen speelden op alle vlakken een belangrijke rol in de vernietigingskampen. Allereerst waren ze betrokken bij de selectie van de binnenkomende gevangenen. Dat had twee redenen. Zij werden geacht het best te oordelen of iemand al dan niet in staat was om te werken. Ten tweede wilden de nazi’s op die manier de indruk wekken dat het vergassen niet zomaar willekeurig gebeurde, maar gebaseerd was op een wetenschappelijke taak, namelijk het gezond maken en houden van de nationaalsocialistische maatschappij.

De artsen van Auschwitz werden het meest berucht als gevolg van hun medische experimenten. Josef Mengele, de Engel des Doods, werd de meeste beruchte omwille van zijn experimenten met tweelingen. Hij wilde inzicht krijgen in de rol van de genetische aanleg in de ontwikkeling en het gedrag van de mensen. De tweelingen werden in elk detail vergeleken. Elk dag nam Mengele hun bloed af dat voor onderzoek naar Berlijn werd gestuurd. Nadat het bloed was onderzocht en bewerkt, werd dit teruggestuurd naar Auschwitz, waarna het bloed van de ene bij de andere tweeling werd geïnjecteerd, wat vaak tot gevolg had dat deze tweelingen leden aan hoofdpijnen, koorts en andere ziekten. Om vast te stellen of de kleur van de ogen kon worden gewijzigd, werd door Mengele een kleurstof rechtstreeks in de ogen geïnjecteerd. Deze zeer pijnlijke behandeling leidde altijd tot ontstoken ogen en vaak tot blindheid. Jonge tweelingen werden onderworpen aan de meest gruwelijke experimenten, waarbij zonder enige verdoving, ledematen en organen werden verwijderd. Andere tweelingen werden weer geïnjecteerd met bacteriën van allerlei ziekten, zodat Mengele kon vaststellen hoe lang het zou duren eer zij zouden overlijden. Dat zij die experimenten niet overleefden, was niet erg. Er waren toch genoeg proefkonijnen en bovendien kon hij een autopsie op hun lichamen uitvoeren. Dat vond hij een unieke kans, want waar vond men, onder normale omstandigheden, tweelingen die op dezelfde plek op hetzelfde moment waren overleden?

Josef Mengele mag dan de naam zijn die onlosmakelijk met Auschwitz verbonden was, maar de experimenten van andere artsen in het kamp waren minstens even erg. Zo waren er de gynaecologen Carl Clauberg en Horst Schumann die “medisch onderzoek” deden op het terrein van de sterilisatie. Dit werd beschouwd als één van de mogelijke oplossingen voor het Joodse vraagstuk. Door toediening van injecties met chemicaliën of blootstelling aan hoge doses röntgenstralen, konden de artsen de joden hun vruchtbaarheid wegnemen zonder dat de slachtoffers aan werkkracht inboetten. Ten slotte was er nog chef-arts Wirths. Hij deed onderzoek naar het functioneren van de baarmoederhals. Bij al deze experimenten waren vooral vrouwen het slachtoffer. Toch werden ook medische experimenten op mannen verricht. De artsen wreven de gevangenen hun huid in met een reeks giftige stoffen, met de bedoeling erachter te komen welke trucs mogelijk werden uitgehaald door simulanten die probeerden aan de verplichte legerdienst te ontsnappen.

Definitielijst

nazi
Afkorting voor een nationaal socialist.
vernietigingskamp
Kamp waar tijdens de Tweede Wereldoorlog grote groepen mensen (voornamelijk Joden en zigeuners) door de SS werden geliquideerd door middel van vergassing. Auschwitz, Treblinka en Majdanek zijn drie voorbeelden van vernietigingskampen.

Afbeeldingen

Joseph Mengele, de beruchtste kamparts van Auschwitz Bron: http://www.go2war2.nl.
Slachtoffers van de medische experimenten
Mengele "werkte" vooral met tweelingen.

Aktion Höss

Tot 1944 was Hongarije onder zijn regent Miklos Horthy een trouwe bondgenoot van het Derde Rijk. Wanneer in 1943 de krijgskansen gekeerd leken, zocht Horthy contact met de geallieerden. Dit was zeer tegen de zin van Hitler die op 19 maart 1944 Hongarije binnenviel en in Boedapest een marionettenkabinet installeerde geleid door premier Dome Sztojay. Horthy bleef echter wel aan als staatshoofd. Tot dan had Horthy de Joden wel vervolgd, maar niet uitgeleverd. Dat veranderde onder Sztojay die de Joden liet samendrijven in getto's en doorgangskampen in afwachting van hun deportatie naar Auschwitz-Birkenau. De eerste twee transporten verlieten op 29 april 1944 Kistarcsa (1.800 joden) en op 30 april 1944 Topolya (2.000 joden). Maar het grote 'werk' moest nog beginnen, want in Hongarije leefden ongeveer 750.000 joden.

Voor die enorme taak moest een man met grote organisatorische ervaring worden belast. In de zomer van 1944 werd Rudolf Höss opnieuw naar Auschwitz gezonden, belast met de taak om de uitroeiing van de Hongaarse joden organisatorisch mogelijk te maken. De operatie kreeg de naam Aktion Höss mee. Hij bereidde het kamp grondig voor. De crematoria werden vernieuwd, de ovens bedekt met vuurvaste stenen en de schouwen versterkt met ijzeren ringen. Achter de crematoria groeven gevangenen diepe putten en het aantal leden van het "Sonderkommando" werd drastisch opgedreven. Op 15 mei 1944, na een onderbreking van twee weken, ging de belangrijkste fase van Aktion Höss van start. Vanaf half mei vertrokken er elke dag 12.000 Joden naar Auschwitz om rechtstreeks in de gaskamers te worden vermoord. In nauwelijks 56 dagen tijd, tot 9 juli 1944, werden meer dan 400 000 joden vanuit Hongarije naar Auschwitz getransporteerd en vergast.

Na ongeveer vier dagen kwamen de Hongaarse joden in Auschwitz aan. Net zoals bij de andere transporten, waren de veewagons waarin ze werden vervoerd overvol. De mensen kregen nauwelijks zuurstof en helemaal geen eten of drinken. Velen, vooral kinderen en oude, zieke mensen, kwamen om van de dorst. Door het grote aantal transporten en de enorme toevloed van mensen, zagen de SS-bewakers zich genoodzaakt om vele mensen uit te selecteren om hen pas later naar de gaskamers te sturen. Toch bleek het aantal vergaste mensen zo hoog te liggen dat de crematoria deze enorme aantallen lijken niet meer konden verwerken. Daarom werden de lijken door het Sonderkommando opgestapeld op brandstapels en in putten verbrand.

Onder druk van een aantal neutrale landen en het Vaticaan liet Horthy andermaal de deportaties verbieden. De geallieerden hadden immers gedreigd hem persoonlijk verantwoordelijk te stellen voor de deportaties. Duitsland kon op dat ogenblik niet reageren: het land had de voorbije maand zware klappen gekregen op alle fronten. Desondanks werden er in augustus 1944 toch nog enkele honderden Hongaarse Joden, die opgesloten zaten in een kamp voor politieke gevangenen in Kistarcsa, naar Auschwitz gedeporteerd en vermoord.

SS-Obersturmbannführer Rudolf Höss had zich meer dan behoorlijk van deze zware opdracht gekweten en Berlijn was erg tevreden. Als erkenning van zijn uitmuntende staat van dienst voor het Derde Rijk, ontving hij verschillende eretekens, waaronder het Oorlogskruis Klasse I en II.

Definitielijst

geallieerden
Verzamelnaam voor de landen / strijdkrachten die vochten tegen Nazi-Duitsland, Italië en Japan gedurende WO 2.
getto
Grotendeels van de buitenwereld afgescheiden stadswijk voor Joden. Het aanstellen van getto's had als doel om Joden uit het dagelijkse leven te weren. Vanuit getto's konden Joden bovendien gemakkelijker gedeporteerd worden naar de concentratie- en vernietigingskampen. Ook bekend als 'Judenviertel' ofwel 'Joodse wijk'.

Afbeeldingen

Miklos Horthy, de Hongaarse regent Bron: Verzet.org.
Hongaarse joden komen aan in Auschwitz-Birkenau op 26 mei 1944. Bron: Verzet.org.
Hongaarse joden op weg naar de gaskamers Bron: Verzet.org.

Het verzet

Het enige waar de meeste gevangenen in Auschwitz mee bezig waren, was de dag zo goed mogelijk doorkomen, in de hoop dat er ooit einde zou komen aan de gruweldaden. Toch waren er ook mensen die zich verweerden en in het verzet gingen. Zelfs in de meest moeilijke omstandigheden durfden sommigen dergelijke keuze maken en het eigen leven op het spel zetten om anderen te kunnen redden. De opstanden in vernietigingskamp Sobibor en in het getto van Warschau behoorden tot de bekendste verzetsacties, maar ook Auschwitz kende zijn verzetshelden. Er is niet zoveel bekend over deze daden, omdat de verzetslieden het vaak niet overleefden.

Het verzet in Auschwitz werkte op verschillende manieren. Er waren namelijk verschillende cellen actief, waaronder Poolse, Tsjechische en communistische groepen. Zij trachtten de moraal van de gevangenen zo goed mogelijk op te vijzelen, nieuws en voedsel het kamp binnen te smokkelen en eigen mensen op belangrijke posten in de kamphiërarchie te krijgen. Er waren contacten gelegd met mensen die nog in de buurt van het kamp woonden. Via briefjes in code opgesteld werd informatie over het kampleven, de bewakers, de misdaden en de massamoord naar buiten gesmokkeld. De meeste van de SS’ers werden via die contacten geïdentificeerd. Op basis van dergelijke informatie, die uiteindelijk bij de geallieerden terecht kwam, lieten de Britten een lijst met de namen van vijftien verantwoordelijke SS-officieren in Auschwitz via de BBC verspreiden.

De ondergrondse beweging nam het vooral op tegen de criminele kapo's, die met de SS samenwerkten in ruil voor bijvoorbeeld voedsel. De verzetscellen, die soms samenwerkten, trachtten in de mate van het mogelijke, de gevangenen die nauw met de SS samenwerkten van hun post te krijgen en ze te vervangen door politieke gevangenen. Verder organiseerden ze ook verschillende verboden activiteiten. Zo werd er een heuse propagandacampagne op poten gezet die tot solidariteit tussen de gevangenen moest aanzetten. Er werden culturele activiteiten met nationale gedichten georganiseerd en er was zelfs een ondergrondse kunstbeweging. Het orkest dat zo openlijk muziek mocht spelen, deed mee: ze slaagden erin traditionele Joodse muziek (weliswaar getransformeerd) te spelen om de gevangenen een hart onder de riem te steken.

7 oktober 1944 was in de geschiedenis van Auschwitz een unieke dag. Leden van het Sonderkommando hadden, samen met leden van de ondergrondse beweging, plannen gemaakt om in opstand te komen tegen hun bewakers. De SS was via haar netwerk van kapo’s op de hoogte gebracht van de plannen en meerdere verzetsmensen werden vermoord. Toch wilden de gevangenen hun plannen niet laten varen. Het aantal leden van het Sonderkommando was tot ongeveer 9000 mensen opgelopen. Ze wisten dat de SS’ers zoveel leden niet meer nodig vonden. Niet meer nodig zijn betekende in Auschwitz een gewisse dood. Om aan de op handen zijnde decimering te ontkomen kwam op 7 oktober 1944 het Sonderkommando in crematorium IV in opstand. De Joden wierpen zich met houwelen en stenen op de dienstdoende SS’ers en staken het crematorium in brand. Het Sonderkommando van crematorium II sloot zich aan bij de opstand en schoof één van de bewakers levend de brandende ovens in. Tijdens de opstand werden 250 leden van het Sonderkommando doodgeschoten. Nog 200 Joden die wisten te ontsnappen of ervan verdacht werden op de hoogte te zijn van de opstand, werden geëxecuteerd. Een drietal SS’ers werd gedood. De opstandelingen hebben een zware prijs betaald, maar hun offer was niet tevergeefs. Als gevolg van hun opstand werd crematorium V, waar net een vergassing van een groep Joden zou plaatsvinden, ontruimd.

Het georganiseerde verzet in Auschwitz was en bleef het werk van een kleine groep mensen. Uitgehongerd, geschokt, gedesoriënteerd en overweldigd door de omstandigheden en het harde optreden van de bewakers maakten dat het bij de mensen niet opkwam om in opstand te komen. Ze konden het zich gewoon niet voorstellen dat een opstand ook maar enig succes kon hebben. Toch zijn er enkele verhalen van individueel verzet bekend. Op 23 oktober 1943 kwam een zoveelste transport van Poolse Joden in Birkenau aan. Iedereen werd onmiddellijk naar de gaskamers gestuurd. De meeste mensen waren al naar binnen, toen er zich een incident voordeed, waarvan zowel Rudolf Höss als het Sonderkommando melding maakten. Twee vrouwen, een moeder en een dochter, weigerden zich geheel uit te kleden. Beiden hielden hun ondergoed aan. Toen één van de bewakers, zwaaiend met zijn pistool, schreeuwde dat ze alles moesten uittrekken, knoopte de dochter haar bh los en sloeg ermee het pistool uit zijn handen. Ze raapte het wapen snel op en schoot hem dood. Andere gevangenen reageerden plots ook en de SS’ers werden overvallen. Er ontstond een vuurgevecht tussen de bewakers bij de uitgang van de gaskamer en de gevangenen. Uiteindelijk kwam Höss tussenbeide. Met zijn bewakers drong hij naar binnen: alle gevangenen werden samengedreven en één voor één geëxecuteerd.

Hoe onmogelijk het ook leek, enkele gevangenen slaagden er zelfs in te ontsnappen. In april 1944 ontsnapten Rudolf Vrba en Alfred Wetzler uit Auschwitz-Birkenau. Ze geraakten tot in Slowakije, waar ze in contact kwamen met de plaatselijke Joodse gemeenschap. Beide mannen deden er hun verhaal, maar aanvankelijk werden ze niet geloofd. Pas na ellenlange ondervragingen begonnen de andere Joden hen te geloven. Vrba en Wetzler schreven hun verhaal in een verslag dat later bekend werd als de Auschwitz-protocollen. Daarin stond verbijsterend nauwkeurig beschreven wanneer, hoe en hoeveel Joden in Auschwitz waren vermoord. Dit document werd in vele kopieën opgestuurd naar het Vaticaan, de Joodse leiders in Hongarije en de westerse geallieerden. Zonder resultaat: de geallieerden waren al langer op de hoogte van de activiteiten in Auschwitz, maar hebben geen rechtstreekse pogingen ondernomen om er de massamoord te stoppen. De gedetailleerde informatie uit de Auschwitz-protocollen bracht daar geen verandering in.

Definitielijst

geallieerden
Verzamelnaam voor de landen / strijdkrachten die vochten tegen Nazi-Duitsland, Italië en Japan gedurende WO 2.
getto
Grotendeels van de buitenwereld afgescheiden stadswijk voor Joden. Het aanstellen van getto's had als doel om Joden uit het dagelijkse leven te weren. Vanuit getto's konden Joden bovendien gemakkelijker gedeporteerd worden naar de concentratie- en vernietigingskampen. Ook bekend als 'Judenviertel' ofwel 'Joodse wijk'.
kapo
Een Kapo was een gevangene in een concentratiekamp van nazi-Duitsland in de Tweede Wereldoorlog, die als taak had op de andere gevangenen toe te zien. Een Kapo moest voor de SS het werk van de gevangenen begeleiden en hij was verantwoordelijk voor hun resultaten.
vernietigingskamp
Kamp waar tijdens de Tweede Wereldoorlog grote groepen mensen (voornamelijk Joden en zigeuners) door de SS werden geliquideerd door middel van vergassing. Auschwitz, Treblinka en Majdanek zijn drie voorbeelden van vernietigingskampen.

Afbeeldingen

Het kamporkest speelde (getransformeerde) joodse liedjes, terwijl de andere gevangenen het kamp verlieten op weg naar het werk. Bron: Staatsmuseum Auschwitz-Birkenau.
Rudolf Vrba is een van de weinigen die erin slaagde uit Auschwitz te ontsnappen.
Mala Zimetbaum ontsnapte uit Auschwitz, maar werd na enkele dagen opgepakt en terechtgesteld. Bron: Verzet.org.

Het einde

Terwijl de gaskamers en de crematoria van Auschwitz en de andere vernietigingskampen op volle toeren bleven draaien, ging het steeds slechter met de Duitse oorlogsmachine. De geallieerde troepen rukten onweerstaanbaar op naar de grenzen van het Derde Rijk. Het Rode Leger naderde uit het oosten en was zo de grootste bedreiging voor Auschwitz. Vanaf eind 1944 begon de kampadministratie met het verbranden van allerlei documenten, lijsten en notities die ze over de massamoorden hadden bijgehouden. De nazi’s wisten al een tijd dat dit moment er zat aan te komen en ze hadden de nodige voorbereidingen gedaan. Heinrich Himmler had in het voorjaar van 1944 de kampcommandanten bevelen gegeven voor de zogeheten A-Fall. Dit hield in dat, zodra de vijandelijke legers voor de poorten stonden, het bevel onmiddellijk overging op de kampleiding. Ze hoefden niet te wachten op instructies uit Berlijn, die waarschijnlijk toch nooit zouden komen.

Himmler wist ook maar al te goed wat hem en de andere verantwoordelijken te wachten stond als de gruwelijke waarheid van de vernietigingskampen aan het licht kwam. Om dit te voorkomen moesten alle gevangenen die zich in de kampen in het oosten bevonden, geëvacueerd worden. Via de zogenaamde dodenmarsen werden ze dieper het Derde Rijk in gebracht. Zo wilden Himmler en zijn handlangers voorkomen dat getuigen uit de doodskampen hun verhaal naar buiten konden brengen. In augustus 1944 waren er nog zo’n 130 000 mensen geregistreerd in Auschwitz; tegen het einde van datzelfde jaar had meer dan de helft het kamp verlaten. Vele anderen werd onmiddellijk het zwijgen opgelegd. Het ging vooral om de leden van de Sonderkommando’s, omdat zij de voornaamste getuigen waren van de vergassingen. Intussen werd zoveel mogelijk materiaal weggevoerd: bakstenen, hout, cement, maar ook kleding, sieraden en andere waardevolle spullen, allemaal gestolen van de gevangenen.

In januari 1945 kwam het Rode Leger gevaarlijk dichtbij. Dit was het startsein voor de nazi’s om de massale evacuaties van Auschwitz, Gross-Rosen en Stutthof te beginnen. De gaskamers en crematoria werden opgeblazen, barakken en opslagplaatsen in brand gestoken. Op 18 januari werd het kamp ontruimd, dat wil zeggen enkel degenen die “fit” genoeg waren, gingen mee. Ongeveer 58.000 mensen verlieten Auschwitz, terwijl een kleine 9.000 zieken achterbleven. Speciale SS-eenheden vermoordden nog honderden achterblijvers, terwijl nog enkele honderden anderen stierven door de kou en het totaal ontbreken van voedsel en verzorging.

Op 27 januari 1945 trokken de eerste Sovjettroepen het kamp binnen. Wat ze ontdekten, grenst aan het ongelooflijke. Naast de vele duizenden uitgeputte en zieke achterblijvers, vonden ze in de opslagplaatsen meer dan 800.000 vrouwentenues, bijna 350.000 mannenkostuums, 7.000 kg vrouwenhaar, duizenden schoenen en brillen, enz.

Voor degenen die vertrokken waren voor de bevrijding, was de lijdensweg nog niet voorbij. De meeste gingen eerst naar Gross-Rosen om van daaruit verder te lopen naar de kampen die dieper in het Derde Rijk waren gelegen: Buchenwald, Bergen-Belsen, Dachau, Mauthausen, Flossenbürg en Mittelbau-Dora. Tijdens deze eindeloze dodenmarsen vonden nog duizenden gevangenen de dood. Ongeveer een kwart van de mensen dat in januari 1945 Auschwitz hadden verlaten, overleefde de tocht niet. De omstandigheden waren zeer zwaar voor de al verzwakte gevangenen. Het was ijskoud; hun kleding bood geen enkele bescherming tegen de wind. ’s Nachts was er zelden onderdak: elke morgen liet de colonne vele bevroren doden achter. De uitgereikte hoeveelheid voedsel was totaal onvoldoende. De mensen die niet konden volgen, werden neergeschoten.

Een groot deel van de Auschwitzgevangenen, ongeveer 20.000, werd uiteindelijk in Bergen-Belsen ondergebracht. Bergen-Belsen was aanvankelijk ingericht als kamp voor ‘geprivilegieerde’ Joden die als gijzelaars werden vastgehouden. Vanaf 1944 werden er de gevangenen uit andere kampen opgesloten. De Duitsers hadden echter niet voor de nodige huisvesting gezorgd; de hygiënische omstandigheden tartten elke verbeelding. Dysenterie, cholera, tyfus dunden het aantal gevangenen verder uit. De sterfte was enorm: vergassingen en executies waren er niet nodig. Ondanks de enorme sterfte bevrijdden de Britten in april 1945 ongeveer 60.000 mensen. Na de bevrijding van Bergen-Belsen stierven nog 14.000 voormalig gevangenen.

Definitielijst

Mauthausen
Plaats in Oostenrijk waar de nazi’s van 1938 tot 1945 een concentratiekamp gevestigd hadden.
nazi
Afkorting voor een nationaal socialist.
Rode Leger
Leger van de Sovjetunie.

Afbeeldingen

Net buiten het kamp liggen al de eerste slachtoffers van de evacuatie van Auschwitz. Bron: USHMM.
Restanten van één van de opgeblazen crematoria en gaskamers Bron: Felix Dalberger.
De achtergebleven gevangenen van Auschwitz juichen hun bevrijders toe. Bron: USHMM.
De bevrijders troffen o.m. duizenden kilo's vrouwenhaar aan. Bron: USHMM.
Vele van de geëvacueerde Auschwitz-gevangenen kwamen in de hel van Bergen-Belsen terecht. Bron: USHMM.

Herinnering

Hoeveel slachtoffers Auschwitz exact heeft gemaakt, is moeilijk vast te stellen. De SS’ers hebben slechts 400.000 gevangenen geregistreerd, waarvan meer dan 50% is gestorven. De grote meerderheid is echter nooit geregistreerd. In de meeste gevallen werd 70 tot 75% van elk transport onmiddellijk vergast en gecremeerd. In recente publicaties schat men dat ongeveer 1,1 miljoen Joden, 70.000 Polen, 20.000 zigeuners, 10.000 Sovjetkrijgsgevangenen en meer dan 10.000 gevangenen van andere nationaliteiten in Auschwitz zijn omgekomen.

Alle gevangenen worden zonder uitzondering herdacht en geëerd in de plaats van herdenking die het voormalige Konzentrationslager Auschwitz nu is. In 1947 besloot de Poolse regering in het basiskamp een herinneringscentrum en een museum te vestigen. Het kampcomplex was toen in ernstig verval. Veel mensen uit de buurt braken de barakken af, omdat ze het hout konden gebruiken voor hun eigen huizen. Na de beslissing van het Poolse parlement veranderde er weinig. Het duurde nog jaren eer de terreinen van Auschwitz en Birkenau op een goede manier onderhouden en verzorgd werden.

In 1967 werd in Birkenau een internationaal monument voor de slachtoffers onthuld, terwijl in de daaropvolgende jaren de landen die burgers in Auschwitz hadden verloren, de kans kregen een nationaal paviljoen in één van de voormalige barakken op te richten. In 1979 nam de UNESCO het Auschwitz-Birkenau-concentratiekamp op bij het werelderfgoed. Een aantal barakken is te bezichtigen in de staat zoals ze in 1945 werden aangetroffen; in andere barakken zijn grote vitrines te vinden die een beeld geven van de voorwerpen die allemaal bij de bevrijding achtergebleven zijn.

Afbeeldingen

Het herdenkingsmonument van Auschwitz-Birkenau Bron: Staatsmuseum Auschwitz-Birkenau.
De volledige site van Auschwitz is nu een herdenkingsplaats. Bron: Felix Dalberger.
De vijver waarin de as van duizenden vergaste en gecremeerde mensen rust. Bron: Felix Dalberger.
In de voormalige barakken van Auschwitz is een permanente tentoonstelling te bekijken. Bron: Felix Dalberger.

Informatie

Artikel door:
Gerd Van der Auwera
Geplaatst op:
15-08-2005
Laatst gewijzigd:
11-04-2020
Feedback?
Stuur het in!

Gerelateerde thema's

Nieuws

'Auschwitz was een winstgevende onderneming voor de Duitsers'

jan2020

'Auschwitz was een winstgevende onderneming voor de Duitsers'

Zonder de belangen van de Duitse industrie was het vernietigingskamp er nooit gekomen, zegt de Nederlandse expert Hans Citroen, bij de herdenking van 75 jaar Auschwitz.

Lees meer

Een bezoek aan Auschwitz

jan2017

Een bezoek aan Auschwitz

Een bezoek aan Auschwitz is vanuit Nederland eenvoudig te plannen. Het kamp ligt niet erg ver van het vliegveld in Katowice. Een huurauto is een must, maar die zijn in Polen niet echt kostbaar. Met de auto is het ongeveer 35 minuten rijden naar Oœwiêcim (de stad waar Auschwitz ligt). Bovendien is de reis goed te combineren met andere bezienswaardigheden in de omgeving zoals bijvoorbeeld Krakow. In Krakow zijn diverse bezienswaardigheden te vinden waaronder bijvoorbeeld de voormalige fabriek van Oskar Schindler die is omgebouwd tot een modern en mooi museum over de Tweede Wereldoorlog.

Lees meer

Gerelateerde bezienswaardigheden

Bronnen

- FENELON, F. The Musicians of Auschwitz. London, 1977.
- KATZENSTEIN, P., VAN LAKERVELD, C., VAN THIJN, C., DA SILVA, T. Auschwitz. Nederlands Auschwitz Comité, Amsterdam, 1997.
- SMOLEN,K. Auschwitz-Birkenau Informatiegids. Oświęcim, 2003.
- Hitlers Derde Rijk. Nationale Handels Onderneming (NHA), Panningen, 2002-2003.
- VAN ECK, L. Het boek der kampen. Leuven, 1979.
- REES, L. Auschwitz. Amsterdam, 2005.
- KNOPP, G. Hitlers holocaust. Amsterdam, 2001.

- Verzet in Auschwitz
- officiële site Auschwitz
- Rudolf Höss
- Josef Mengele

Gerelateerde bezienswaardigheden